de arbeidsmarkt: les 1

Wat is de arbeidsmarkt?
Les 1
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Wat is de arbeidsmarkt?
Les 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Na deze les weet je...
  • Wat de arbeidsmarkt is 
  • Waarom er meer of minder werk is 
  • Welke soorten werkloosheid er zijn 
  • Waardoor werkloosheid ontstaat 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 3 - Video

Deze slide heeft geen instructies

AANBOD
VRAAG
vacature
sollicitatiebrief
"ik zoek werk." 
"ik zoek mensen."

Slide 4 - Sleepvraag

Sleepvraag ter verduidelijking van de arbeidsmarkt.

In het begin kan er verwarring ontstaan over wat nou precies 'vraag' is en wat 'aanbod.' 
Wat is de arbeidsmarkt?
vraag
De vraag naar arbeid is afkomstig van de werkgevers.
(werkgevers die vragen naar arbeiders)
De vraag naar arbeid bestaat uit alle banen en vacatures bij werkgevers. Zij hebben mensen nodig die bij hen komen werken.
aanbod
Het aanbod van arbeid bestaat uit alle mensen met werk en alle mensen die werk zoeken. Zij bieden arbeid aan.
de arbeidsmarkt
De arbeidsmarkt bestaat uit alle vraag naar arbeid en aanbod van arbeid.

Slide 5 - Tekstslide

Duur:

De arbeidsmarkt is geen echte markt waar je naar toe gaat meet een fictieve markt.

de vraag:
De arbeidsmarkt bestaat uit alle vraag naar arbeid en aanbod van arbeid.

De vraag naar arbeid is afkomstig van de werkgevers.
(werkgevers die vragen naar arbeiders)

De vraag naar arbeid bestaat uit alle banen en vacatures bij werkgevers. Zij hebben mensen nodig die bij hen komen werken.

Het aanbod:
Het aanbod van arbeid bestaat uit alle mensen met werk en alle mensen die werk zoeken. Zij bieden arbeid aan.

Slide 6 - Tekstslide

Het aanbod op de arbeidsmarkt vormt zich in alle mensen die willen werken. Hierin is weer onderscheid gemaakt tussen mensen die willen werken, die al werken of werkzoekende zijn. Om het aanbod op de arbeidsmarkt te kunnen analyseren, wordt er gekeken vanaf de totaal bevolking.

Beroepsgeschikte bevolking:
Beroepsgeschikte bevolking bestaat uit alle mensen die de leeftijd hebben van 15 tot 74 jaar. De beroepsgeschikte bevolking kunnen we verdelen in de niet actieve en beroepsbevolking.

Niet actief:
De niet actieve groep heeft wel de juiste leeftijd, maar willen/kunnen zelf (nog) niet werken. Voorbeelden van mensen die behoren tot de niet actieve groep zijn:
- studenten
- arbeidsongeschikte
- huisvrouwen/mannen
- vervroegd pensioen
Doordat deze groep niet werkt of niet zoekende is, behoren zij niet tot het aanbod op de arbeidsmarkt.

Beroepsbevolking:
In tegenstelling tot de niet actieve groep, behoren de mensen uit de beroepsbevolking wel tot het aanbod op de arbeidsmarkt. Tot de beroepsbevolking behoren namelijk alle mensen die kunnen en willen werken. Je hebt de groep werkzame. Zij willen wel werken en zijn direct beschikbaar, maar zijn (nog) zoekende. Als we praten over werkloosheid, hebben we het dus over dit deel van de bevolking.
Als mensen tussen de 15-74 besluiten opzoek te gaan naar een baan of gaan werken maken zij de transitie van ‘niet actief’ naar ‘beroepsbevolking’. Hierdoor neemt het aantal aanbieders op de arbeidsmarkt toe. Dit kan ook anders om, wat leidt tot een afname. Het aanbod gedeelte kan berekenen door het deelnemers percentage:
Beroepsbevolking x 100%
Beroepsgeschikte bevolking
Hoeveel jaar behoor je tot de beroepsgeschikte bevolking?
(alleen cijfer invullen)

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom is er meer of minder werk?
krappe arbeidsmarkt
Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt wanneer de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod. Er zijn dus meer bedrijven/ werkgevers opzoek naar arbeiders dan dat er tot de beroepsbevolking hoort. Hierdoor zijn er weinig werklozen en vele openstaande vacatures. 
ruime arbeidsmarkt
Bij een ruime arbeidsmarkt is, in tegenstelling tot een krappe arbeidsmarkt, het aanbod van arbeid groter dan de vraag naar arbeid. In deze situatie behoren er meer mensen tot de beroepsbevolking dan dat er beschikbare banen zijn. In dit geval is er een relatief hoge werkloosheid. Mensen hebben moeite bij het vinden van een baan en bedrijven/werkgevers hebben een ruime keuzen in het vinden van geschikt personeel.
uitleg
De arbeidsmarkt reageert op de hoeveelheid vraag naar arbeiders en de hoeveelheid aanbieders van arbeid. Die hoeveelheid wordt aangegeven met een krappe of ruime arbeidsmarkt.

Slide 8 - Tekstslide

krappe arbeidsmarkt:
De arbeidsmarkt reageert dus op de hoeveelheid vraag naar arbeiders en de hoeveelheid aanbieders van arbeid. De hoeveelheid van schaarste in verhouding van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt wordt aangegeven met een krappe of ruime arbeidsmarkt.

Er is sprake van een krappe arbeidsmarkt wanneer de vraag naar arbeid groter is dan het aanbod. Er zijn dus meer bedrijven/ werkgevers opzoek naar arbeiders dan dat er tot de beroepsbevolking hoort. Hierdoor zijn er weinig werklozen en vele openstaande vacatures.
Dat wil in dit geval niet zeggen dat er geen werklozen zijn. Werkgevers hebben op een krappe arbeidsmarkt moeite met goed opgeleid personeel te vinden voor hun vacature. Het gevolg van een krappe arbeidsmarkt is dat de lonen relatief stijgen. Dit komt door de onderhandelingspositief van vakbonden bij cao-besprekingen.

ruime arbeidsmarkt:
Bij een ruime arbeidsmarkt is, in tegenstelling tot een krappe arbeidsmarkt, het aanbod van arbeid groter dan de vraag naar arbeid. In deze situatie behoren er meer mensen tot de beroepsbevolking dan dat er beschikbare banen zijn. In dit geval is er een relatief hoge werkloosheid. Mensen hebben moeite bij het vinden van een baan en bedrijven/werkgevers hebben een ruime keuzen in het vinden van geschikt personeel.
Bij zowel een krappe- als ruime arbeidsmarkt zal de situatie niet snel plaatsvinden over de gehele arbeidsmarkt. Arbeid is een heterogeen product, wat inhoudt dat arbeid uit vele -min of meer- gescheiden deelmarkten bestaat. Als er sprake is van een krappe of ruime arbeidsmarkt, vindt de situatie plaats in een of meerdere sectoren en niet direct in alle sectoren.

Waarom werkloos?
Bij een aanbodsoverschot is er spraken van werkloosheid. Er zijn verschillende redenen van werkloosheid:
  • Conjuncturele werkloosheid 
  • Frictie werkloosheid 
  • Seizoenswerkloosheid 
  • Regionale werkloosheid 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Conjuncturele werkloosheid


Laag conjunctuur:
Minder besteding dan maximale productie van een bedrijf.
Productie neemt af 

Minder arbeidskracht nodig

Werkloosheid

Slide 10 - Tekstslide

Conjuncturele werkloosheid: Werkloosheid die ontstaat door onderbesteding door laagconjunctuur. Bij laagconjunctuur nemen de bestedingen af en wordt er dus minder gekocht dan dat bedrijven maximaal kunnen produceren. De productie neemt af waardoor er minder arbeidskracht nodig is. De mensen die werkloos zijn die bij meer productie wel zouden werken vallen onder conjuncturele werkloosheid.
Frictiewerkloosheid 



Afgestudeerd of gestopt met met huidige baan.


Korte periode (8 maanden)


Nieuwe baan 
Uitleg
Frictiewerkloosheid noem je de periode tussen twee banen in, of de periode vanaf dat je afgestudeerd bent en op zoek bent naar een nieuwe baan. 

Slide 11 - Tekstslide

Frictie werkloosheid:
Op het moment dat iemand zijn diploma behaald en opzoek gaat naar een baan of als iemand van baan verwisseld gaat er tijd overheen. Op dat moment is die personen werkzoekende en werkloos. Bij deze werkloosheid wordt ervanuit gegaan dat het van korte duur is, maximaal 8 maanden.
Seizoenswerkloosheid 

Werken als skileraar, bediening op het strand of in de kas etc.


seizoen afgelopen 


werkloosheid

Slide 12 - Tekstslide

Seizoenswerkloosheid
bij seizoenswerkloosheid is de werkloosheid veroorzaakt door de afhankelijkheid van het klimaat. Bepaalde sectoren zijn afhankelijk van seizoenen waardoor ze in bepaalde seizoenen draaien en andere seizoenen geen werk hebben. deze vorm van werkloosheid is tijdelijk van aard en komt vaak voor in
de toerisme-industrie, pretparken en de bouw.
Regionale werkloosheid

Werk in bedrijf/ fabriek in een regio (Groningen)

bedrijf / fabriek in die regio sluit of besluit te automatiseren.


regionale werkloosheid

Slide 13 - Tekstslide

Regionale werkloosheid:
wanneer opzoek bent naar een baan, maar je die niet kan vinden om dat er weinig bedrijven in jouw regio zijn te vinden is er spraken van regionale werkloosheid.

In regio's zoals groningen en limburg zijn er minder bedrijven gevestigd, omdat deze zich vaak in de randstad vestigen. De overheid kan regionale werkloosheid voorkomen door bedrijven te stimuleren zich buiten de randstad te vestigen. Ook zou een verhoging van reiskostenvergoeding of verhuiskostenvergoeding een optie zijn om werklozen te stimuleren.
Ik ben net afgestudeerd en ik ben opzoek naar een baan
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben een skileraar, maar het is zomer
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De supermarkt in het dorp sluit. Je moet nu boodschappen doen in een ander dorp.
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben gestopt met mijn huidige baan en ik ben op zoek naar een nieuwe.
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ik ben verkoper van stofzuigers maar iedereen heeft tegenwoordig een robotstofzuiger.
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De fabriek in Heereveen heeft geen personeel meer nodig. Alles is geautomatiseerd.
A
Seizoenswerkloosheid
B
Conjuncturele werkloosheid
C
Frictiewerkloosheid
D
Regionale werkloosheid

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van seizoenswerkloosheid.

Slide 20 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van frictiewerkloosheid.

Slide 21 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van regionale werkloosheid.

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Noem een voorbeeld van conjuncturele werkloosheid.

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies