Afronding voeding en vertering

Welke Binastabellen kunnen we gebruiken bij dit thema?
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 6

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Welke Binastabellen kunnen we gebruiken bij dit thema?

Slide 1 - Tekstslide

In welke Binas tabel vind je meer over de structuur van voedingsstoffen
A
67
B
82E
C
82A
D
82G

Slide 2 - Quizvraag

Welke van de onderstaande stoffen is geen monosacharide?
A
ribose
B
galactose
C
sucrose
D
maltose

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de goede volgorde voor de verbranding van glucose?
A
glycolyse -> decarboxylering -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus
B
decarboxylering -> glycolyse -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus
C
glycolyse -> decarboxylering -> citroenzuurcyclus -> oxidatieve fosforylering
D
glycolyse -> oxidatieve fosforylering -> citroenzuurcyclus -> decarboxylering

Slide 4 - Quizvraag

Welk energierijk molecuul komt niet voor in dierlijke cellen?
A
ATP
B
NADH+
C
NADPH
D
FADH

Slide 5 - Quizvraag

Welk enzym verteert geen koolhydraten?
A
Peptidase
B
Amylase
C
Maltase
D
Cellulase

Slide 6 - Quizvraag

In welk orgaan begint de vertering van vetten?
A
In de maag
B
In de galblaas
C
In de alvleesklier
D
In de 12-vingerige darm

Slide 7 - Quizvraag

Welk sap is geen verteringsap?
A
Speeksel
B
Maagsap
C
Gal
D
Darmsap

Slide 8 - Quizvraag

Welk van de onderstaande voedingsstoffen is geen brandstof?
A
Vetten
B
Nucleinezuren
C
Koolhydraten
D
Eiwitten

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de functie van insuline?
A
Verhogen van het bloedsuikerspiegel
B
Verlagen van het bloedsuikerspiegel
C
Omzetten van glycogeen in glucose
D
Bevorderen van de glucoseopname in de darm

Slide 10 - Quizvraag

Welk hormoon speelt geen rol bij de vertering van voedingsstoffen?
A
gastrine
B
secretine
C
insuline
D
cholecystokinine

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de minst belangrijke functie van de dunne darm?
A
Vertering van voedingsstoffen
B
Resorptie van voedingsstoffen
C
Resorptie van water
D
Productie van verteringsenzymen

Slide 12 - Quizvraag

Hoe stroomt het bloed in de poortader?
A
Van de maag naar de lever
B
Van de darm naar de lever
C
Van de lever naar de maag
D
Van de lever naar de maag

Slide 13 - Quizvraag

Waarom worden vetzuren eerst opgenomen in de lymfe?
A
Ze zijn te groot om meteen in het bloed terecht te komen
B
Ze lossen slecht op in het bloedplasma
C
Ze zorgen voor een te sterke verlaging van de pH van het bloed
D
Via de lymfe worden ze sneller naar vetweefsel gebracht

Slide 14 - Quizvraag

Welke maaltijd zorgt voor de snelste verhoging van het bloedsuikerspiegel?
A
Lasagne
B
Pizza salami
C
Patat met een kroket
D
Pannenkoeken met stroop

Slide 15 - Quizvraag

Wat verteer je sneller, vlees of groente? (Leg je antwoord uit)

Slide 16 - Open vraag

Wat is de functie van de dikke darm?

Slide 17 - Open vraag

Hoe herken je aan de naam van een stof dat het een enzym is
A
substraatnaam en toevoeging -ase
B
alle stofnamen die eindigen op -ine
C
productnaam en toevoeging - ase
D
alle stofnamen die eindigen op -ase

Slide 18 - Quizvraag

Bij welke pH werkt amylase het beste? In welke tabel vind je dit?
A
6-7,5 in 82F
B
dit is afhankelijk van je speeksel
C
bij alle pH's in 82E
D
6,6 in 82E

Slide 19 - Quizvraag

Welke stof zorgt ervoor dat het maagsap geneutraliseerd wordt in de 12 vingerige darm? Welke tabel?
A
NaCO3 in 82E
B
HCO3 - in 82F
C
HCl in 82F
D
Gal in 82F

Slide 20 - Quizvraag

Amylase helpt bij de vertering van zetmeel. Welke type sacharide is zetmeel en wat is het eindproduct van deze vertering?
A
Disacharide Glucose
B
Polysacharide Maltase
C
Polysacharide Maltose
D
Monosacharide Lactose

Slide 21 - Quizvraag

Gal verteert vet. Is deze bewering juist of onjuist?
A
onjuist
B
juist

Slide 22 - Quizvraag

Hoeveel celmembranen passeert een glucosemolecuul vanuit de darmholte tot in een haarvat in een darmvlok?
A
2
B
3
C
4
D
5

Slide 23 - Quizvraag

Gal wordt via het bloed vervoerd naar de 12 vingerige darm. Juist of onjuist?
A
Onjuist
B
Juist

Slide 24 - Quizvraag

Wat is de functie van slijm in de maag?
A
Bescherming van maagwand tegen HCl
B
Bescherming van maagwand tegen HCl en pepsine
C
Soepel maken van de maaginhoud
D
Bescherming van de maagwand tegen pepsine

Slide 25 - Quizvraag

Wat is de reden dat insuline bij diabetespatiënten niet als pil toegediend kan worden?
A
insuline is een eiwit en wordt verteerd in de maag
B
insuline werkt te traag als het eerst verteerd moet worden
C
insuline is een hormoon en kan niet in een pil verwerkt worden
D
omdat diabetespatiënten van prikken houden

Slide 26 - Quizvraag