cross

2H T3 bloedsomloop

Leg uit dat de afstand tussen anus en urinebuis van invloed is op het ontstaan van blaasontsteking.
1 / 43
volgende
Slide 1: Open vraag
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Leg uit dat de afstand tussen anus en urinebuis van invloed is op het ontstaan van blaasontsteking.

Slide 1 - Open vraag

Slide 2 - Tekstslide

Welke soort cellen konden ook alweer ziekteverwekkers onschadelijk maken?

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat zijn antigenen?

Slide 11 - Open vraag

Waarom zijn antistoffen belangrijk?

Slide 12 - Open vraag

Slide 13 - Tekstslide

Vandaag
  • Oefenvragen
  • Uitleg immuniteit /allergie
  • Opdrachten maken

Slide 14 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen antigenen en antistoffen

Slide 15 - Open vraag

Piet zegt dat het corona virus bij warm weer dood gaat. Is dit een juiste uitspraak? Zo niet, waarom niet?

Slide 16 - Open vraag

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Wat is het verschil tussen natuurlijk en kunstmatige immuniteit?

Slide 25 - Open vraag

Wanneer maak je de meeste antistoffen aan?
A
Bij een eerste besmetting
B
Bij een tweede besmetting

Slide 26 - Quizvraag

Bij een anafylactische reactie zwellen de slijmvliezen in de luchtwegen op. Leg uit waarom dat gevaarlijk is.

Slide 27 - Open vraag

Ga jij je laten vaccineren?
JA
Nee
Ik weet het nog niet

Slide 28 - Poll

Zo niet, waarom wil jij je niet laten vaccineren?

Slide 29 - Open vraag

Wel, waarom?

Slide 30 - Open vraag

Ben je, na het zien van het filmpje, van mening veranderd?
Ja
Nee

Slide 31 - Poll

Zou je je nu wel laten vaccineren?
Ja
Nee
Ik weet het nog steeds niet

Slide 32 - Poll

Slide 33 - Tekstslide

1. Mensen die een vaccinatie weigeren zijn egoïstisch.

A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 34 - Quizvraag

2. Jongeren moeten vanaf hun 12e jaar zelf beslissen over vaccinatie.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 35 - Quizvraag

3. Scholen moeten alleen gevaccineerde leerlingen toelaten.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 36 - Quizvraag

4. Vaccinaties zijn overbodig voor jongeren want hun immuunsysteem is sterk genoeg.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 37 - Quizvraag

5. Een meningokokkenvaccinatie is onnodig want de kans op meningokokkenziekte is klein.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 38 - Quizvraag

6. Vaccinaties maken je zieker dan de ziekte zelf.

A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 39 - Quizvraag

7. Iedereen moet de griepprik krijgen.

A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 40 - Quizvraag

8. Infectieziekten maken je sterker.

A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 41 - Quizvraag

9. Het is onnatuurlijk om bij een vaccinatie dode of verzwakte ziekteverwekkers in te spuiten.

A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 42 - Quizvraag

10. Vaccinaties zijn overbodig omdat de meeste ziekten bijna niet meer voorkomen.
A
juist op gevoel
B
juist vanuit kennis
C
onjuist op gevoel
D
onjuist vanuit kennis

Slide 43 - Quizvraag