In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.
Lesduur is: 50 min
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
H2 Geld genoeg
§ 2.1 Hoe geef jij je geld uit?
§ 2.2 Ga je sparen of beleggen?
§ 2.3 Wie leent maakt schulden
§ 2.4 Geld moet rollen!
Slide 1 - Tekstslide
§ 2.1 Opbouw van de les
Start en lesdoelen
5 min
Uitleg
10 min
Quiz
10 min
Aan de slag!
10 min
Afsluiting
5 min
Slide 2 - Tekstslide
We gaan beginnen!
Op tafel:
je boek,
een schrift,
een pen én
je rekenmachine
Slide 3 - Tekstslide
Aan het eind van deze les kun je:
de drie soorten uitgaven onderscheiden;
een budgetplan (begroting) opstellen;
een reservering berekenen.
DE LESDOELEN
GOAL!
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Video
Neem dit schema over in je schrift en vul dit verder in!
Je mag overleggen!
Er zijn drie soorten inkomsten en drie soorten uitgaven.
Slide 6 - Tekstslide
Neem dit schema over in je schrift en vul dit verder in!
Je mag overleggen!
Er zijn drie soorten inkomsten en drie soorten uitgaven.
Slide 7 - Tekstslide
Die soorten uitgaven
Dagelijkse (huishoudelijke) uitgaven
Vaste lasten
Incidentele uitgaven
<div>Uitgaven die je betaalt van het huishoudgeld (bijv. eten, drinken, tandpasta, klein kadootje)</div>
<div>uitgaven die iedere periode (bijv. per maand per kwartaal) terugkomen (bijv. gas en elektriciteit, woonlasten, verzekeringen, contributies, abonnementen)</div>
<div>grotere uitgaven die je niet zo vaak doet of die niet regelmatig zijn en waarvoor je moet sparen (bijv. kleding, meubels, vakantie)</div>
Slide 8 - Tekstslide
Begroting (= budgetplan)
Een overzicht van je <u>verwachte</u> inkomsten en <u>verwachte</u> uitgaven voor de komende periode
Budgetteren
<div>het afstemmen van je inkomsten en je uitgaven, zodat er geen tekorten (of overschotten) ontstaan</div>
Slide 9 - Tekstslide
NIBUD
Nationaal Instituut voor BUDgetvoorlichting:
geeft voorlichting aan huishoudens over hoe om te gaan met geld.
Slide 10 - Tekstslide
scholieren.nibud.nl
Slide 11 - Link
Wat kun je doen als je te weinig geld hebt om al je uitgaven te kunnen betalen?
* Overleg eerst met je buurvrouw of buurman.
* Daarna ieder voor zich:
noteer minimaal twee antwoorden in jouw schrift.
Slide 12 - Tekstslide
Geld tekort? 3 oplossingen
Inkomsten vergroten.
Bezuinigen (= uitgaven verminderen). Let op: je kunt niet meteen op vaste lasten bezuinigen (i.v.m. opzegtermijn etc.).
Geld lenen. Let op: geld lenen kost geld! (§ 2.3).
Slide 13 - Tekstslide
Reserveren
Betekenis
<ul><li>Geld opzijzetten (sparen) om hier later grote of onverwachte uitgaven mee te betalen. </li><li>Je reserveert vooral voor incidentele uitgaven.</li></ul>
1
Formule
Reservering per maand = benodigde bedrag : aantal maanden
2
Slide 14 - Tekstslide
Reserveren
Opgave
<div>Sophie wil over twee jaar een scooter van € 2.100 kopen. Voor haar oude scooter ontvangt ze nog € 300. Hoeveel moet ze per maand reserveren? </div>
3
Antwoord
<div>(2100 - 300) : 24 = € 75<br></div>
4
Slide 15 - Tekstslide
Reserveren
Opgave
<div>Sophie wil over twee jaar een scooter van € 2.100 kopen. Voor haar oude scooter ontvangt ze nog € 300. Hoeveel moet ze per maand reserveren? </div>