Thema Wonen

Thema
Wonen

Cursus Nederlands NT2 1.2 VL - Dirk Dewerie

CVO Brussel

1 / 47
volgende
Slide 1: Tekstslide
newEditorNT2Secundair onderwijs

In deze les zitten 47 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 180 min

Onderdelen in deze les

Thema
Wonen

Cursus Nederlands NT2 1.2 VL - Dirk Dewerie

CVO Brussel

“Ik ben de plek waar je je veilig voelt.

Ik ben de plek waar je altijd welkom bent.

Ik ben de spiegel van jezelf.




Wat ben ik?”


Raadsel

Wat ben ik volgens de beschrijving?

A

Het werk

B

De school

C

Een huis

D

Een thuis

Wat ga je leren?

Mondeling 🗣️

  • Een instructie geven 🗣️BC07

  • Iemand uitnodigen, op een uitnodiging reageren 🗣️BC08

  • Zeggen of vragen wat men wil, denkt of voelt 🗣️BC09

  • Een probleem en klacht formuleren 🗣️BC10

  • Informatie vragen en/of geven 🗣️BC11

Schriftelijk ✍️

  • Informatie geven en vragen ✍️BC27

  • Een beschrijving geven ✍️BC28

  • Een boodschap noteren voor jezelf ✍️BC29

  • Aantekeningen maken voor een gesprek ✍️BC30

Luisteren 👂

  • Teksten begrijpen 👂BC17/BC18

  • Relevante gegevens selecteren 👂BC19/BC20

  • Gegevens gebruiken 👂BC21

  • Een instructie opvolgen 👂BC22

Basiscompetenties

Lezen 📖

  • Informatie selecteren 📖BC35/BC36

  • Informatieve teksten begrijpen 📖BC37

  • Instructie begrijpen 📖BC38

  • Informatie gebruiken 📖BC39/BC40

Wat ga je leren?

Woordenschat

Grammatica

  • Preposities

  • Positieverba

  • Want & Omdat

  • Imperatief

Wonen

Verhuizen

Buren

Staan

Liggen

Zitten

Hangen

Welke soorten woningen ken je?

De woning

Het huis

Het flatgebouw

Het appartement

De studio

De appartementsblok

De kamers in een woning

De woonkamer

De kamers in een woning

De keuken

De kamers in een woning

De badkamer

De kamers in een woning

De slaapkamer

De kamers in een woning

De berging

De kamers in een woning

De zolder (kamer)

De kamers in een woning

De kelder

Woordenschat Wonen

Er is … / Er zijn …

Het woord "er" is een onbepaald onderwerp of plaatsaanduiding, afhankelijk van de zin.

In zinnen met "er is" en "er zijn" noemen we "er" een plaatsaanduidend woord. Het betekent dat iets bestaat of aanwezig is, maar we zeggen niet precies waar.

Er is + singularis (+ locatie)
Er zijn + pluralis (+ locatie)

Er is een grote slaapkamer in mijn nieuw appartement.
Er zijn veel ramen in de woonkamer.

Woordenschat Positieverba

Woordenschat Positieverba

Vul in : Er is … / Er zijn …

  1. _____ een mooie keuken in het appartement.

  2. _____ drie slaapkamers op de eerste verdieping.

  3. _____ een spiegel in de badkamer.

  4. _____ veel planten op het balkon.

  5. _____ twee grote ramen in de woonkamer.

  6. _____ een garage naast het huis.

  7. _____ een bank en een tv in de zithoek.

  8. _____ vier stoelen rond de tafel.

  9. _____ een deur naar de tuin.

  10. _____ nieuwe gordijnen voor de ramen.

Er is

Er zijn

Er is

Er zijn

Er is

Er zijn

Er is

Er zijn

Er is

Er zijn

Staan

Er + positieverba

Liggen

Hangen

Zitten

Er staat …

Er staan …

Er ligt …

Er liggen …

Er hangt …

Er zit …

Er hangen …

Er zitten …

Er is … / Er staat … / Er hangt … / Er ligt …

Er is + singularis object (+ locatie)
Er staat + singularis object (+ locatie)
Er hangt + singularis object (+ locatie)
Er ligt + singularis object (+ locatie)

voorbeelden

Er is een grote slaapkamer in mijn nieuw appartement.
Er staat een tafel in de keuken.
Er hangt een spiegel in de badkamer.
Er ligt een boek op de tafel.

Er zijn … / Er staan … / Er hangen … / Er liggen …

Er zijn + pluralis object (+ locatie)
Er staan + pluralis object (+ locatie)
Er hangen + pluralis object (+ locatie)
Er liggen + pluralis object (+ locatie)

voorbeelden

Er zijn grote slaapkamers in mijn nieuw appartement.
Er staan 2 tafels in de keuken.
Er hangen spiegels in de badkamer.
Er liggen boeken op de tafel.

De positieverba ?

Woordenschat Meubels

De kamers van het huis

Welke kamers zijn er op het gelijkvloers?

Welke kamers zijn er op de eerste verdieping?

Wat kan je in de woonkamer doen?

Welke meubels zie je?

Kijk in je woordenboekje p. 36 en p. 52

de badkamer en de keuken

de woonkamer en de slaapkamer

Er staat een plant naast de sofa.

Er hangt een lamp aan het plafond.

Er ligt een tapijt op de vloer.

Je kan er eten.

Je kan er TV kijken.

De beschrijving van een woning

Staan

Liggen

Hangen

Zitten

<= Preposities

⇑ Positieverba

Student A:

Student B:

Student C:

Student D:

Waar staat / hangt / ... ?
als student a vraagt, antwoordt b / als b vraagt, antwoordt c / ...

Een geschikte woning gezocht

Criteria

  • Huren of Kopen ?

  • Waar ? Stad of platteland ?

  • Huis, appartement, studio, kot, … ?

  • Hoeveel kamers ?

  • Huurprijs ?

  • Douche of bad ?

  • Balkon, terras of tuin ?

  • Grootte ?

Spreekoefening: Waar wil jij wonen?

Wil jij in de stad of op het platteland wonen?

Wil jij in een huis of een appartement wonen?

Wil jij een huis huren of eigenaar zijn?

Wil jij een terras of een tuin?

Hoeveel slaapkamers wil jij?

Wil jij een apart toilet?

Wil jij een aparte eetkamer?

Wil jij een garage?

Wil jij een sauna?

Wil jij een grote woonkamer?

Wil jij dicht bij het centrum wonen?

Wil jij openbaar vervoer (metro, bus, tram, ...) in de buurt?

Nedbox: Wat is een geschikte woning voor Pieter?

Ik denk de ( eerste / tweede / derde ), want er … .

Huis te koop:

Sint-Maartens-Latem

Veel natuur

Appartement te huur

Brussel-Centrum

Dicht bij metrostation Rogier

Klein balkon

Appartement te koop

Sint-Lambrechts-Woluwe

Eerste verdieping met balkon

1

2

3

eerste

want” of “omdat” ?

Het huis is geschikt voor Stijn,

want er is een garage voor zijn Ferrari.

want er zijn drie slaapkamers.

want het is niet duur.

Het huis is geschikt voor Stijn,

omdat er een garage voor zijn Ferrari is.

omdat er drie slaapkamers zijn.

omdat het niet duur is.

WANT en OMDAT zijn conjuncties (= voegwoorden) om te argumenteren na een vraag met “waarom”.

Grammaticaal:

=> met want heb je geen inversie: eerst het subject, dan het verbum, dan de rest.

=> met omdat heb je een katapult: eerst het subject, het verbum komt op de laatste plaats!

katapult !

"Want" en "omdat" geven allebei een reden.

Want + extra informatie

Omdat + reden, oorzaak

Ben jij gelukkig met jouw woning?

Ik ben gelukkig / niet gelukkig met mijn woning, …

omdat ze groot is. <-> omdat ze te klein is.

omdat ze te duur is. <-> omdat de huurprijs oké is.

omdat het een rustige buurt is. <-> omdat het een drukke buurt is.

omdat ik (on)vriendelijke buren heb.

omdat er (g)een lift is.

omdat ik (g)een tuin heb.

omdat het een zonnige woning is.

omdat er goed openbaar vervoer (metro, bus, tram) is.

omdat ik in het centrum woon: alles is dichtbij!

omdat ik (g)een terras (of balkon) heb.

Hoe ziet de klas eruit ?

Geef een beschrijving van de klas.

Welke objecten staan, liggen, zitten, hangen er in de klas?

Hoeveel?

Schrijf vijf zinnen.

Voorbeeld: Er staan 25 stoelen in de klas.

=> Google Classroom / Oefeningen / Hoe ziet de klas eruit ?

  • Kies één van de drie oefeningen op .

  • Kies op de website de 2 sterren.

  • Kijk naar het filmpje.

  • Maak de oefeningen.

  • Reflecteer over je fouten.

Nedbox: Speciale huizen

Het voetbalstadion

Een huis in Gent

Wonen onder glas.

Woordenschat Criteria Wonen

Context

Je wil graag verhuizen.

Je zoekt een nieuwe woning.

Welke criteria zijn voor jou belangrijk ?

regels of eisen waaraan iets moet voldoen.

Ze helpen om iets te beoordelen of te kiezen.

Bijvoorbeeld:

Als je een huis zoekt, kunnen prijs, locatie en grootte belangrijke criteria zijn.


Wat moet je doen ?

  1. Criteria formuleren

  2. Informatie vragen

  3. Berichten lezen

  4. Een beschrijving geven

Taaltaak Een geschikte woning zoeken

=> Google Classroom / Opdrachten / Taaltaak 4 Een geschikte woning zoeken ?


Papieren versie Taaltaken p. 25 - 33

Extra oefenen

  • Extra oefening thema Wonen

  • Google Classroom / Oefeningen / Wonen

Verhuizen

Woordenschat Verhuizen

Taaltaak Verhuizen

Nieuwe Buren

Taaltaak Een nieuwe buur