4.5 het buurtprofiel

Buurtprofiel



par. 4.5
H4 Stedelijke gebieden
Leefomgeving

- Vr. 6 mrt buurtveldwerk
Start in het lokaal
Groepsindeling via mail
Opdrachtboekje met route
Boekje inleveren in lokaal
Spionnen
Log maar in!
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
AardrijkskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Buurtprofiel



par. 4.5
H4 Stedelijke gebieden
Leefomgeving

- Vr. 6 mrt buurtveldwerk
Start in het lokaal
Groepsindeling via mail
Opdrachtboekje met route
Boekje inleveren in lokaal
Spionnen
Log maar in!

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Waar staat de afkoring 'NOVI' voor?
A
Nationale onderwijsvisie
B
Nationale omgevingsvisie
C
Nederlandse omgevingsvisie
D
Nederlandse overheidsvisie

Slide 5 - Quizvraag

Wat zijn de belangrijkste uitgangspunten van de NOVI, waarin het ruimtelijke beleid door de overheid is bepaald?
A
Ruimte voor natuur
B
Milieubescherming
C
Duurzame economie
D
Gezondheid

Slide 6 - Quizvraag

Verbind elke omschrijving met het juiste begrip.
Sustainable City
Smart City
Stedelijke groei
Bevolkingskrimp
De speelgoedwinkel sluit zijn deuren
Subsidie voor de stadstuin
Studentenhuisvesting in containers
Stadverlcihting met ledlampen

Slide 7 - Sleepvraag

Welke overheidsorgaan gaat over de ruimtelijke ordening op lokale schaal?
A
De gemeente
B
De provincie
C
De stadsgewesten
D
Het Rijk

Slide 8 - Quizvraag

Buurtprofiel
Samenvatting van de belangrijkste kenmerken van een buurt.

Inhoud: 
1. Kenmerken woningen 
2.Kenmerken bewoners
3.Inrichting van de openbare ruimte 

Slide 9 - Tekstslide

Kijkopdracht Typisch Klarendal
1. Kenmerken woningen
2.Kenmerken bewoners
3.Inrichting van de openbare ruimte 

Slide 10 - Tekstslide

Slide 11 - Video

Geef een omschrijving van de buurt op basis van een buurtprofiel (kenmerken woningen, bewoners)

Slide 12 - Open vraag

Wie van jullie woont in een koopwoning of een huurwoning?
A
Koop
B
Huur
C
Anders

Slide 13 - Quizvraag

Wat voor type woning?
A
Vrijstaand
B
Geschakeld
C
Appartement/flat
D
Caravan/chalet

Slide 14 - Quizvraag

Woningkenmerken

  • ouderdom
  • eigendom
  • woningtype
  • staat van onderhoud

Slide 15 - Tekstslide

Bewoners kenmerken
1 leeftijd; 
2 inkomen; 
3 huishoudenstype

Slide 16 - Tekstslide

Wat is de samenhang tussen de woning en de mensen die in die woning wonen?

Slide 17 - Open vraag

Samenhang tussen woningkenmerken + bewonerskenmerken
Oudere, goedkopere, slecht onderhouden huurwoningen (flatwijken, vooroorlogse wijken) -> armere mensen (mensen met migratie-achtergrond, alleenstaande ouders, ouderen)

duurdere, goed onderhouden koopwoningen (jaren '30, vinex, monumentale stadswoningen -> hoger inkomen (gezinnen met kinderen en mensen zonder migratie-achtergrond, tweeverdieners)


Slide 18 - Tekstslide

Kwaliteit woningvoorraad
Aan woningen is te zien in welke tijd ze gebouwd werden en hoe de leefomstandigheden op dat moment waren. 

  • Eind 19e eeuw: industrialisatie en urbanisatie, goedkope huurwoningen voor arbeiders. Slechte leefomstandigheden -> 1901 woningwet;
  • Na WOII: woningnood, goede kleine eengezinswoningen;
  • Woningnood blijft aan: portiekflats met plantsoenen en parkeerplaatsen;
  • Jaren '70: galerijflats, ruime flats, veel voorzieningen en openbaar groen;
  • Na 1980: stadsvernieuwing + nieuwbouwwijken middeninkomens;
  • Na 1985: aantrekkelijke stad -> nieuwe dure huizen en renovatie van oude wijken.

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

19e -eeuwse arbeiderswijk
Vroeger arm, nu populair onder relatief jonge (rijke) mensen met 1 of 2 kinderen

Slide 21 - Tekstslide

Woningkenmerken?
±1910, woningbouwcorporatie, etagewoningen, goed onderhouden.

Bewonerskenmerken?
Kleine huishoudens, mensen met migratie-achtergrond, laag inkomen, veel alleenstaanden.

Slide 22 - Tekstslide

Woningkenmerken?
Jaren '60/'70, corporatie (huur), galerijflat, vaak redelijk goed onderhouden.

Bewonerskenmerken?
Ruime flats: grotere huishoudens met kinderen, mensen met migratie-achtergrond, laag-midden inkomen.

Slide 23 - Tekstslide

Woningkenmerken?
Na 1990, koop en ± 30% sociale huur, rijtjes / appartementen, vrijstaand, goed onderhouden, want nieuw.

Bewonerskenmerken?
Gemiddeld grotere huishoudens, hogere inkomens, gezinnen met kinderen.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Video

Welke aanpassingen zou jij willen maken in je eigen buurt?

Slide 26 - Woordweb

Opdracht
maken paragraaf 4.5
klaar? werk aan Test jezelf 4.1/4.2/4.3

Slide 27 - Tekstslide

Naar welke kenmerken kijk je bij het maken van je eigen buurtprofiel?

Slide 28 - Open vraag

Geef een omschrijving van je buurtprofiel op basis van de 3 kenmerken.

Slide 29 - Woordweb

Links:
https://nl.wikipedia.org/wiki/Wijken_en_buurten_in_houten

Google: Buurtprofiel (naam wijk/buurt)
-> Bijv.: Weetmeer.nl
(aantal inwoners,  aantal huishoudens, bevolkingsdichtheid, vraagprijs, personen per huishouden, type huishouden, gemiddelde leeftijd, % hoge en lage inkomens, wat is opvallend hoog of laag, type woningen)

Slide 30 - Tekstslide