7

H7
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolmavoLeerjaar 4

In deze les zitten 34 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

H7

Slide 1 - Tekstslide

3 brandvoorwaarden
  1. brandstof (=meestal stof die bij verbranding veel energie levert)
  2. zuurstof= 21 vol % van de lucht  (de rest vooral stikstof 78 vol %)
  3. ontbrandingstemperatuur = stofeigenschap
Blussen =minstens 1 van de 3 brandvoorwaarden weg halen  
Onthoud: bij blussen met water verdampt het water (daarvoor is veel warmte nodig)-->  brandstof koelt af tot onder de ontbrandingstemperatuur!

Slide 2 - Tekstslide

Verbrandingssnelheid
2 brandvoorwaarden :
- verhouding brandbare stof en zuurstof
- katalysator = een stof die een reactie versnelt, maar zelf 
niet wordt verbruikt

Slide 3 - Tekstslide

Oliebrand wordt vaak geblust
met behulp van explosieven
  • explosie = hele snelle verbranding
  • er ontstaan in korte tijd veel gassen -->
  1. er wordt tijdelijk zuurstof weggehaald
  2. brandstof wordt verspreid 
  3. brandstof koelt daardoor af tot onder ontbrandingstemperatuur

    dus alle 3 de brandvoorwaarden weggehaald 

Slide 4 - Tekstslide

  

soort brandstof
A: vaste stoffen (hout, meubels)
B: vloeistoffen (benzine+ diesel)
C: gassen (aardgas)
D: metalen (natrium/ magnesium)
F: vetten (frituurvet)



geschikt blusmiddel
water, poeder, schuim, evt zand
koolstofdioxide, poeder, schuim
koolstofdioxide, poeder,
soms koolstofdioxide of poeder,
schuim of blusdeken
Elke brandstof zijn eigen blusmiddel (vijf categorieën) 

Slide 5 - Tekstslide

Brand blussen
Hoe blus je een brand?

Slide 6 - Tekstslide

7.2 Verbrandingsreacties

Slide 7 - Tekstslide

volledige verbranding koolwaterstoffen
  1. kleurloze of blauwe vlam
  2. CxHy + O2(g) -->  H2O(l) +   CO2(g)
  3. beide gassen zijn broeikasgassen en zorgen voor versterkt broeikaseffect als ze ontstaan bij verbranding van fossiele brandstoffen

onvolledige verbranding koolwaterstoffen
  1. oranje of gele vlam
  2.  CxHy+ O2(g)--> H2O(l)+ C(s) + CO(g)
  3. koolstofmonoxide/kolendamp)=  dodelijk
  4. koolstofmonoxide is zwaar, kleur- en geurloos en voorkomt opname van zuurstof -> je stikt

Slide 8 - Tekstslide

Verschil volledig en onvolledige verbranding
koolwaterstoffen : C en H

Methaan CH4 volledig verbranden: dan komt CO2 vrij en water
  • CH4 + 2O2 --> CO2 + 2H2O

Methaan onvolledig verbranden: dan komt CO vrij en water
  • 2CH4 + 3O2 --> 2CO + 4H2O

Slide 9 - Tekstslide

Verbranden van verbindingen

Slide 10 - Tekstslide

Voorbeeld volledige verbranding

stappenplan:
  1.  geef het reactie schema in woorden
  2. vervang dit door de molecuulformule 
  3. maak de reactievergelijking kloppend 

Slide 11 - Tekstslide

Verbranding

  • Een verbranding is een reactie van een brandstof met zuurstof.
  • Bij een verbranding ontstaan verbrandingsgassen en warmte.
        
          Brandstof + zuurstof (g) => verbrandingsproduct(en)


Slide 12 - Tekstslide

Volledige verbranding
Een volledige verbranding gebeurt als er voldoende zuurstof is. 

Bij de verbranding van CH4 ontstaat CO2 en H2O.


Slide 13 - Tekstslide

Volledige verbranding
 - koolstofdioxide
onvolledige verbranding
- koolstofmonooxide
  • giftig 
  • geurloos
  • kleurloos

Slide 14 - Tekstslide

OXIDEN

Slide 15 - Tekstslide

opdracht: (pak een whiteboard etc.)
geef de kloppende  reactievergelijking bij de volgende situatie

  1. Bij het roesten van ijzer ontstaat ijzeroxide met de formule Fe2O3

Slide 16 - Tekstslide

bij het roesten van ijzer onstaat ijzeroxide Fe2O3
  1. ijzer + zuurstof --> ijzeroxide    
  2.  
Fe(s)+O2(g)>Fe2O3(s)
4Fe(s)+3O2(g)>2Fe2O3(s)

Slide 17 - Tekstslide

verbrandingsproducten aantonen

CO2 met ............

H2O met .............

Slide 18 - Tekstslide

7.3 Verbranding en het milieu

Slide 19 - Tekstslide

 Fossiele brandstof = ontstaan uit resten van planten en dieren
  • bestaan voornamelijk uit koolwaterstofverbindingen CxHy
  • moleculen die in ieder geval koolstof- en waterstofatomen bevatten
  • bij volledige verbranding ontstaat dus altijd CO2(g) en H2O(l) 
  • fossiele brandstoffen zijn niet hernieuwbaar en zorgen o.a. voor versterkt broeikaseffect (teveel CO2 in de dampkring-> warm-> temp omhoog

Slide 20 - Tekstslide

Andere verbrandingsgassen:
stikstofoxiden (NOx ) -> worden in de lucht omgezet tot salpeterzuur  (HNO3) en dit zorgt voor de zure regen

 zwaveloxide (SOx) -> ontstaat bij verbranding van zwavel (S) en wordt in de lucht omgezet tot zwavelzuur (HSO4) -> zure regen

ook roet (fijnstof) en smog

FOSSIELE BRANDSTOFFEN GOED VOOR HET MILIEU?
 ALTERNATIEVEN????

Slide 21 - Tekstslide

Gevolgen
stijging van de temperatuur op aarde
smelten ijskappen --> stijging waterspiegel
hogere temperatuur --> meer woestijnen (droogte)

meer  kans op zware regenval, stormen, orkanen

Slide 22 - Tekstslide

Fotosynthese
6 CO2  + 6 H2O --> C6H12O6 + 6 O2

Slide 23 - Tekstslide

7.4 Rekenen aan verbrandingsreacties

Slide 24 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
STOF--> MOLECUUL --> ATOMEN

De massa van een stof is de massa van alle moleculen van die stof. Gebruik de binas om de molecuulmassa te berekenen

u = atomaire massa-eenheid

Slide 25 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
Stoffen reageren altijd in een vaste massaverhouding met elkaar.

vb: 2 H2  + O2 --> 2 H2O

1. molecuulmassa uitrekenen
2. massaverhouding opschrijven
                    WET VAN BEHOUD VAN MASSA

Slide 26 - Tekstslide


  1.  kloppende reactievergelijking 
  2.  bereken massaverhouding waarin stoffen met elkaar reageren door de molecuulmassa (BINAS) te bepalen
  3. vul gegevens in verhoudingstabel in en bereken je onbekende of  met kruislingsvermenigvuldigen 
Rekenen aan reacties "Wet van behoud van massa"
(Massa gaat nooit verloren)

Hoeveel magnesium is er dan nodig om 10 g magnesiumoxide te maken?

Slide 27 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
stap 1
Begin altijd met het opstellen van de reactievergelijking
Zorg dat de RV kloppend is.

Onthoud:

Wet van behoud van massa
massa voor de reactie = massa na de reactie

Slide 28 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
stap 2

Bepaal de molecuulmassa van alle stoffen.

- Binas gebruiken
vb H2O  -> 2x H-atoom = 2 x 1,0 u = 2,0 u
                   1x O-atoom = 1 x 16,0 u = 16,0 u
opgeteld is de molecuulmassa van H2O : 2,0 + 16,0 = 18,0u

Slide 29 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
stap 3

Vermenigvuldig de molecuulmassa met de coëfficiënt. Als tussenstap noteer je de coëfficiënt, ook als die 1 is.

Slide 30 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties

Slide 31 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
massaverhouding H2O2 : H2 : O2  = 9 : 8 : 1

Slide 32 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
Oefenen met overmaat (op bord)
26 g magnesium reageert met 20 g zuurstof

1. bereken welke stof in overmaat is

start met bereken hoeveel magnesium 
er met 20 g zuurstof reageert. 

Afbeelding 2: verbranding van magnesium

Slide 33 - Tekstslide

Rekenen aan verbrandingsreacties
Overmaat/ondermaat
Als van een beginstof te veel aanwezig is, blijft er na afloop van die stof een gedeelte over. Dit overschot wordt de overmaat genoemd. 



Slide 34 - Tekstslide