cross

Les 4: Voeding 2021

Les 4
 Organen van vertering + Verteringsstelsel
Gebruik bij deze les: BOEK 2A wel--  Je WERKBOEK 2A wel (Thema voeding)
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 6 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 4
 Organen van vertering + Verteringsstelsel
Gebruik bij deze les: BOEK 2A wel--  Je WERKBOEK 2A wel (Thema voeding)

Slide 1 - Tekstslide

In jullie werk laten jullie zien en leggen jullie uit wat er tijdens de vertering van voedsel gebeurt.

1. De namen van de organen die een rol spelen bij de spijsvertering
2. De verteringssappen die vrijkomen (waar en welke)
3. Wat er in elk orgaan gebeurt en waarom dat belangrijk is
4. Wat er gebeurt met de voedingsstoffen die verteerd worden tot verteringsproducten en
     voedingsstoffen die niet verteerd hoeven te worden. 


Je maakt geen samenvatting of PowerPoint. 
Niet ergens alles opschrijvenJe leest niet voor. Wees creatief!
2-tal opdracht: Spijsvertering (cijfer)
Creatief: Van 'mond tot kont' (gebruik het woord 'anus')

Slide 2 - Tekstslide

Aanpak: Eerst een plan maken
1.  Bedenk hoe jullie 'De spijsvertering opdracht' gaan oppakken.
     Noteer dit op het blad
2. Je hebt heel veel kennis nodig. Je zoekt waar je die kennis  kunt vinden 
     (Boek 2A blz 62 t/m 68) en LessonUP
3. Noteer de organen van vertering in volgorde onder elkaar in je schrift
3.  Spreek af wie van de 2 de informatie gaat opschrijven die jullie gaan gebruiken.
4.  Klopt het allemaal, hebben jullie alles van 'mond tot anus' erin zitten?
      Bekijk hiervoor de vorige slide! Pas aan en verbeter waar nodig.
5.  Nu kun je het gaan uitvoeren.   (Lever op tijd in (te laat is extra opdracht) 

Slide 3 - Tekstslide

Materiaal dat al eens is gebruikt
Ieder van het groepje een oud t-shirt .....
Behangpapier ......
Eigen gemaakte 'voeding' - 'organen' - 'sappen' ......
Een boterham op een bordje en daarna......

Lukt het niet? Vraag hulp.  Je kunt altijd voor
'behangpapier +             + uitleg kiezen.

Slide 4 - Tekstslide

Leerdoelen
  1. Je kunt uitleggen wat vertering is
  2. Je kunt vertellen welke organen een rol spelen bij de vertering
  3. Je kunt uitleggen welke verteringsklieren er zijn en welke verteringssappen vrijkomen
  4.  Je kunt vertellen wat darmperistaltiek is, wat is de functie en waar in het lichaam dat voorkomt
  5.  Je kunt van elk orgaan dat een rol speelt bij de vertering de functie uitleggen
  6.  Je weet welke voedingsstoffen verteerd worden tot verteringsproducten en welke
         voedingsstoffen direct in het bloed kunnen worden opgenomen 
   7.   Je vertelt waar en hoe de verteringsproducten en voedingsstoffen in het bloed worden
         opgenomen en waarom de belangrijk is
             Je gaat een filmpje kijken ...... je hoeft de moeilijke woorden niet te onthouden

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video


Tip: Maak een samenvatting m.b.v. de doelen 


Maak en kijk na met een andere kleur,  in je werkboek 2A:
Gebruik je boek van blz.  62 t/m 68
B6: blz. 73 t/m 76 opdr. 29 t/m 33
B7: blz. 77 t/m 80 opdr. 34 t/m 39

Slide 7 - Tekstslide

Vertering
In voedingsmiddelen zitten voedingsstoffen.

De vetten, eiwitten en (veel) koolhydraten kunnen niet zomaar opgenomen worden in het bloed. Deze voedingsstoffen moeten verteerd worden.  Er ontstaan dan verteringsproducten.

Vitamines, mineralen en water kunnen wel direct worden opgenomen in het bloed. 
Vertering van deze stoffen is niet nodig.


Slide 8 - Tekstslide

Heb je opgelet?
Welke voedingsstoffen moeten worden verteerd?
A
Vitaminen, eiwitten, koolhydraten
B
Eiwitten, vetten, koolhydraten
C
Vetten, koolhydraten, mineralen
D
Koolhydraten, vitaminen, mineralen

Slide 9 - Quizvraag

Groter oppervlak: Betere vertering mogelijk
Mondholte - keelholte - slokdarm

Slide 10 - Tekstslide

Heb je opgelet?
Door kauwen wordt het oppervlak van het voedsel vergroot. Waarom?
A
Speeksel werkt beter in op het voedsel
B
Dan kun je het beter doorslikken

Slide 11 - Quizvraag

Peristaltische bewegingen en vertering
Voedsel verplaatst zich binnen het lichaam van de ene naar de ander plaats, door bijvoorbeeld de slokdarm en het darmkanaal. 

Dat gebeurt o.a. door peristaltische bewegingen.

Ondertussen wordt het voedsel verteerd. 
De voedingsstoffen worden 'kleiner gemaakt'. 
Er ontstaan verteringsproducten. 
Deze kunnen worden opgenomen in het bloed.

Drie voedingsstoffen worden verteerd.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Video

Slide 14 - Video

Vertering
Vertering is het omzetten van voedingsstoffen in verteringsproducten.
Verteringsklieren maken verteringssappen:
  • speekselklieren (speeksel_
  • maagsapklieren (maagsap)
  • de lever  (gal) en de alvleesklier(sap)
  • darmsapklieren (in de dunne darm)
Deze sappen zetten voedingsstoffen om in verteringsproducten. 
Die laatste worden vanuit de dunne darm opgenomen in het bloed.

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Video

De maag

In de wand van de maag zitten maagsapklieren. Die maken maagsap.
Dat sap is belangrijk voor de vertering. 
De  kringspieren en lengtespieren van de maagwand zorgen voor het kneden van het voedselbrij met het sap.  De maag is een tijdelijke opslagplaats van het voedsel.

Het maagportier is een sluitspier die steeds even open gaat om wat voedsel naar de 12-vingerige darm door te laten. 

Slide 17 - Tekstslide

Twaalfvingerige darm
Na de maag komt de voedselbrij terecht in de twaalfvingerige darm.
De lever, galblaas en de alvleesklier zijn verbonden met de twaalfvingerige darm.
Gal wordt geproduceerd in de lever en opgeslagen in de galblaas. Als het nodig is, komt de gal via de galblaas in de twaalfvingerige darm.



lever
Twaalfvingerige darm
maag
galblaas
alvleesklier

Slide 18 - Tekstslide

Als er vet verteerd moet worden, komt er gal vanuit de galblaas
bij de voedselbrij waar vet in zit. Gal maakt van grote vetdruppels 
kleine vetdruppeltjes.

De lever produceert gal. De gal wordt in de galblaas opgeslagen (bewaard).   
 
Die kleine vetdruppeltjes kunnen door bijv. het alvleessap verteerd worden. Daarna kan het verteringsproduct van het vet opgenomen worden in het bloed.

Slide 19 - Tekstslide

Heb je opgelet?
Wat is een functie van de lever?
A
Hier wordt gal opgeslagen
B
Hier wordt gal gemaakt
C
Produceert leversap
D
Het leverzuur doodt bacteriën

Slide 20 - Quizvraag

Zetmeel is een koolhydraat. 
Koolhydraten worden verteerd
Zetmeel: 00000000  
Speeksel 'knipt' in je mond het zetmeel:  00   00   00   00
Verteringssappen van de alvleesklier erbij:  0    0    0    0     0    0   0
Nu is het zetmeel verteerd tot het verteringsproduct : 0 = glucose    

Glucose kan vanuit de dunne darm worden opgenomen in het bloed. 
Het is de brandstof voor die alle cellen in het lichaam nodig hebben
 voor de verbranding. 

Er bestaan ook andere suikers:
lactose (vruchtensuiker)
sacharose (kristalsuiker)
....

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Video

De darmsapklieren in de wand van de dunne darm produceren darmsap. Die verteren de laatste restjes van de voedselbrij.  Het is nu een waterige massa dat bestaat uit verschillende verteringssappen,  voedingsstoffen, verteringsproducten en water. 
Vertering in de dunne darm en opname stoffen in bloed door de haarvaatjes
De wand van de darmvlok is heel dun: Water met voedingsstoffen en verteringsproducten kan er door.

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Video

Blindedarm, dikke darm, endeldarm
De dikke darm is 1,5 meter lang.

In de dikke darm bevindt zich de waterige onverteerde resten voedselbrij.  De voornaamste taak van de dikke darm is het opnemen van vocht. Dat water wordt opgenomen in de bloedvaten van de dikke darm. De voedselbrij dikt in en er gaat niet  teveel vocht verloren.

De ingedroogde brij wordt door de peristaltische beweging richting de endeldarm gedrukt. Daar wordt het verzameld. 
Aan het einde van de endeldarm zit een kringspier.  Dat is de anus. Als je naar het toilet gaat, ontspant de anus en verlaat de ontlasting jouw lichaam. 

Wist je dat poep veel vertelt over hoe en wat je verteerd?


Bacteriën in de dikke darm kunnen een deel verteren. De suikers die hierbij vrij komen nemen wij op. Ook maken de bacteriën vitamine K.
Niet leren!
Bij diarree is er te weinig water onttrokken aan de voedselbrij

Slide 25 - Tekstslide

In jullie werk laten jullie zien en leggen jullie uit wat er tijdens de vertering van voedsel gebeurt.

1. De namen van de organen die een rol spelen bij de spijsvertering
2. De verteringssappen die vrijkomen (waar en welke)
3. Wat er in elk orgaan gebeurt en waarom dat belangrijk is
4. Wat er gebeurt met de voedingsstoffen die verteerd worden tot verteringsproducten en
     voedingsstoffen die niet verteerd hoeven te worden. 


Je maakt geen samenvatting of PowerPoint. 
Niet ergens alles opschrijvenJe leest niet voor. Wees creatief!
Groepsopdracht: Spijsvertering (cijfer)
Creatief: Van 'mond tot kont' (gebruik het woord 'anus')

Slide 26 - Tekstslide

Materiaal dat al eens is gebruikt
Ieder van het groepje een oud t-shirt .....

Behangpapier ......

Eigen gemaakte 'voeding' - 'organen' - 'sappen' ......

Een boterham op een bordje en daarna......

Slide 27 - Tekstslide

Gebruik de leerdoelen
Leren
Oefenen - Wat ken je al?
Herhalen wat je nog niet weet
Veel herhalen wat je lastig vindt
Op tijd om hulp vragen (thuis / op school)

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Beweging in de slokdarm ...
Peristaltische bewegingen
1
Long
2
Hart
3
Lever
4
Maag maakt maagsap; Dit verteert eiwit.
5
Dikke darm
6
Dunne darm
7
Slokdarm
8
Milt (opstroomstof)
9
Nier 
10
Urineblaas
6
Leer de organen en maak een mindmap / samenvatting / tekstchema

Slide 30 - Tekstslide

Long: opname zuurstof
afgifte: koolstofdioxide
2
Hart: Bloed wordt rond gepompt.
Bloed neemt verteringsproducten op
3
Lever: produceert gal
Gal emulgeert vet zodat de verteringssappen vet kunnen 'afbreken'.
Gal wordt opgeslagen in de galblaas
4
Maagsap verteert een deel van het voedsel. Slaat voedsel tijdelijk op. Maagportier = kringspier die open en dicht gaat.
5
Dikke darm:
Onttrekt water aan onverteerbare voedselresten
Water gaat terug naar het bloed

6
Darmsappen verteren een deel van het voedsel. Vanuit de dunnedarm:  bloed neemt verteringsproducten op. Bloedvaten liggen in de darmvlokken. Er is een  groot oppervlak van darmplooien en darmvlokken
7
Slokdarm: verplaatst voedelbrij van de keelholte naar de maag
8
Milt (niet leren)
9
Opstroomleerlingen:
Nier: Filtert afvalstoffen uit je bloed die samen met water je urine vormen
Berekent of je lichaam vocht nodig heeft
Samen met het beenmerg belangrijk voor de aanmaak van rode bloedcellen
10
Urineblaas: Opslagplaats voor urine.
Daarom hoef je niet 'elke minuut' naar de wc.
6
Start koolhydraatvertering
In de mond, door het speeksel
1
Vertel wat er waar gebeurt tijdens de vertering! 
functies organen bij de spijsvertering

Slide 31 - Tekstslide

Lever: maakt gal
A
Verbinding tussen de lever en de galblaas naar de twaalfvingerige darm.
B
Maag
Extra info: In de maag wordt eiwit verteerd.
C
Alvleesklier. De Alvleesklier maakt Alvleeskliersap.
Extra: Alvleeskliersap verteert vet, eiwit en koolhydraten.
D
Verbinding van de alvleesklier naar de twaalfvingerige darm
Verbinding van de galblaas naar de twaalfvingerige darm
D
Dunne darm. Het eerste deel (waar de maaginhoud in komt heet de twaalfvingerige darm)
F
Galbuis
H
Galblaas: 
Opslagplaats van gal
G
Wat doet gal?
Leer de onderdelen
Gal emulgeert vetten: Maakt van grote vetbollen kleine vetbolletjes
G

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide