3.5 De verspreiding van de islam in de middeleeuwen

Hoofdstuk 3.5
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisSecundair onderwijs

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 100 min

Onderdelen in deze les

Hoofdstuk 3.5

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Planning verwerking hoofdstuk 3.5
3.5.4.1 De profeet Mohammed: 
  • zelfstandig opbouw
  • oefeningen: 2,3&4
  • eigen schema maken -> foto uploaden in classroom
3.5.4.2 De Vijf zuilen:
  • zelfstandig opbouw
  • oefeningen: 3
  • eigen schema maken -> foto uploaden in classroom
Na afwerking 3.5.4.1 & 3.5.4.2: 
  1. Maak de BW-evaluatie (Smartschool/toetsenmap geschiedenis)
  2. Maak een 'poster' over de profeet Mohammed en de vijf pijlers (de profeet wordt niet afgebeeld op deze poster!) -> uploaden
3.5.3.3 Expansie van de islam
  • OLG

Wat komt op de poster?
  1. Titel
  2. Locatie+beginsituatie (waar+hoe was de samenleving voorafgaand)
  3. Belangrijke data in leven van Mohammed
  4. Wat gebeurt tss 632-750
  5. De Vijf pijlers
Welk medium?
  • Canva (bij voorkeur)
  • Google presentatie
  • Google docs
Stappenplan Canva
klik hier
zie classroom
Voorbeeld
In classroom onder 'themaposter'

Slide 2 - Tekstslide

Afwerken 29/1
Poster klaar 2/2

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

3.5.3.3 De expansie van de islam in de middeleeuwen

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

I. De Islam en het einde van de Mare Nostrum
  • Islam = letterlijk "onderwerping"
  • Arabische wereld: Mohammed (570-632) = Allah’s Profeet
  • 622: begin Arabische jaartelling
  • Religie van boek // jodendom en christendom
  • Koran: openbaringen in het Arabisch van Allah, 114 suras
  • Sira en hadith-collecties (soenna)
  • Eenheid religieuze en seculiere wet: sharia
  • Dar al-Islam : clan-overstijgende loyaliteit
  • Van Indusdelta tot Spanje in één eeuw
  • Ten nadele van Byzantijnen, Perzen, Chinezen, bedoeïenen, Visigoten…

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

II. Religieuze organisatie en praktijk
  • Geen clericale hiërarchie
  • Nadruk op praktiseren religie eerder dan theologie (bvb christendom)
  • Confessie, gebed, aalmoezen, ramadan, hadj (5 pijlers)
  • Jihad: "inspanning"
  • splitsingen:
  • Sjiieten (shi at Ali): 9de-eeuwse afscheuring met eigen Imams
  • Binnen sjiisme: Twaalvers (Jafari) en Zeveners (Ismaili)
  • Een cultuurtaal (Arabisch), invloed van Byzantijnse en Perzische beschaving en bestuurscultuur

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

III. Verovering en verdeeldheid
  • Minoritaire Arabische vestiging: -> geen ambitie tot missionering
  • Taxatie van dhimmi, vrijstelling voor Arabieren en later alle moslims
  • Rol slaven (ook militair = Mamlukken) en polygamie
  • Kort na 660: Kalifaat van de Ummayaden
  • Van Mekka naar Damascus
  • Ca. 749: Kalifaat van de Abbasieden
  • Bagdad als nieuwe hoofdplaats
  • Gegroeid uit onvrede van plaatselijke elites
  • Professionalisering van administratie, fiscaliteit, leger
  • Problemen met interne verdeeldheid (sjiieten) en regionalisme
  • Hergroepering Ummayaden (vroege achtste eeuw)
  • 732 Poitiers? ...later meer
  • 756: Ummayaden-emiraat in Cordoba

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

  • Ca. 909: Kalifaat van de Fatimieden
  • Afscheuring door Ismaili-sjiieten, opererend vanuit huidige Tunesië
  • 969: verovering Egypte en stichting Caïro (al-Qahira)
  • Steun van berbergroepen
  • Versterking militaire basis door mamlukken (onvrije strijders)
  • 756: Ummayaden-emiraat in Córdoba, vervolgens, vanaf  ca. 929: Iberisch Kalifaat van de Ummayaden
  • Wat vooraf ging: hergroepering van Ummayaden op Iberisch schiereiland
  • Franken stoppen verovering Visigotisch Spanje door geïslamiseerde berberlegers af
  • Berberimmigratie (herders), sterke islamisering
  • Mozarabische cultuur, tolerantie t.a.v. joden
  • Intensieve handel en culturele bloei (o.a. Mezquita)
  • sterke verstedelijking (Cordoba)
  • centra van geleerdheid: vertalen Grieks -> Arabisch -> Latijn (kruisbestuiving)
  • ontwikkeling irrigatiesystemen
Vanaf 11de eeuw crisis + opheffing kalifaat (Reconquista)

Slide 10 - Tekstslide

mozaraben=christenen onder moslimheerschappij

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Historisch onderzoek (lesblaadjes)
OV: “Hoe breidde het vroege islamitische rijk zich uit?”
We onderzoeken drie bronnen:

Bron 1- De slag bij Jarmuk (636)

Bron 2- Het verdrag van Tudmir (713) 

Bron 3- Fred Donner, The early Islamic conquests (1981)

Slide 13 - Tekstslide

Bronnen gelezen en opdrachten klaar 3DF 9/2
23/2: correctie
context bij de bronnen
CONTEXT bij bron 1: De slag bij Jarmuk (636)
Moslimtroepen namen de controle over Syrië in 636 toen ze vochten tegen het Byzantijnse Rijk in de slag bij Jarmuk. Dit verslag werd opgeschreven door de islamitische historicus Ahmad alBiladuri (?-892) in de negende eeuw.
*Grieken: Ahmad al-Bilanduri noemt de Byzantijnen 'Grieken'.
CONTEXT bij bron 2:  Het verdrag van Tudmir (713)
Dit verdrag werd ondertekend in 713 door ‘Abd al-‘Aziz, de bevelhebber van de Arabische troepen die Spanje waren binnengevallen, en Theodemir, de christelijke koning van een Zuid-Spaanse regio.
*dinar: een islamitische munt, gemaakt van zilver of goud
CONTEXT bij bron 3: The early Islamic conquests (1981)
Fred Donner (1945) is een historicus aan de Universiteit van Chicago. Hij is gespecialiseerd in de vroege islam en de vroege islamitische expansie. Hieronder vind je een fragment uit zijn boek 'The Early Islamic Conquests'. Hierin trekt hij een deel van de algemene kennis over de vroege islam in twijfel.
*geïnsitutionaliseerd: opgenomen als onderdeel van de overheid
*stipendia: betalingen
*Aramees: de Arameeërs woonden in het huidige zuidoost-Turkije, Noordoost-Syrië en Noord-Irak.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort bron is bron 1?
A
Een secundair historisch werk
B
Een primaire geschreven bron
C
Een materiële bron
D
een overblijfsel

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Analyse bron 1: De slag bij Jarmuk (636) 
  • Wie is de auteur van de bron?
  • al-Biladuri
  • Wat is zijn beroep?
  • historicus
  • Waarom schreef de auteur dit werk?
  • Om te beschrijven hoe het islamitische rijk tot stand kwam.
  • De auteur noemt deze veldslag “van de felste en bloedigste soort”. Geef twee redenen waarom dit zo was.
  • 1: Het moslimleger was genadeloos (afhakken ledematen) ( Er vochten ook  extreem gewelddadige vrouwen mee.
  • 2. 70.000 slachtoffers
  • Welke reden voor de snelle expansie vinden we bij de auteur?
  • De militaire kwaliteiten van de moslimlegers
  • Volstaat deze bron om te bepalen hoe de vroege kalifaten zich uitbreidden?(waarom?)
  • Neen, want hoewel historici bronnen gebruiken om hypothesen te formuleren, zullen ze nooit aan de hand van slechts één bron een historische bewering doen.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welk soort bron is bron 2?
A
primaire geschreven bron
B
secundaire geschreven bron
C
historisch werk
D
overblijfsel

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Analyse bron 2: Het verdrag van Tudmir (713)
  • Wat is de bedoeling van de bron?
  • Deze bron is een vredesverdrag. De bedoeling van de bron was de overeengekomen vrede vast te leggen in een contract tussen beide partijen.
  • Welke reden van de snelle expansie van de vroege kalifaten vind je in dit verdag? 
  • In dit verdrag staat dat de overwonnen Spaanse koning én zijn onderdanen christen mogen blijven en vreedzaam mogen blijven wonen onder de nieuwe heersers.
  • Als je bron 1 & bron 2 met elkaar vergelijkt, valt op dat ze zowel gelijkenissen als verschillen vertonen. Geef van elk een voorbeeld. 


Slide 18 - Tekstslide

Hier starten met verder afwerken!!
Is bron 3 een primaire of een secundaire bron?
A
primaire
B
secundaire

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Analyse bron 3: The early Islamic conquests (1981)
  • Wat was volgens Donner het belang van giften?
  • Hiermee wilden de kaliefen lokale heersers aan zich binden
  • Hoe verschilt dit verslag over de islamitische expansie van de verslagen in bronnen 1 & 2 (over de slag van Jarmuk / over het verdrag van Tudmir)?
  • In deze bron schrijft Fred Donner dat de kaliefen geld gaven aan de soldaten om mee te vechten én aan de lokale edelen die zich bekeerden en met hen samenwerkten.  In de vorige bronnen had men het over de militaire overmacht én vrees van de vijanden voor de Arabische legers (bron 1) én over de religieuze tolerantie voor de Spaanse bevolking én haar vroegere koning (bron 2).

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nu een definitief besluit op de onderzoeksvraag: “Hoe breidde het vroege islamitische rijk zich uit?"
Het islamitische rijk breidde snel uit omwille van verschillende redenen:
- Ten eerste .....(bron 1)
- Dit grote leger werd ..... (bron 3).
- Dit wijst op .......... Dat wordt ook bevestigd door .......... (bron 2).

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Nu een definitief besluit op de onderzoeksvraag: “Hoe breidde het vroege islamitische rijk zich uit?"
Het islamitische rijk breidde snel uit omwille van verschillende redenen:
- Ten eerste was er het strijdvaardige Arabische leger. De moslimstrijders en -strijdsters kenden geen genade: de vijanden moesten verpletterd worden. Die strijdlust zorgde ervoor dat de vijanden bang waren voor het oprukkende leger. (bron 1)
- Dit grote leger werd ten tweede goed betaald. De leiders gaven de soldaten een salaris, ook de overwonnen volkeren konden meevechten voor het islamitische rijk. De rekruten moesten zich meestal, maar zelfs niet altijd bekeren tot de islam om mee te mogen vechten (bron 2).
- Dit wijst op een zekere tolerantie binnen het islamitische rijk. Dat wordt ook bevestigd door de tolerantie in Zuid-Spanje in de achtste eeuw (bron 2&3).

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Conclusie?

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Poitiers: een legende?
  • Datum: 25 oktober 732. 
  • Wie? christelijk Frankisch leger (Karel+Odo) <-> islamitisch Arabisch leger (Abd Ar Rahman. )
  • Exacte plaats; onbekend. 
  • Aantal slachtoffer: onbekend. 
  • Uitslag: de Franken winnen, de Arabieren verliezen.
  • Dertien eeuwen later politiek gerecupereerd 
  • ==> door extreem-rechts in Frankrijk. (2012)

Slide 25 - Tekstslide

de slag bij Poitiers. Datum: 25 oktober 732. 
Deelenemers: aan de ene kant een christelijk Frankisch leger onder leiding van hofmeier Karel Martel (Karel met de strijdhamer) en de hertog van Aquitanië Odo de Grote, 
aan de andere kant een islamitisch Arabisch leger onder leiding van de gouverneur van Al-Andaluz (Spanje) Abd Ar Rahman. 
Exacte plaats; onbekend. (Ergens aan de Loire rivier)
Aantal slachtoffer: onbekend. 
Uitslag: de Franken winnen, de Arabieren verliezen.

Wat we wel weten uit de kronieken is dat de slag bij Poitiers mede een gevolg was van een interne strijd tussen de moslims in Al-Andaluz. De eerder genoemde Odo de Grote was namelijk een bondgenoot van een rebellerende gouverneur, Uthman Ibn Naissa. Toen deze was verslagen door Abd Ar Rahman richtte de wraak van Ar Rahman zich op Odo. Odo kon het alleen niet aan en riep de hulp in van een oude vijand Karel Martel. Die wilde graag helpen - als Odo bereid was zijn land aan hem te geven.

De symbolische betekenis van de slag is eigenlijk de grootste. 
Zowat iedereen heeft zich meester gemaakt van het historisch erfgoed. 
Zelfs Adolf Hitler had er een uitgesproken en (uiteraard afwijkende) mening over: volgens hem zouden de Germaanse Franken er beter aan gedaan hebben om zich tot de Islam te bekeren. Want daarna zouden ze met een nieuw elan snel de hele wereld hebben kunnen veroveren. Hitler had niet zo veel met religie, maar was zoals we weten dol op Germanen...