6.1 Landschappen en klimaten

6.1 Landschappen en klimaten
1 / 51
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 51 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

6.1 Landschappen en klimaten

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

250 miljoen jaar geleden vormde zich een riftzone in
A
de Grote oceaan
B
de Atlantische oceaan
C
de Middellandse zee

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Westkant Zuid Amerika
Nu: actief

Begrippen: 
subductie, hoogvlakte, hoogland, hooggebergte, vulkanisme, andesiet, aardbevingen, voorlandbekken, Altiplano, veel bodemschatten

Slide 5 - Tekstslide

https://player.vimeo.com/video/223431662
Westkust
  • Gebergtevorming & vulkanisme door subductie
  • Cordilleras: meerdere aaneengesloten bergketens
  • Hoogvlakte/Hoogland
  • Voorlandbekken

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het Andesgebergte is ontstaan door
A
divergentie
B
convergentie
C
een transforme beweging

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vulkanisme
1 Oceanische plaat met sediment duikt onder continent (=subductie)
2 Op voldoende diepte smelt de plaat en vormt zich dik magma met gas.
3 Het magma stijgt op, vloeit uit de aarde en stolt.
==> andesiet als gesteente

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke landstreek
ligt bij deze hoofdletter?
A
Hoogland van Brazilië
B
Andes
C
Transamazônica
D
Braziliaans Hooggebergte

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Juiste volgorde =
A
B
C
D
E
F

Slide 11 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Aanvulling
Volgens het model en de data van Schellart bewegen de uiteinden van subductiezones over het aardoppervlak met 6 tot 16 centimeter per jaar. De centrale delen verschuiven maar met maximaal 2 centimeter per jaar, zodat boogvormige zones ontstaan.

 
Lange subductiezones verplaatsen zich langzamer dan korte. Bij een korte subductiezone kan de oceaanbodem snel wegduiken doordat het meeste onderliggende materiaal uit de aardmantel aan weerszijden wordt weggeduwd (aan de noord en zuidkant van Nieuw-Zeeland). Voor de 7.400 kilometer lange subductiezone aan de westkant van de Andes ligt dat heel anders. Het mantelgesteente onder de dalende oceaanbodem kan in het midden van deze subductiezone moeilijker weg. De subductiezone beweegt hier nauwelijks. Aan de zijkanten (het noorden en zuiden van het Zuid-Amerikaanse continent) kan het mantelmateriaal wel ontsnappen. Zo ontstaat een holronde compressiezone van waaruit de korst van Zuid-Amerika wordt opgestuwd tot de Andes.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat haal je uit dit filmpje mbt het Andesgebergte?

Slide 14 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Peru-gat
Waarom hier geen vulkanisme?



Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom komt er in het Peru-gat
geen vulkanisme voor
(terwijl er wel subductie is)?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Peru-gat
Waarom hier geen vulkanisme?

Oorzaak: vlakke subductie
Gevolg: de oceanische plaat komt niet diep genoeg om te gaan smelten

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Twee rijen met vulkanen
De Andes bestaat op sommige plekken uit twee rijen met vulkanen:

west: actief
oost: dode vulkanen

Oorzaak: dode vulkanen ontstaan tijdens een eerdere subductiefase

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Andes is een bekend gebergte. In welk land ligt de Andes niet?
A
Argentinië
B
Chili
C
Paraguay
D
Peru

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De Andes
De Andes bestaat uit meerdere bergketens (Cordilleras). Kenmerk = reliëf.

Hiertussen ligt hoogvlakte of hoogland (Altiplano). 
Kenmerk = weinig reliëf.

BRON 10

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Altiplano
Tussen de twee rijen met vulkanen ligt de Altiplano: hoogvlakte

Ontstaan tijdens de laatste subductiefase waarbij magma het gebied omhoog heeft geduwd.


Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Altiplano
  • Intramontane hoogvlakte -> geheel omsloten door gebergten.

  • Oorspronkelijk een voorlandbekken

  • Opgetild tijdens vorming van de Andes

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorlandbekken
Bekken = laag gelegen gebied
                    

Voorlandbekken ligt parallel aan gebergte

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorlandbekken
Omlaag gekomen gebied aan de niet-subductie zijde (van de Andes)

Oorzaak: het enorme gewicht van het steeds hoger wordende Andesgebergte (bergen > 5000 m) heeft het gebied naar beneden gedrukt.


Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorlandbekken
Het voorlandbekken ligt inmiddels weer vol met materiaal afkomstig vanuit het Andesgebergte waar afbraak (=erosie en verwering) plaatsvindt.


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

andesiet
subductie
passieve plaatrand
actieve plaatrand
hoogvlakten
schilden
vulkanisme
laag aardbevingsrisico

Slide 26 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Oost: passieve continentrand

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oost
In het verleden: actief

Tijdens vorming supercontinent Pangea is Z-Amerika op Afrika gebotst ==> vorming Hoogland Brazilië

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oost
Nu: passief

Geen aardbevingen en geen vulkanisme.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Oost: passieve continentrand

Aan de oostkant treden weinig of geen tektonische verschijnselen op.

Ten oosten van het Andes vinden we schilden (kern van een continent, waar de oudste gesteenten voor komen).

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schilden
Schilden bestaan vaak uit metamorfe gesteenten (ontstaan onder extreem hoge hitte en druk) en intrusieve gesteenten (stollend magma in de aardkorst). Dit zijn gesteenten die diep in de aardkorst ontstaan. 

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoogland van Guyana en Brazilie
Andesgebergte
laagland van de Orinoco, de Amazone en de Parana
Altiplano
Plateau van Patagonie
Een jong hoog gebergte dat nog niet afgeronden opgevuld is
Een droge hoogvlakte omzoomd door gebergteketens
Oude geerodeerde schilden
Dunbevokt steppegebied in het zuiden van Zuid-Amerika
Stroomgebieden van grote rivieren

Slide 32 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bodemschatten

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Bodemschatten
  • In Andes + hooglanden: ertsen                                                      (ijzer, koper, tin, zilver, goud).  
  • In de tropen: bauxiet (mineraal                                                       voor aluminium). 
  • Voormalige zoutmeren: lithium                                                           (wordt gebruikt in accu’s). 

Slide 34 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ontstaan ertsen
Opstijgend magma uit de mantel                                                        bevat metalen: ieder metaal stolt                                                                bij een andere temperatuur >                                                                    gestolde materialen van een soort                                                              hopen zich op > ertsaders ontstaan. 

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 36 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 37 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Klimaatfactoren
Ligging van klimaat- vegetatie- en landschapszones wordt bepaald door klimaatfactoren:
  • breedteligging
  • hoogteligging
  • loef- / lijzijde
  • invloed van zee- en luchtstromen

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klimaatfactoren
Ligging van klimaat- vegetatie- en landschapszones wordt bepaald door klimaatfactoren:
  • breedteligging
  • hoogteligging
  • loef- / lijzijde
  • invloed van zee- en luchtstromen

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaar
Verklaar het verschil tussen A (BW) en F (Af).

Slide 40 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaar het verschil tussen A (BW) en F (Af).

Slide 41 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
Overheersende windrichting (zuidoostpassaat) zorgt voor veel regen aan de oostkust van het continent. De westkant van de Andes is de lijzijde.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaar
Verklaar het verschil tussen 1 en 2.
1 (BW)
2 (Cf)

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verklaar het verschil tussen 1 en 2.

Slide 44 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Antwoord
1 (BW)
2 (Cf)

Slide 45 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Loef- en lijzijde Andes
30º en 60º ZB: westenwinden -> De westkant van het Andesgebergte is hier de loefzijde (regen) en de oostkant de lijzijde (droog). 

Zuid-Chili: overgangszone (Cs, mediteraan) tussen droge noorden (BW) en zeeklimaat (Cf).

Zuid-Argentinië: pampa's (grasvlakten) in  Patagonië.

Slide 46 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Mangrove en pampa's
In kustgebieden met een (sub)tropisch klimaat groeien onafhankelijk van de hoeveelheid neerslag in dat gebied mangrovebossen.

Pampa's in Patagonië.

Slide 47 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maar...
El Nino

Slide 48 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 49 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Slide 50 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Huiswerk
Maak de opdrachten van paragraaf 6.1 in de online methode

Slide 51 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies