Samenvattende LU H6

Het streven naar absolute macht

In Frankrijk had koning Lodewijk XIV alle macht. Hij bepaalde alles op politiek, economisch en religieus gebied. In Nederland lag de macht juist bij rijke burgers, de regenten.

1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nieuwe lesbewerkerGeschiedenisVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 5

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

Het streven naar absolute macht

In Frankrijk had koning Lodewijk XIV alle macht. Hij bepaalde alles op politiek, economisch en religieus gebied. In Nederland lag de macht juist bij rijke burgers, de regenten.

Vorsten, handel en wetenschap in de Gouden Eeuw

Wat weet jij al over macht, handel en wetenschap in de 17e eeuw?

Leerdoel van deze les

Aan het einde van de les kun je uitleggen hoe absolute macht, handelskapitalisme en de wetenschappelijke revolutie samenhangen met ontwikkelingen in de 17e eeuw.

De economie onder Lodewijk XIV

Lodewijk XIV gebruikte het mercantilisme: stimuleer export, verminder import met hoge belastingen. Hiermee wilde hij Frankrijk machtiger maken.

De Republiek: macht bij de burgers

De stadhouder was legerleider, maar geen alleenheerser. De raadspensionaris was belangrijk voor het bestuur en contacten met het buitenland.

Bestuur

In de Nederlandse Republiek bepaalden rijke kooplieden het beleid. Er was geen koning, maar Staten en regenten.

Rol van de stadhouder

Bloei van handel en economie

Door handel over zee en slimme landbouw werd de Republiek zeer welvarend. Amsterdam groeide uit tot handelscentrum van Europa.

Wereldwijde handelsnetwerken

De VOC handelde in Azië en de WIC in Afrika en Amerika. Dit leidde tot het ontstaan van een wereldeconomie en rijke handelslieden.

De wetenschappelijke revolutie

Nieuwe inzichten

De microscoop van Van Leeuwenhoek en het slingeruurwerk van Huygens zijn voorbeelden van uitvindingen uit deze periode.

Belangrijke uitvindingen

Ontdekkingen zoals de theorie van Copernicus veranderden de kijk op de wereld. Wetenschap kwam op door experimenten en logisch denken.

Kunst en tolerantie in de Republiek

Succesvolle handel bracht welvaart. Rijke burgers investeerden in kunst en wetenschap. Er ontstond een cultuur van tolerantie, vooral op religieus gebied.

Wie was de koning van Frankrijk van 1643 tot 1715?

A

Lodewijk XV

B

Karel V

C

Lodewijk XIV

D

Filips II

Wat was het Edict van Nantes?

A

Een wet voor de adel

B

Godsdienstvrijheid voor calvinisten

C

Belasting op binnenlandse producten

D

Een belastingverhoging

Wat is mercantilisme?

A

Hoge lonen voor arbeiders

B

Vrije handel zonder belastingen

C

Staat stimuleert export, beperkt import

D

Een belasting op export

Wat rechtvaardigde Lodewijk XIV's absolutisme?

A

Feodalisme en aristocratie

B

Socialisme en democratie

C

Droit divin en Hobbes' filosofie

D

Liberalisme en individualisme

Wanneer eindigde het Franse absolutisme?

A

Tijdens de Franse Revolutie

B

In de 18e eeuw

C

Tijdens de Napoleontische oorlogen

D

Bij de grondwet van 1791

Wat was de periode van de Gouden Eeuw?

A

1650 tot 1700

B

1700 tot 1750

C

1600 tot 1650

D

1625 tot 1675

Wie was een bekende schilder uit die tijd?

A

Johannes Vermeer

B

Vincent van Gogh

C

Rembrandt van Rijn

D

Piet Mondriaan

Wat was de hoogste functie in een gewest?

A

Stadhouder

B

Regent

C

Koning

D

Raadspensionaris

Wat bevorderde de handelscontacten wereldwijd?

A

Oost-Indische Compagnie

B

West-Indische Compagnie

C

Handelsverdragen

D

VOC en WIC

Wat zorgde voor de economische voorspoed?

A

Beperkte handel

B

Feodale traditie

C

Relatief hoge opleidingsniveau

D

Aantal adel

Wat werd opgericht in 1602?

A

Engelse East India Company

B

West-Indische Compagnie (WIC)

C

Handelsmonopolie Europa

D

Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC)

Welke handel richtte de WIC zich op?

A

Zuid-Amerika

B

Specerijen uit Indië

C

Grootschalige graanhandel

D

West-Indië en Afrika

Wat is handelskapitalisme?

A

Geen concurrentie tussen bedrijven

B

Grondstoffen uit Europa halen

C

Winst herinvesteren in ondernemingen

D

Overheid controleert alle handel

Wat kochten handelaren in West-Afrika?

A

Hout en metalen

B

Slaven, goud en ivoor

C

Specerijen en tabak

D

Graan en groenten

Wie was de grootste concurrent van de VOC?

A

West-Indische Compagnie (WIC)

B

Staten-Generaal

C

Engelse East India Company (EIC)

D

Franse Compagnie

Wie stelde dat de aarde om de zon draait?

A

Galileo Galilei

B

Nicolaus Copernicus

C

Isaac Newton

D

Johannes Kepler

Wat stimuleerde de overheid in de 17e eeuw?

A

Militaire strategieën

B

Kunst en literatuur

C

Religieuze doctrines

D

Wetenschap en academies

Wat was het hoogtepunt van de revolutie?

A

Isaac Newton's boek over zwaartekracht

B

De uitvinding van de telescoop

C

De theorie van de ether

D

De ontdekking van de aarde

Wat stelt het empirisme als kennisbron?

A

Rationele redenering en denken

B

Zintuiglijke waarneming en ervaring

C

Religieuze overtuigingen

D

Historische documenten

Met welke kerk had Galileo Galilei conflicten?

A

Orthodoxe kerk

B

Rooms-katholieke kerk

C

Protestantse kerk

D

Anglicaanse kerk

Schrijf 3 dingen op die je deze les hebt geleerd.

Schrijf 2 dingen op waarover je meer wilt weten.

Stel 1 vraag over iets dat je nog niet zo goed hebt begrepen.