H3 Gerund & infinitive

Gerund & infinitive
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Gerund & infinitive

Slide 1 - Tekstslide

Gerund (verb + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
Infinitive (to + verb) 

  1. na would like / would love

Slide 2 - Tekstslide

Emily isn't interested in
... beach volleyball.
A
to play
B
playing

Slide 3 - Quizvraag

Oliver is looking forward to
... his friends on holiday.
A
seeing
B
see

Slide 4 - Quizvraag

We'd like ... to
Russia next year.
A
going
B
to go

Slide 5 - Quizvraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
Infinitive (to + hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken

Slide 6 - Tekstslide

I love ... to this city
because it's so exciting!
A
came
B
coming
C
come
D
to come

Slide 7 - Quizvraag

I enjoy ... the sport events, and so far I've seen a BMX competition and a boxing match.
A
watches
B
watch
C
watching
D
to watch

Slide 8 - Quizvraag

Ben / enjoy / see his friends
/ after school
timer
1:00

Slide 9 - Open vraag

Anna and Charles hope ... to a festival this summer.
A
going
B
to go

Slide 10 - Quizvraag

Do you enjoy ... on a campsite?
A
staying
B
to stay

Slide 11 - Quizvraag

I want ... with my friends.
A
to spend time
B
spending time

Slide 12 - Quizvraag

I detest ... (wait) in line at the supermarket.

Slide 13 - Open vraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
Infinitive (to + hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken

Slide 14 - Tekstslide

I've started ... at this school this year.
A
To work
B
Working

Slide 15 - Quizvraag

She continued ... about her accomplishments.
A
brags
B
to brag
C
bragging
D
to bragging

Slide 16 - Quizvraag

I demand ... dinner right now!
A
having
B
to have
C
have

Slide 17 - Quizvraag

The teacher stopped ... (talk) and left the room.

Slide 18 - Open vraag

You aren't allowed ... over that fence, kids!
A
jumping
B
jump
C
to jump

Slide 19 - Quizvraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
  4. Na voorzetsels
Infinitive (to + hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken
  4. Na specifieke werkwoorden (decide, choose, learn, etc)

Slide 20 - Tekstslide

This year I've decided ...
my cousins at the summer festival.
A
meet
B
meeting
C
to meet

Slide 21 - Quizvraag

"Did you manage ... Jack yesterday?"
A
contacting
B
to contact

Slide 22 - Quizvraag

"The criminal refused ... during the trial."
A
cooperating
B
to cooperate

Slide 23 - Quizvraag

He never eats breakfast before ... (to head out) to work

Slide 24 - Open vraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
  4. Na voorzetsels
  5. Na uitdrukkingen
  6. Na zintuiglijke werkwoorden
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken
  4. Na specifieke werkwoorden (decide, choose, learn, etc)
Remember + gerund = al gebeurd
Remember + infinitive = moet nog

Slide 25 - Tekstslide

I don't mind ... up early.
A
to getting
B
to get
C
getting
D
gets

Slide 26 - Quizvraag

The film isn't worth ....
A
seeing
B
to see
C
to seeing
D
see

Slide 27 - Quizvraag

I watched him ... (to kayak) through that river.

Slide 28 - Open vraag

"Do you mind ... quiet for a while? Because I really need to finish this assignment today."
A
being
B
to be

Slide 29 - Quizvraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
  4. Na voorzetsels
  5. Na uitdrukkingen
  6. Na zintuiglijke werkwoorden
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken
  4. Na specifieke werkwoorden (decide, choose, learn, etc)
Remember + gerund = al gebeurd
Remember + infinitive = moet nog

Slide 30 - Tekstslide

This topic about 'gerund' and 'infinitive' is clear to me now.
A
Yes, definitely
B
Yes, I think so...
C
No, I need some more explanation
D
No, but I only have to practice some more.

Slide 31 - Quizvraag

Next lesson
Don't forget the homework exercises in Magister.

Slide 32 - Tekstslide