Thema
Wonen
Cursus Nederlands NT2 1.2 VL - Dirk Dewerie
CVO Brussel
Thema
Wonen
Cursus Nederlands NT2 1.2 VL - Dirk Dewerie
CVO Brussel
“Ik ben de plek waar je je veilig voelt.
Ik ben de plek waar je altijd welkom bent.
Ik ben de spiegel van jezelf.
Wat ben ik?”
Raadsel
Wat ben ik volgens de beschrijving?
Het werk
De school
Een huis
Een thuis
Wat ga je leren?
Mondeling 🗣️
Een instructie geven 🗣️BC07
Iemand uitnodigen, op een uitnodiging reageren 🗣️BC08
Zeggen of vragen wat men wil, denkt of voelt 🗣️BC09
Een probleem en klacht formuleren 🗣️BC10
Informatie vragen en/of geven 🗣️BC11
Schriftelijk ✍️
Informatie geven en vragen ✍️BC27
Een beschrijving geven ✍️BC28
Een boodschap noteren voor jezelf ✍️BC29
Aantekeningen maken voor een gesprek ✍️BC30
Luisteren 👂
Teksten begrijpen 👂BC17/BC18
Relevante gegevens selecteren 👂BC19/BC20
Gegevens gebruiken 👂BC21
Een instructie opvolgen 👂BC22
Basiscompetenties
Lezen 📖
Informatie selecteren 📖BC35/BC36
Informatieve teksten begrijpen 📖BC37
Instructie begrijpen 📖BC38
Informatie gebruiken 📖BC39/BC40
Wat ga je leren?
Woordenschat
Grammatica
Preposities
Positieverba
Want & Omdat
Imperatief
Wonen
Verhuizen
Buren
Staan
Liggen
Zitten
Hangen
Welke soorten woningen ken je?
De woning
Het huis
Het flatgebouw
Het appartement
De studio
De appartementsblok
De kamers in een woning
De woonkamer
De kamers in een woning
De keuken
De kamers in een woning
De badkamer
De kamers in een woning
De slaapkamer
De kamers in een woning
De berging
De kamers in een woning
De zolder (kamer)
De kamers in een woning
De kelder
Woordenschat Wonen
Er is … / Er zijn …
Het woord "er" is een onbepaald onderwerp of plaatsaanduiding, afhankelijk van de zin.
In zinnen met "er is" en "er zijn" noemen we "er" een plaatsaanduidend woord. Het betekent dat iets bestaat of aanwezig is, maar we zeggen niet precies waar.
Er is + singularis (+ locatie)
Er zijn + pluralis (+ locatie)
Er is een grote slaapkamer in mijn nieuw appartement.
Er zijn veel ramen in de woonkamer.
Woordenschat Positieverba
Woordenschat Positieverba
Vul in : Er is … / Er zijn …
_____ een mooie keuken in het appartement.
_____ drie slaapkamers op de eerste verdieping.
_____ een spiegel in de badkamer.
_____ veel planten op het balkon.
_____ twee grote ramen in de woonkamer.
_____ een garage naast het huis.
_____ een bank en een tv in de zithoek.
_____ vier stoelen rond de tafel.
_____ een deur naar de tuin.
_____ nieuwe gordijnen voor de ramen.
Er is
Er zijn
Er is
Er zijn
Er is
Er zijn
Er is
Er zijn
Er is
Er zijn
Staan
Er + positieverba
Liggen
Hangen
Zitten
Er staat …
Er staan …
Er ligt …
Er liggen …
Er hangt …
Er zit …
Er hangen …
Er zitten …
Er is … / Er staat … / Er hangt … / Er ligt …
Er is + singularis object (+ locatie)
Er staat + singularis object (+ locatie)
Er hangt + singularis object (+ locatie)
Er ligt + singularis object (+ locatie)
voorbeelden
Er is een grote slaapkamer in mijn nieuw appartement.
Er staat een tafel in de keuken.
Er hangt een spiegel in de badkamer.
Er ligt een boek op de tafel.
Er zijn … / Er staan … / Er hangen … / Er liggen …
Er zijn + pluralis object (+ locatie)
Er staan + pluralis object (+ locatie)
Er hangen + pluralis object (+ locatie)
Er liggen + pluralis object (+ locatie)
voorbeelden
Er zijn grote slaapkamers in mijn nieuw appartement.
Er staan 2 tafels in de keuken.
Er hangen spiegels in de badkamer.
Er liggen boeken op de tafel.
De positieverba ?
Woordenschat Meubels
De kamers van het huis
Welke kamers zijn er op het gelijkvloers?
Welke kamers zijn er op de eerste verdieping?
Wat kan je in de woonkamer doen?
Welke meubels zie je?
Kijk in je woordenboekje p. 36 en p. 52
de badkamer en de keuken
de woonkamer en de slaapkamer
Er staat een plant naast de sofa.
Er hangt een lamp aan het plafond.
Er ligt een tapijt op de vloer.
Je kan er eten.
Je kan er TV kijken.
De beschrijving van een woning
Staan
Liggen
Hangen
Zitten
<= Preposities
⇑ Positieverba
Student A:
Student B:
Student C:
Student D:
Waar staat / hangt / ... ?
als student a vraagt, antwoordt b / als b vraagt, antwoordt c / ...
Een geschikte woning gezocht
Criteria
Huren of Kopen ?
Waar ? Stad of platteland ?
Huis, appartement, studio, kot, … ?
Hoeveel kamers ?
Huurprijs ?
Douche of bad ?
Balkon, terras of tuin ?
Grootte ?
…
Spreekoefening: Waar wil jij wonen?
Wil jij in de stad of op het platteland wonen?
Wil jij in een huis of een appartement wonen?
Wil jij een huis huren of eigenaar zijn?
Wil jij een terras of een tuin?
Hoeveel slaapkamers wil jij?
Wil jij een apart toilet?
Wil jij een aparte eetkamer?
Wil jij een garage?
Wil jij een sauna?
Wil jij een grote woonkamer?
Wil jij dicht bij het centrum wonen?
Wil jij openbaar vervoer (metro, bus, tram, ...) in de buurt?
Nedbox: Wat is een geschikte woning voor Pieter?
Ik denk de ( eerste / tweede / derde ), want er … .
Huis te koop:
Sint-Maartens-Latem
Veel natuur
Appartement te huur
Brussel-Centrum
Dicht bij metrostation Rogier
Klein balkon
Appartement te koop
Sint-Lambrechts-Woluwe
Eerste verdieping met balkon
1
2
3
eerste
“want” of “omdat” ?
Het huis is geschikt voor Stijn,
want er is een garage voor zijn Ferrari.
want er zijn drie slaapkamers.
want het is niet duur.
Het huis is geschikt voor Stijn,
omdat er een garage voor zijn Ferrari is.
omdat er drie slaapkamers zijn.
omdat het niet duur is.
WANT en OMDAT zijn conjuncties (= voegwoorden) om te argumenteren na een vraag met “waarom”.
Grammaticaal:
=> met want heb je geen inversie: eerst het subject, dan het verbum, dan de rest.
=> met omdat heb je een katapult: eerst het subject, het verbum komt op de laatste plaats!
katapult !
"Want" en "omdat" geven allebei een reden.
Want + extra informatie
Omdat + reden, oorzaak
Ben jij gelukkig met jouw woning?
Ik ben gelukkig / niet gelukkig met mijn woning, …
omdat ze groot is. <-> omdat ze te klein is.
omdat ze te duur is. <-> omdat de huurprijs oké is.
omdat het een rustige buurt is. <-> omdat het een drukke buurt is.
omdat ik (on)vriendelijke buren heb.
omdat er (g)een lift is.
omdat ik (g)een tuin heb.
omdat het een zonnige woning is.
omdat er goed openbaar vervoer (metro, bus, tram) is.
omdat ik in het centrum woon: alles is dichtbij!
omdat ik (g)een terras (of balkon) heb.
Hoe ziet de klas eruit ?
Geef een beschrijving van de klas.
Welke objecten staan, liggen, zitten, hangen er in de klas?
Hoeveel?
Schrijf vijf zinnen.
Voorbeeld: Er staan 25 stoelen in de klas.
=> Google Classroom / Oefeningen / Hoe ziet de klas eruit ?
Kies één van de drie oefeningen op .
Kies op de website de 2 sterren.
Kijk naar het filmpje.
Maak de oefeningen.
Reflecteer over je fouten.
Nedbox: Speciale huizen
Het voetbalstadion
Een huis in Gent
Wonen onder glas.
Woordenschat Criteria Wonen
Context
Je wil graag verhuizen.
Je zoekt een nieuwe woning.
Welke criteria zijn voor jou belangrijk ?
↪ regels of eisen waaraan iets moet voldoen.
Ze helpen om iets te beoordelen of te kiezen.
Bijvoorbeeld:
Als je een huis zoekt, kunnen prijs, locatie en grootte belangrijke criteria zijn.
Wat moet je doen ?
Criteria formuleren
Informatie vragen
Berichten lezen
Een beschrijving geven
Taaltaak Een geschikte woning zoeken
=> Google Classroom / Opdrachten / Taaltaak 4 Een geschikte woning zoeken ?
Papieren versie Taaltaken p. 25 - 33
Extra oefenen
Extra oefening thema Wonen
Google Classroom / Oefeningen / Wonen
Verhuizen
Woordenschat Verhuizen
Taaltaak Verhuizen
Nieuwe Buren
Taaltaak Een nieuwe buur