LLT Les 6 - Doelstellingen

LLT les 6 - Doelstellingen
Periode 2
Landstede Sport en Bewegen 
niv. 3/4 
Fase 1
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesMBOStudiejaar 1,4

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

LLT les 6 - Doelstellingen
Periode 2
Landstede Sport en Bewegen 
niv. 3/4 
Fase 1

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?  

Doelstellingen volgens de vier stappen uit het boek ‘De sportleider als lesgever’ formuleren.


Worden de vier stappen om te komen tot een concrete doelstelling makkelijker omschreven.  

Slide 2 - Tekstslide

Doel van deze les
Na deze les kan je doelstellingen volgens de vier stappen uit het boek ‘De sportleider als lesgever’ formuleren.  

Slide 3 - Tekstslide

Leesopdracht
Neem pagina 61 tot en met 68 uit het boek ‘De sportleider als lesgever’ voor jezelf door en maak een samenvatting. 

Slide 4 - Tekstslide

Doelstellingen
Een doelstelling beantwoord de didactische sleutelvraag;
Wat wil ik bereiken? ​

 

Bij het stellen van een doel, gaat het om bepaald gewenst (eind)gedrag.  

Slide 5 - Tekstslide

Wat is een algemeen geformuleerde doelstelling?

Slide 6 - Open vraag

Wat is een concreet geformuleerde doelstelling?

Slide 7 - Open vraag

Het aanleren van de lay up.
Dit is een..
A
Algemene doestelling
B
Concrete doelstelling

Slide 8 - Quizvraag

De spelers kunnen de bal doormiddel van een sprongschot-hoog over een blok schieten waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is.
A
Algmene doelstelling
B
Concrete doelstelling

Slide 9 - Quizvraag

Algemene doelstelling
Aanleren van de lay-up...

  • Concreter:
  • Met links of rechts?
  • Met of zonder tegenstander?
  • Met of zonder dribble?
  • Wel of niet scorend?

Slide 10 - Tekstslide

Algemene doelstelling
Verbeteren van de samenwerking..

  • Concreter:
  • Samenwerking tussen wie?
  • Wanneer ben je tevreden, wat eis je?
  • Samenwerken tijdens de hele les of een gedeelte?

Slide 11 - Tekstslide

Van algemeen naar concreet:
  • Algemeen: Ik wil de lay-up aanleren.

  • Concreet: Ik wil dat ze de lay-up kunnen uitvoeren met rechts, vanaf de rechterkant van de basket. De lay-up wordt vooraf gegaan met een rustige dribble zonder tegenstander. De eis is dat de lay-up met een 2-passen ritme wordt uitgevoerd met een hoge knie inzet.

Slide 12 - Tekstslide

Om een motorische doelstelling concreet te formuleren, dien je dit te doen via vier stappen. Sleep de juiste stappen naar de juiste plek (schrijf ze op papier).
Stap 1
Stap 2
Stap 3
Stap 4
Beschrijf waarneembaar eindgedrag
Minimale eis (meetbaar resultaat)
Voorwaarden of omstandigheden
De bewegingsvorm noemen

Slide 13 - Sleepvraag

Bij stap 4 kun je je doelstelling op twee manieren formuleren, namelijk..
A
Kwalitatieve eis en kwantitatieve eis
B
Grote eis en kleine eis
C
Lange en korte eis
D
Motorisch en cognitief

Slide 14 - Quizvraag

Een kwalitatieve minimale eis betekent:
A
De uitvoering (techniek)
B
Meetbare tijd, aantal, afstand, hoeveelheid.

Slide 15 - Quizvraag

Een kwantitatieve minimale eis betekent:
A
De uitvoering (techniek)
B
Meetbare tijd, aantal, afstand, hoeveelheid.

Slide 16 - Quizvraag

Stap 1. Beschrijf de bewegingsvorm
  • De beweging en de wijze waarop de beweging moet worden uitgevoerd beschrijven. ​

  • Wat wil je aan het eind van de les zien? 

Slide 17 - Tekstslide

Noem 5 bewegingsvormen van willekeurige sporten die je kunt invullen bij stap 1:

Slide 18 - Open vraag

Wat is in deze doelstelling de bewegingsvorm?
De studenten kunnen een duurloop van tien kilometer over een sterk wisselend parcours lopen, waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannen loop en een regelmatige ademhaling.
A
een duurloop van 10 kilometer
B
over een sterk wisselend parcours
C
waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannend loop en een regelmatige ademhaling.
D
De studenten kunnen -lopen

Slide 19 - Quizvraag

Wat is in deze doelstelling de bewegingsvorm?
De spelers kunnen de bal doormiddel van een sprongschot-hoog over een blok schieten waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is.
A
Over een blok
B
De spelers kunnen schieten
C
een sprongschot-hoog
D
waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is

Slide 20 - Quizvraag

Stap 2. Beschrijf het waarneembaar eindgedrag
  • Gewenste eindgedrag is waarneembaar (controleerbaar). ​
  • Waarneembaar eindgedrag als handeling beschreven. ​
  • Uitdrukken in een werkwoord; springen, werpen, geven, demonstreren, trappen.​




Dit noemen we het gedragsaspect van de doelstelling.  

Slide 21 - Tekstslide

Wat is in deze doelstelling het waarneembaar eindgedrag?
De studenten kunnen een duurloop van tien kilometer over een sterk wisselend parcours lopen, waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannen loop en een regelmatige ademhaling.
A
een duurloop van 10 kilometer
B
over een sterk wisselend parcours
C
waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannend loop en een regelmatige ademhaling.
D
De studenten kunnen -lopen

Slide 22 - Quizvraag

Wat is in deze doelstelling het waarneembaar eindgedrag?
De spelers kunnen de bal doormiddel van een sprongschot-hoog over een blok schieten waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is.
A
Over een blok
B
De spelers kunnen schieten
C
een sprongschot-hoog
D
waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is

Slide 23 - Quizvraag

Stap 3 Beschrijf de voorwaarden of omstandigheden
Onder welke voorwaarden of omstandigheden moet het gewenste eindgedrag uitgevoerd worden? 

Voorbeelden: regen, slecht veld, 20 meter hoogte, 

Slide 24 - Tekstslide

Noem vijf verschillende omstandigheden waarin waarneembaar eindgedrag vertoond kan worden:

Slide 25 - Open vraag

Wat zijn in deze doelstelling de voorwaarden of omstandigheden?
De studenten kunnen een duurloop van tien kilometer over een sterk wisselend parcours lopen, waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannen loop en een regelmatige ademhaling.
A
een duurloop van 10 kilometer
B
over een sterk wisselend parcours
C
waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannend loop en een regelmatige ademhaling.
D
De studenten kunnen -lopen

Slide 26 - Quizvraag

Wat zijn in deze doelstelling de voorwaarden en omstandigheden?
De spelers kunnen de bal doormiddel van een sprongschot-hoog over een blok schieten waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is.
A
Over een blok
B
De spelers kunnen schieten
C
een sprongschot-hoog
D
waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is

Slide 27 - Quizvraag

Stap 4 beschrijven van de minimale eis
Wat is het minimale eis/ resultaat wat je na de les/ training wilt zien? ​

Meetbaar resultaat. ​



  • Kwalitatieve minimale eis = hoe goed, mooi of correct wordt een beweging uitgevoerd. ​
  • Kwantitatieve minimale eis = dingen die je uit kunt drukken in een getal, die je kunt meten. 

Slide 28 - Tekstslide

Wat is in deze doelstelling de minimale eis?
De studenten kunnen een duurloop van tien kilometer over een sterk wisselend parcours lopen, waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannen loop en een regelmatige ademhaling.
A
een duurloop van 10 kilometer
B
over een sterk wisselend parcours
C
waarbij zij aandacht blijven houden voor een ontspannend loop en een regelmatige ademhaling.
D
De studenten kunnen -lopen

Slide 29 - Quizvraag

Wat is in deze doelstelling de minimale eis?
De spelers kunnen de bal doormiddel van een sprongschot-hoog over een blok schieten waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is.
A
Over een blok
B
De spelers kunnen schieten
C
een sprongschot-hoog
D
waarbij het voeren van een hoge arm goed zichtbaar is

Slide 30 - Quizvraag

Ontleden van de doelstellingen
In de volgende slides ga je de doelstelling zelf ontleden.
Benoem in het antwoord wat de vier stappen zijn, dus: wat is de bewegingsvorm, wat is het waarneembaar eindgedrag, wat zijn de omstandigheden en wat is de minimale eis?

Slide 31 - Tekstslide

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De f’jes kunnen een strafworp nemen tijdens de rust, waarbij ze minimaal 4 van de 8 ballen scoren.
Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 32 - Open vraag

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De crossfitter kan pull-ups demonstreren in de crossfitbox tijdens de open, waarbij hij zijn lichaam volledig strekt. Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 33 - Open vraag

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De junioren kunnen de wreeftrap als voorzet uitvoeren, waarbij het standbeen telkens goed naast de bal wordt neergezet.
Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 34 - Open vraag

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De f’jes kunnen een strafworp nemen tijdens de rust, waarbij ze minimaal 4 van de 8 ballen scoren.
Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 35 - Open vraag

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De crossfitter kan pull-ups demonstreren in de crossfitbox tijdens de open, waarbij hij zijn lichaam volledig strekt. Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 36 - Open vraag

Ontleed de volgende doelstelling middels de vier stappen:
De junioren kunnen de wreeftrap als voorzet uitvoeren, waarbij het standbeen telkens goed naast de bal wordt neergezet.
Wat is de bewegingsvorm? Wat is het waarneembaar eindgedrag? Wat zijn de omstandigheden en voorwaarden? Wat is de minimale eis?

Slide 37 - Open vraag

Concrete doelstelling zelf formuleren
In de volgende slide ga je zelf een doelstelling formuleren. 
Kies bij elke stap een antwoord uit en schrijf deze op een formulier, gebruik dus pen en papier.

Slide 38 - Tekstslide

Casus 1
 Een vrijgezellenfeest bestaande uit 12 mannen gaat een skitraining bij je volgen. De mannen hebben al in de sneeuw geskied. Ze hebben alleen nog nooit op een indoorrollerbaan gestaan. Aangezien dit heel anders is beginnen ze bij het begin. Na de training moeten ze ploegbochten kunnen skiën. Hierbij is het belangrijk dat ze uit hun voeten sturen en vloeiend bewegen. 

Slide 39 - Tekstslide

Formuleer een doelstelling op de casus in de vorige slide (je kunt op terug klikken)

Slide 40 - Open vraag

Casus 2
Een techniek groep gaat voor de tweede keer een boulder les bij je volgen. De les wordt gegeven bij GroPo. Je wilt ze leren vlaggen en indraaien. Uiteindelijk moeten ze een rode route kunnen klimmen waarbij ze hun balans bewaren. 

Slide 41 - Tekstslide

Formuleer een doelstelling op de casus in de vorige slide (je kunt op terug klikken)

Slide 42 - Open vraag

Klaar! 
Dit was de laatste slide, weet je nu hoe je een doelstelling kunt concreet kunt formuleren?

Slide 43 - Tekstslide