In deze les zitten 11 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 60 min
Introductie
Digibordles les 2 - niveau C
Onderdelen in deze les
Begrijpend lezen met
Slide 1 - Tekstslide
WELKOM bij de digibordles van Kidsweek in de Klas. In de lesinstructie leest u suggesties voor modeling.
Wat weet jij nog over de tekst
'De krokodillen zwemmen in de straten!'?
Slide 2 - Open vraag
Activeren voorkennis
Vraag uw leerlingen wat zij nog weten van de vorige les.
Je kunt tijdens het lezen verbindingen en afleidingen maken. Dit helpt je om de tekst beter te begrijpen.
Dit ga je leren!
Slide 3 - Tekstslide
Lesdoel
Bespreek het lesdoel met uw leerlingen.
Hier weet ik al iets over.
Dit wist ik nog niet.
Dit snap ik nog niet zo goed.
Dit doet mij denken aan ...
De schrijver heeft het niet letterlijk opgeschreven, maar ik denk dat ...
Slide 4 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Slide 5 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Wat dacht jij tijdens het lezen?
Wie heeft er een verbinding gemaakt toen je las over hoe Oliviah zich voelde? En toen je las over de situatie in Noord-Australië? Waar moest je aan denken? Vertel het aan je schoudermaatje.
Wie heeft bij het lezen van ‘hoosbuien’ een verbinding/afleiding gemaakt?
Wie heeft bij het lezen van ‘we bakken koekjes’ een verbinding/afleiding gemaakt?
Slide 6 - Tekstslide
Terugkoppeling lesdoelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Slide 7 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Heb ik de lesdoelen behaald?
Welke verbindingen en afleidingen hebben
jullie gemaakt tijdens het lezen?
Schrijf het op je wisbordje.
Slide 8 - Tekstslide
Terugkoppeling lesdoelen
Bespreek samen met uw leerlingen of jullie de lesdoelen hebben behaald.
Slide 9 - Tekstslide
Deze slide heeft geen instructies
Maak nu de opdrachten in je lesboekje of digitaal.
timer
15:00
Slide 10 - Tekstslide
Zelfstandige verwerking
Uw leerlingen maken de opdrachten in hun lesboekje of digitaal.
Hielp het maken van verbindingen en afleidingen jou om de tekst beter te begrijpen?
(1 = niet zo veel; 5 = heel veel)
Hoe moeilijk vind jij het om tijdens het lezen verbindingen en afleidingen te maken?