Unit 5 lesson 4 Gerund & infinitive

Grammar 2
* Gerund & infinitive 
1 / 22
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 3

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Grammar 2
* Gerund & infinitive 

Slide 1 - Tekstslide

Gerund & infinitive

Slide 2 - Tekstslide

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord + na VOORZETSELS
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love

Slide 3 - Tekstslide

Emily isn't interested in
... beach volleyball.
A
to play
B
playing

Slide 4 - Quizvraag

Oliver is looking forward to
... his friends on holiday.
A
seeing
B
see

Slide 5 - Quizvraag

we / would like /
have a barbecue / today.
timer
1:00

Slide 6 - Open vraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken

Slide 7 - Tekstslide

I love ...... to this city
because it's so exciting!
A
came
B
coming
C
come
D
to come

Slide 8 - Quizvraag

I enjoy ..... the sport events, and so far I've seen a BMX competition and a boxing match.
A
watches
B
watch
C
watching
D
to watch

Slide 9 - Quizvraag

Ben / enjoy / see his friends
/ after school.
timer
1:00

Slide 10 - Open vraag

I detest __ (wait) in line at the supermarket.

Slide 11 - Open vraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken

Slide 12 - Tekstslide

I've started ... at this school this year.
A
To work
B
Working

Slide 13 - Quizvraag

I demand ... dinner right now!
A
having
B
to have
C
have

Slide 14 - Quizvraag

The teacher stopped ___ (talk) and left the room.

Slide 15 - Open vraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
  4. Na voorzetsels
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken
  4. Na specifieke werkwoorden (decide, choose, learn, etc)

Slide 16 - Tekstslide

they / decide / stay in a hotel /
last night.
timer
1:00

Slide 17 - Open vraag

This year I've decided .....
my cousins at the summer festival.
A
meet
B
meeting
C
to meet

Slide 18 - Quizvraag

Gerund (werkwoord + ing):

  1. werkwoord als zelfstandig naamwoord
  2. na werkwoorden die aangeven dat je iets (niet) leuk vindt
  3. Na start / stop / continue / etc.
  4. Na voorzetsels
  5. Na uitdrukkingen (bv: to be worth, it's no use, to mind etcetera)
  6. Na zintuiglijke werkwoorden
Infinitive (to+hele ww) 

  1. na would like / would love
  2. na werkwoorden die een wens of gevoel uitdrukken
  3. na werkwoorden die een bevel uitdrukken
  4. Na specifieke werkwoorden (decide, choose, learn, etc)
Remember + gerund = al gebeurd
Remember + infinitive = moet nog

Slide 19 - Tekstslide

I don't mind ... up early.
A
to getting
B
to get
C
getting
D
gets

Slide 20 - Quizvraag

The film isn't worth ....
A
seeing
B
to see
C
to seeing
D
see

Slide 21 - Quizvraag

See you next time!
Don't forget doing your homework!!!! (see ItsLearning)

Slide 22 - Tekstslide