KA 13 t/m 15

Examenvraag: 2p
Verklaar met een kenmerkend aspect van de vroege middeleeuwen waardoor grote pestepidemieën in die periode bijna niet voorkwamen in West-Europa. 
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 23 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Examenvraag: 2p
Verklaar met een kenmerkend aspect van de vroege middeleeuwen waardoor grote pestepidemieën in die periode bijna niet voorkwamen in West-Europa. 

Slide 1 - Tekstslide

11. De vrijwel volledige vervanging in West-Europa van de agrarisch-urbane cultuur door een zelfvoorzienende agrarische cultuur, georganiseerd via hofstelsel en horigheid.
Antwoord: In de vroege middeleeuwen viel het West-Romeinse rijk weg, waardoor West-Europa veranderde van een agrarisch-urbane samenleving naar een agrarische samenleving. Europa bestond uit een groot aantal autarkische hofstelsels, waarin geen handel bestond en mensen dus niet over grote afstanden reisde. Hierdoor was de kans op besmetting lager.

Slide 2 - Tekstslide

In 1603 werd de Engelse koning James I de eerste koning van Engeland, Ierland en Schotland samen. Enkele jaren later introduceerde hij de 'Wetten van Iona'. Hierin werd bepaald dat de kinderen van de Schotse katholieke adel opgeleid moesten worden op Engelstalige protestantse scholen.
Leg uit waardoor de 'Wetten van Iona' konden bijdragen aan de
centralisatie van het rijk van James I.

Slide 3 - Tekstslide

Antwoord:
Centralisatie is het streven om zo veel mogelijk vanuit hetzelfde bestuurlijke orgaan te regeren. Dit bestuurlijke orgaan bepaald alle wetten binnen het rijk. De 'wetten van Iona' dragen bij aan de centralisatie van James I doordat katholieke schotten nu naar protestante scholen toe moeten, omdat de koning protestants is.

Slide 4 - Tekstslide

Europa verandert
Politieke situatie in Europa tiende eeuw stabieler

Oorzaken:
  • Minder invallen plunderaars als Noormannen en Hongaren
  • Oorlogen tussen feodale heren kleinschalig (weinig last van)
  • Klimaatverandering (milder klimaat in Europa) --> voedsel werd minder schaars

Slide 5 - Tekstslide

Bevolkingsgroei
Gevolg stabieler politiek klimaat en toename voedsel --> bevolkingsgroei

Gevolg bevolkingsgroei:
  • meer voedsel nodig
  • meer landbouwgrond nodig
  • technologische vernieuwingen (ploeg) (drieslagstelsel)
  • gevolg toename landbouwgrond en technologie --> meer voedsel

Slide 6 - Tekstslide

Steden en handel
Gevolg van Politieke stabiliteit en stijgende voedselproductie --> veiliger om te reizen en voedsel surplus --> toename handel --> specialisatie (ambachten) --> Behoefte aan markten --> toename steden





 

Slide 7 - Tekstslide

Vroege middeleeuwen (500 - 1000) - zelfvoorzienende (autarkische) agrarisch samenleving. Kleine gemeenschappen die zelfvoorzienend zijn, weinig handel, weinig steden

Late middeleeuwen (1000- 1500) - agrarisch - urbane samenleving.
Voldoende voedsel om enkele steden te onderhouden. Meeste mensen nog boer

Slide 8 - Tekstslide

Stadsrechten
  • Vanaf twaalfde eeuw sterke toename steden
  • Nieuwe steden vielen onder gezag koning of leenman (graaf, hertog)
  • Gezag verantwoordelijk voor rechtspraak en opleggen belasting
  • Bij alles wat steden wilden organiseren was toestemming nodig
  • In ruil voor geld kochten steden privileges (stadsrechten)

Gevolg --> Gezag raakte macht kwijt over de steden

Slide 9 - Tekstslide

Macht in de stad
Aanvankelijk hebben rijke handelaren, kooplieden het voor het zeggen, later groepen ambachtslieden.

Handelaren afhankelijk van producten ambachtslieden --> ambachtslieden eisen plaats in bestuur.

Bestuur vaststaand aantal burgers (deel ambachtslieden, deel handelaren, allemaal een stem

Slide 10 - Tekstslide

Gilden
  • Vereniging van mensen binnen een beroep
  • Gesloten groep, beroep alleen toegankelijk als je lid bent.
  • Meesterproef
  • Sociale functie (zorgdragen voor zieken, arbeidsongeschiktheid, begrafenis, optochten, feesten)
  • politieke en religieuze functie (beschermen, donaties)

Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Bekijk KA 15.
Noem een ander voordeel dan directe inkomsten, voor een koning/leenman, voor het verlenen van stadsrechten

Slide 15 - Tekstslide

De gang naar Canossa maken
Toen de Duitse staatsman Bismarck in 1872 een politieke nederlaag dreigde te leiden, kwam hij in verzet. Tegenover de Rijksdag, het Duitse parlement, sprak hij de bekend geworden woorden Nach Kanossa gehen wir nicht (Naar Canossa gaan we niet). Bismarck wilde daarmee aangeven dat hij zich niet onderdanig in het stof wilde wentelen en ten overstaan van de wereld wilde laten vernederen. Hij verwees met deze uitspraak naar de vernedering die de Duitse keizer Hendrik IV (1056-1106) onderging toen hij zich genoodzaakt zag om vergiffenis te smeken.

Slide 16 - Tekstslide

Wie is de leider van de christelijke kerk?

Slide 17 - Tekstslide

Het grote schisma van 1054 (oosters schisma)

Slide 18 - Tekstslide

Investituurstrijd
Zowel koningen als de Paus konden bisschoppen aanstellen.
Hier kwam gezeur over, want vriendjespolitiek en gedoe om macht.

Paus Gregorius VII was van mening dat alleen de Paus dit mocht doen, hij was tenslotte de baas van de kerk en niet een koning of de keizer. Hij besloot in 1075 dat koningen en de keizer dit recht op investituur (benoemen van bisschoppen) niet meer hadden.

Slide 19 - Tekstslide

Hendrik en de paus
Hendrik IV (eerst koning, daarna keizer in Duisland) beetje boos op Paus 
--> benoemd nieuwe Paus, Clemens III (een tweede paus dus) --> wordt daardoor uit de kerk gezet door Paus Gregorius) --> Hendrik verliest daardoor de steun van Duitse edelen --> Hendrik moet sorry zeggen.

Slide 20 - Tekstslide

De gang naar Canossa
Hoewel hendrik van mening is dat hij niets verkeerds heeft gedaan voelt hij zich toch gedwongen om vergeving te vragen aan paus Gregorius --> Hendrik trekt naar tijdelijk verblijf Paus in Canossa --> Paus laat Hendrik letterlijk in de kou staan (drie dagen!) --> Hendrik zegt sorry 

Slide 21 - Tekstslide

Concordaat van Worms
1122 voorlopig einde investituurstrijd. Paus krijgt zijn zin.

Maar... koningen konden geestelijken zoals bisschoppen nog wel benoemen tot leenmannen. Bisschoppen verkregen zo wereldlijke macht, in dienst van de vorst.

Slide 22 - Tekstslide

Tweezwaardenleer
Wereld is verdeeld in twee machtssferen

Geestelijk: Paus als plaatsvervanger van god op aarde, leider van de christenen

Wereldlijk: De macht van vorsten over het gewone volk, gaat over bestuur en rechtspraak

Donatio Constantini: Op basis van dit (valse) document is de Paus van mening dat de twee zwaarden hem toekomen.



Slide 23 - Tekstslide