Formuleren - trappen van vergelijking en als/dan

Trappen van vergelijking
1 / 14
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 14 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Trappen van vergelijking

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
Je leert wat de trappen van vergelijking zijn.
Je leert wanneer je als en dan moet gebruiken bij de trappen van vergelijking.

Slide 2 - Tekstslide

leuk - leuker - leukst
Trappen van vergelijking

Bijvoeglijk naamwoord

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

mooi - mooier - mooist

Slide 5 - Tekstslide

dik - dikker - dikst

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Als en dan
Als en dan hebben veel met de trappen van vergelijking te maken

Er zijn regels voor de woorden als en dan bij de trappen van vergelijking


Slide 8 - Tekstslide

Als en dan
twee gelijke zaken > als

verschil > dan

Slide 9 - Tekstslide

Stellende trap
Joep is groot
Joep is even groot als Lars

Vis is lekker
Vis is net zo lekker als vlees

Slide 10 - Tekstslide

Vergrotende trap
Joep is groter
Joep is groter dan Lars

Vis is lekkerder
Vis is lekkerder dan vlees

Slide 11 - Tekstslide

Overtreffende trap
Lisa is het grootst

Vis is het lekkerst

Slide 12 - Tekstslide

Na als/dan
Hij is enthousiaster dan ...

Plak er een persoonsvorm achter! Dan hoor je wat er moet staan

Slide 13 - Tekstslide

Na als/dan
Hij is enthousiaster dan ik (ben)

Plak er een persoonsvorm achter! Dan hoor je wat er moet staan

Slide 14 - Tekstslide