In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Dit is niet oké
Onderdelen in deze les
Slide 1 - Tekstslide
Slide 2 - Tekstslide
Cultuur: alle teksten gelezen en opdrachten gemaakt (pagina 5 t/m 9)
Slide 3 - Tekstslide
Slide 4 - Tekstslide
Slide 5 - Tekstslide
Vertaal: Graecia in Europa est.
A
Italië is in Europa.
B
Europa is in Italië.
C
Griekenland is in Europa.
D
Europa is in Griekenland.
Slide 6 - Quizvraag
Vertaal: Roma in Italia est.
Slide 7 - Open vraag
Vertaal: Italia et Graecia in Europa sunt.
Slide 8 - Open vraag
Estne Roma in Italia?
Num Roma in Graecia est?
Rome is inderdaad niet in Griekenland.
Rome is niet in Italië.
Rome is in Italië.
Slide 9 - Sleepvraag
- Pensum deel 1 vertalen regel 1 t/m 19 p. 11
- Maken exercitia 1 t/m 3 p. 13 en 14
- Woorden cap. I leren op p. 19 t/m 21
Slide 10 - Tekstslide
Ik kan het enkelvoud (singularis) en meervoud (pluralis) van de zelfstandige naamwoorden en bijvoeglijke naamwoorden van groep 1 (vrouwelijk) en van groep 2 (mannelijk en onzijdig) herkennen.
Ik kan de Latijnse persoonsvormen est en sunt herkennen.
Ik kan de betekenis van de woorden van capitulum primum onthouden.
Ik kan een eenvoudige Latijnse tekst lezen en er vragen over beantwoorden.