Les 3: van tarwekorrel t/m bloem/meel

Welkom
Producttechnologie Brood
Tarwekorreln t/m bloem/meel
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
VoedingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Welkom
Producttechnologie Brood
Tarwekorreln t/m bloem/meel

Slide 1 - Tekstslide

Na deze les kun je:
  • De voorbewerkingen omschrijven
  • Het verschil tussen vlakmaalderij en hoogmaalderij beschrijven
  • De verschillendefasen bij vlakmaalderij aangeven
  • Het begrip uitmalingsgraad uitleggen
  • Verschil uitleggen tussen meel en bloem

Slide 2 - Tekstslide

Herhaling van vorige les

Slide 3 - Tekstslide

De belangrijkste stof in bloem/meel is
A
Zetmeel/Vitaminen
B
Eiwitten/Zetmeel
C
Zetmeel
D
Eiwitten

Slide 4 - Quizvraag

Wat is schot?

Slide 5 - Open vraag

Brood wordt niet gaar dit komt door:
A
De temperatuur van de oven
B
Tijd van het kneden
C
Hoeveelheid zetmeel
D
Hoeveelheid eiwit

Slide 6 - Quizvraag

Voor het maken van brood wordt gebruik gemaakt van
A
Tarwe
B
Harde tarwe
C
Zachte tarwe
D
Combinatie tussen harde en zachte tarwe

Slide 7 - Quizvraag

Meellichaam
Kiem
Zemel

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is het voordeel van harde tarwe?
A
Het versplinterd meer
B
Hoger zetmeelgehalte
C
Veel vezels

Slide 9 - Quizvraag

Waarom mag gist en zout niet tegelijk toegevoegd worden?

Slide 10 - Open vraag

Reinigen en opslag
  • Steentjes, zand, stof, insecten, larven
  • Vochtgehalte bij opslag niet hoger dan 14%
  • Bij warmteontwikkeling bruine kleur
  • Indien vochtgehalte hoger -> drogen
  • Vochtgehalte tijdens het malen (15 uur):
  1. Harde tarwe: 17,5%
  2. Zachte tarwe: 16%
  • Bevochtigen: taai maken zemel, losser maken zemel van het meellichaam, brozer maken meellichaam

Slide 11 - Tekstslide

Vlakmaalderij
  • Meel wordt in een keer gemalen
  • Bevat alle bestanddelen van de korrel
  • Nadelen:
  1. Zemel niet eerst verwijderen
  2. Eiwitkwaliteit gaat achteruit

Slide 12 - Tekstslide

Hoogmaalderij
  • Wordt in verschillende walsstoelen gemalen
  • Walsstoel bestaat uit 2 paar walsen
  • Walsstoel 1: schroten: grote brokstukken
  • Walsstoel 1 t/m 5: ribbels, verwijderen zemel
  • Volgende walsstoelen glad
  • Elk deel wordt apart opgevangen.
  • Voordeel: verschillende zeeffracties met verhoudingen met elkaar mengen

Slide 13 - Tekstslide

Doelen malen
  • Zemelen scheiden van het meellichaam
  • Kiemen verwijderen
  • Meellichaam verkleinen tot bloemdeeltjes
  • Het eitwitrijke deel afsplitsen van het zemelrijke deel

Slide 14 - Tekstslide

Uitmalingsgraad
  • Eiwitkwaliteit is belangrijk
  1. Beste eiwit- en zetmeelkwaliteit, geen enzymen
  2. Iets mindere kwaliteit, hoger gehalte eiwit, iets meer enzymen
  3. Nog mindere kwaliteit, veel minerale zouten, veel enzymen

Slide 15 - Tekstslide

Uitmalingsgraad
  • Percentage van graankorrel dat na het malen en zeven overblijft
  • Hoe hoger hoe meer zemel er aanwezig is
  • Na samenstelling wordt ascorbinezuur toegevoegd waardoor glutenvorming beter

Slide 16 - Tekstslide

Verschillende soorten bloem

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide