Blok 4 deel 1 + voorbereiden PT1

Mens en Omgeving
Blok 4 

Omgangsvormen
Baliewerkzaamheden 

Was voorbereiden oefenen
Strijken oefenen 



1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide
Zorg en WelzijnMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

Onderdelen in deze les

Mens en Omgeving
Blok 4 

Omgangsvormen
Baliewerkzaamheden 

Was voorbereiden oefenen
Strijken oefenen 



Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen?
3e + 4e uur = theorie + oefenen baliewerkzaamheden + blok 4 maken

5e + 6e uur = praktijk oefenen + was spellen 

Slide 2 - Tekstslide

Omgangsvormen
Representatief 

beleefdheidsregels:
-jezelf voorstellen
-passend taalgebruik
-houding 
-geen kauwgum

Slide 3 - Tekstslide

Balie medewerker
• Stelt zich representatief en klantgericht op.
• Ontvangt en begroet de klant vriendelijk.
• Voert een informatief en zakelijk gesprek.
• Stemt het taalgebruik af op de klant, met name woordkeuze, wijze van spreken en het stemgebruik.
• Neemt een telefonische mededeling aan en geeft deze via een memo door.
• Maakt een telefonische afspraak.
• Kan schriftelijk rapporteren.
• Neemt Keurig afscheid.

Slide 4 - Tekstslide

Wat kan een reden voor een bedrijf zijn om te kiezen voor het dragen van bedrijfskleding.
A
Personeel ruikt dan lekkerder.
B
Personeel is herkenbaar.
C
Personeel heeft dan zelfvertrouwen.
D
Personeel heeft dan schone kleding aan.

Slide 5 - Quizvraag

Dit is een voorbeeld
van:
A
Verbale communicatie
B
Non-verbale communicatie
C
Informele taal
D
Formele taal

Slide 6 - Quizvraag

Telefoneren
Er zijn 2 soorten gesprekken:
- Uitgaande gesprekken, deze gesprekken begin je zelf.
- Binnenkomende gesprekken, deze gesprekken neem je aan.

Slide 7 - Tekstslide

Baliewerkzaamheden
Telefoneren
Twee soorten gesprekken:
  1. Uitgaand gesprek: Dit gesprek begin jezelf
  2. Binnenkomend gesprek: Dit gesprek neem je aan.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Schrijf 3 dingen op waar je tijdens het zakelijk telefoneren op let:

Slide 10 - Open vraag

Waarvoor gebruik je een telefoonmemo?
A
Om een totaaloverzicht van alle telefoongesprekken te maken.
B
Om alle telefoonnummers in te noteren.
C
Om aan het personeel de regels voor telefoneren duidelijk te maken.
D
Om de belangrijkste gegevens van een telefoongesprek te noteren.

Slide 11 - Quizvraag

Welke stelling over actief luisteren is NIET juist?
A
Je let op non-verbale signalen.
B
Je maakt oogcontact.
C
Je laat je makkelijk afleiden door je omgeving.
D
Je laat de ander uitpraten.

Slide 12 - Quizvraag

1

Slide 13 - Video

Telefoonmemo
Het voeren van een zakelijk uitgaand en binnenkomend gesprek

Leg het gesprek vast:
  • Noteer de datum en de tijd van het gesprek. 
  • Noteer de naam van degene die je gesproken hebt. 
  • Noteer gemaakte afspraken.  
  • Indien nodig, geef informatie door (aan je leidinggevende).

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Je werkt als baliemedewerker in een ziekenhuis. Een oude vrouw meldt zich. Wat is de beste manier om de vrouw aan te spreken?
A
Hoi mevrouw, wat kan ik voor je doen?
B
Hoi mevrouw, wat kan ik voor u doen?
C
Goedemorgen mevrouw, wat kan ik voor je doen?
D
Goedemorgen mevrouw, wat kan ik voor u doen?

Slide 16 - Quizvraag

Aan de slag!

oefenen met telefoonmemo + baliewerkzaamheden

Maak blok 4 af en laat nakijken 



timer
1:00

Slide 17 - Tekstslide

Textiel
Textiel betekent ‘geweven stof’.

Het wordt gebruikt voor kleding maar ook in de
 aankleding van een huis, zoals gordijnen of 
bekleding van een bank.

Ook in het huishouden komt textiel voor, 
zoals een handdoek, vaatdoek of zeem.



Slide 18 - Tekstslide

Functies van textiel
Textiel heeft verschillende functies:
  • Beschermen tegen kou, warmte en vocht.

  • Met kleding kun je je uiterlijk aantrekkelijker maken. Je kunt mooie vormen beter uit laten komen. Met kleding kun je je ook onderscheiden van anderen (politie, cultuur).

  • Met huishoudtextiel kun je schoonmaken en je hebt natuurlijk ook textiel om in te slapen, zodat je lichaam warm blijft.

Slide 19 - Tekstslide

Grondstoffen
De basismaterialen waar textiel van gemaakt wordt noemen we grondstoffen.

Natuurlijke grondstoffen: grondstoffen die in de natuur worden aangetroffen. Natuurlijke grondstoffen worden in twee groepen verdeeld: Plantaardig & Dierlijk.

Kunstmatige grondstoffen: grondstoffen die in de fabriek vervaardigd worden. Een ander woord voor kunstmatig is synthetisch. Kunstmatige grondstoffen worden in twee groepen verdeeld: Half synthetisch (hebben natuurlijke grondstoffen als basis) & Synthetisch

Slide 20 - Tekstslide

Was sorteren
  • Witte was
  • bonte was --> licht/donker
  • fijne was
  • handwas

Slide 21 - Tekstslide

Spelletjes

  • Was symbolen memory
Leg eerst de juiste paren bij elkaar


  • Kwartetspel

Slide 22 - Tekstslide

De klant komt klagen in het filmpje, hij is erg boos. Wat viel je op aan de reactie van de receptioniste?

Slide 23 - Woordweb

Praktijk oefenen


Strijken en de was

aan de hand van het beoordelingsformulier

Slide 24 - Tekstslide