21-1-21 spelling

dictee
1 / 25
volgende
Slide 1: Open vraag
SpellingBasisschoolGroep 7

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

dictee

Slide 1 - Open vraag

dictee

Slide 2 - Open vraag

dictee

Slide 3 - Open vraag

dictee

Slide 4 - Open vraag

dictee

Slide 5 - Open vraag

dictee

Slide 6 - Open vraag

nakijken
de pizza
de macaroni
het yoghurtijsje
Wie leefden daar?
Wij hebben naar de Italiaanse beroemdheid en ex-voetballer gegrijnsd.
Mijn moeder begroette de charmante man uit Sardinië.

timer
2:00

Slide 7 - Tekstslide

pizza is een
A
pizzawoord
B
leenwoord
C
tremawoord

Slide 8 - Quizvraag

macaroni
ma
A
lange klank
B
korte klank

Slide 9 - Quizvraag

macaroni
mac


A
kilo woord
B
langermaakwoord
C
cola woord
D
circus woord

Slide 10 - Quizvraag

macaroni
ca
A
lange klank
B
korte klank

Slide 11 - Quizvraag

macaroni
ro
A
korte klank
B
lange klank

Slide 12 - Quizvraag

macaroni
ni
A
liter woord
B
meter woord
C
kilo woord

Slide 13 - Quizvraag

Welke categorieën?
het yoghurtijsje

Slide 14 - Open vraag

Wij hebben naar de Italiaanse beroemdheid en ex-voetballer gegrijnsd.
Wat is de persoonsvorm?
A
Wij
B
hebben
C
de Italiaanse beroemdheid
D
gegrijnsd

Slide 15 - Quizvraag

Wij hebben naar de Italiaanse beroemdheid en ex-voetballer gegrijnsd.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?
A
Wij
B
hebben
C
gegrijnsd
D
hebben gegrijnsd

Slide 16 - Quizvraag

Wij hebben naar de Italiaanse beroemdheid en ex-voetballer gegrijnsd.
wij
A
persoonsvorm
B
onderwerp
C
lijdend voorwerp
D
meewerkend voorwerp

Slide 17 - Quizvraag

Mijn moeder begroette de charmante man uit Sardinië.
Wat is de persoonsvorm?

Slide 18 - Open vraag

Mijn moeder begroette de charmante man uit Sardinië.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 19 - Open vraag

Mijn moeder begroette de charmante man uit Sardinië.
Wat is het onderwerp?

Slide 20 - Open vraag

Mijn moeder begroette de charmante man uit Sardinië.
Wat is het lijdend voorwerp?

Slide 21 - Open vraag

Lesdoel
Aan het eind van de les kan je het werkwoordelijk gezegde vinden in de zin.

Slide 22 - Tekstslide

Hoe vind je het werkwoordelijk gezegde?

Slide 23 - Open vraag

Evert en Benthem heeft de tocht twee keer gewonnen.
Wat is het werkwoordelijk gezegde?

Slide 24 - Open vraag

Aan de slag
blz 14 in je werkboek
spelling sofware

Slide 25 - Tekstslide