les 3 en 4 periode 1

Les 3 : Doel activiteiten

Welke soorten activiteiten hebben we behandeld in les 1 en 2?
We vullen ze samen in!
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les 3 : Doel activiteiten

Welke soorten activiteiten hebben we behandeld in les 1 en 2?
We vullen ze samen in!

Slide 1 - Tekstslide

Activiteiten

Slide 2 - Woordweb

Wat gaan we doen
  • Terugblik vorige les
  • Stimuleren van de ontwikkeling
  • Zintuigen en geheugen
  • Motorische ontwikkeling
  • Verstandelijke of cognitieve ontwikkeling
  • Sociale ontwikkeling



Slide 3 - Tekstslide

Lesstof
5.11 Het doel
5.12 Stimuleren van de ontwikkeling
5.13 Zintuigen en het geheugen
5.14 Motorische ontwikkeling
5.15 Verstandelijke of cognitieve ontwikkeling
5.16 Sociale ontwikkeling
* Lezen blz 19 t/m 27
* Opdracht 15 t/m 22

Slide 4 - Tekstslide

Terugblik 
Vorige les hebben we het gehad over verschillende soorten activiteiten.
Maar waarom doen we eigenlijk activiteiten met cliënten?
Wat is het DOEL?

Slide 5 - Tekstslide

Leerdoelen

Aan het eind van deze les.....
Weet je hoe een doel vaststelt
Welke vragen je jezelf stelt voordat je een doel bepaalt
Welke ontwikkelingen je stimuleert
Wat zintuigen zijn en waarom die belangrijk zijn bij activiteiten
Leer je het verschil tussen grove en fijne motoriek
Wat we verstaan onder sensomotorische ontwikkeling
Wat we verstaan onder verstandelijke/cognitieve ontwikkeling
Wat we verstaan onder sociale ontwikkeling

Slide 6 - Tekstslide

Lesstof
Doel activiteiten:
Als je met cliënten werkt en je wilt een activiteit doen stel je vooraf eerst een doel vast. 
Wat wil je bereiken met de activiteit?
Dit kunnen meerdere doelen zijn.
Vooraf stel je jezelf de vragen:
* Wat zijn de interesses?
* Wat zijn de mogelijkheden?
* Waar liggen uitdagingen?

Slide 7 - Tekstslide

Het doel van deze activiteit is:
A
beweging
B
ontwikkeling stimuleren
C
bevorderen sociale contacten
D
educatie

Slide 8 - Quizvraag

Stimuleren ontwikkeling
Het stimuleren van de ontwikkeling kun je verdelen in:
- Motorische ontwikkeling
* Grove motoriek
* Fijne motoriek
* Sensomotorisch
- Verstandelijke/cognitieve ontwikkeling
- Sociale ontwikkeling

Slide 9 - Tekstslide

Motorische ontwikkeling
Motoriek gaat over bewegen
Grove motoriek gaat over grote bewegingen die je maakt.
Fijne motoriek gaat over kleinere bewegingen
Sensomotorische ontwikkeling gaat over de zintuigen en de motoriek samen. 

Slide 10 - Tekstslide

Wat zie je hier? Grove of fijne motoriek?
A
Fijne motoriek
B
Grove motoriek

Slide 11 - Quizvraag

Is dit de grove motoriek of de fijne motoriek?
A
Fijne motoriek
B
Grove motoriek

Slide 12 - Quizvraag

Verstandelijke of cognitieve ontwikkeling ontwikkeling
Bij cognitieve activiteiten gaat het om het proces van leren:
- Opdoen van kennis
- Verwerken van kennis
- Opslaan van kennis
-Toepassen van kennis

Slide 13 - Tekstslide

Sociale ontwikkeling
Hierbij gaat het om het aanleren van sociale vaardigheden.
De client leert om te gaan met anderen.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Maken:
Lees: Bladzijde 19 t/m 26
Opdracht 15 t/m 22



Slide 16 - Tekstslide

Check leerdoel
Je weet nu het doel van activiteiten
Je weet nu dat je met verschillende activiteiten de ontwikkelingen kunt stimuleren van cliënten
Je weet welke soorten ontwikkeling (3) er zijn en wat hiermee wordt bedoeld


Slide 17 - Tekstslide

Les 4: Activiteiten met verschillende doelen


Terugblik met quizvragen

Slide 18 - Tekstslide

Heeft aan activiteit altijd een doel?
A
Ja
B
Nee

Slide 19 - Quizvraag

Het doel van deze activiteit is:
A
beweging
B
ontwikkeling stimuleren
C
ontspanning
D
trainen van het geheugen

Slide 20 - Quizvraag

Een individuele activiteit is een activiteit voor meerdere personen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Lesstof

  • Lezen: bladzijde 27 t/m 35
  • Maken: opdrachten 23 t/m 31



Slide 22 - Tekstslide

Terugblik 
Vorige les hebben wij het gehad over activiteiten met verschillende doelen en het stimuleren van de ontwikkeling.
Welke 3 soorten ontwikkeling kennen we ook alweer?

Slide 23 - Tekstslide

Leerdoelen

Aan het eind van deze les.....
* Kun je activiteiten benoemen met een recreatief doel
* Kun je activiteiten benoemen met een educatief doel
* Kun je activiteiten benoemen voor het trainen van het geheugen
* Kun je activiteiten benoemen die de zelfredzaamheid stimuleren

Slide 24 - Tekstslide

Lesstof: recreatief doel
Activiteiten met een recreatief doel zijn activiteiten die ontspanning en plezier geven.
Zie op de volgende slide wat voorbeelden.

Slide 25 - Tekstslide

Recreatieve activiteiten

Slide 26 - Tekstslide

Educatieve activiteiten
Bij educatieve activiteiten leren de cliënten iets.
Bijvoorbeeld:
* Een bezoek aan een museum
* Samen de krant lezen
* Een woordspel of scrabble of een kruiswoordpuzzel
doel is ontwikkeling van kennis en gedrag.


Slide 27 - Tekstslide

Activiteiten voor het trainen van het geheugen
Het trainen van het geheugen is een activiteit die vaak met ouderen wordt uitgevoerd.
Het oproepen van herinneringen is gekoppeld aan de zintuigen.
Bijvoorbeeld een geur of een liedje brengt herinneringen naar boven.
Bij mensen met dementie zijn herinneringen van vroeger er nog steeds.

Slide 28 - Tekstslide

Reminiscentie
Activiteiten die het geheugen trainen van een oudere client noem je reminiscentie.
Je haalt hierbij herinneringen op uit het verleden.
Deze activiteiten gaan over wat een client nog weet en kan.
Daarom zijn deze activiteiten goed voor het zelfvertrouwen.


Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Video

Wat is het doel van een educatieve activiteit?
A
Mensen voelen zich minder eenzaam
B
Mensen gaan meer bewegen
C
Mensen leren iets
D
Mensen gaan meer ontspannen

Slide 31 - Quizvraag

Welke van de onderstaande activiteiten zijn sociale activiteiten?
timer
1:00
A
Toneel spelen.
B
In de bouwhoek spelen.
C
Voetballen.
D
Alle antwoorden zijn juist.

Slide 32 - Quizvraag

Activiteiten voor het stimuleren van de zelfredzaamheid
Het doel van deze activiteiten is dat je de client zo veel mogelijk zelf laat doen.
Waarom zou dit belangrijk zijn denk je?
........

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Activiteiten gericht op het veranderen van het gedrag:
* Tijdelijke verandering
* Langdurige verandering




Slide 35 - Tekstslide

Maken:
Lees :bladzijde 27 t/m 35
Opdracht 23 t/m 32

Geef hier de opdrachten die de studenten moeten maken op.
Vaak kan dit tijdens de les al gemaakt worden.

Slide 36 - Tekstslide

Check leerdoel
Je kan nu..
- Activiteiten bedenken met een recreatief doel
- Activiteiten bedenken met een educatief doel
- Activiteiten bedenken voor het trainen van het geheugen
Je weet nu...
- Het belang van zintuiglijke waarneming 
-Wat reminiscentie is
Dat er activiteiten zijn om de zelfredzaamheid te stimuleren
- Dat activiteiten belangrijk zijn voor het veranderen van het gedrag




vertel maar!


Herhaal hier de lesdoelen en stel hier vragen over. 
Je kan ook de interactieve vragen van lessonup gebruiken om gebruik te kunnen maken van de individuele aanspreekbaarheid. 

Slide 37 - Tekstslide

les 3 en 4 periode 1

Slide 38 - Tekstslide