Ik kan mijn mening duidelijk zeggen in het kringgesprek.
Ik luister naar anderen en reageer op een respectvolle manier.
Ik sta open voor verschillen tussen mensen.
Ik toon begrip voor anderen (ik probeer te voelen wat zij voelen).
Ik zeg minstens één keer iets tijdens het kringgesprek
Ik kan de begrippen diversiteit, stereotype, vooroordeel, referentiekader, monoculturaliteit en multiculturaliteit juist gebruiken.
Ik kan mijn begrippenlijst beter studeren door te markeren, kernwoorden te zoeken of te samenvatten.
Ik kan aan het einde van de 1 inzicht en 1 actie formuleren: wat heb ik geleerd en wat ga ik voortaan anders doen?