Regie - Lesweek 5

Vak: Regie 
Semester: 4 - Lesweek: 5
Docenten: Ikram Smaili
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
WelzijnMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Vak: Regie 
Semester: 4 - Lesweek: 5
Docenten: Ikram Smaili

Slide 1 - Tekstslide

Aanwezigheidsregistratie
Aanwezigheid zal door de docent geregistreerd worden. Aanwezigheid kan meerdere malen tijdens de les worden gedaan. Bij vroegtijdig verlaten van de (online) les, zonder geldige reden, zal je op 'ongeoorloofd afwezig' staan. 

Bij te laat komen van de (online) les, is het jouw verantwoordelijkheid om aan het einde van de (online) les aan te geven bij de docent dat je aanwezig bent. 

Slide 2 - Tekstslide

Programma
  • Terugblik lesweek 4
  • Doel van de les
  • Theorie
  • Opdracht
  • Afsluiting

Slide 3 - Tekstslide

Terugblik
Begeleidingsmethodiek: Geheel van op theorieën gebaseerde begeleidingsmethoden die worden gebruikt om een doel te bereiken. De methodiek bestaat uit handelingsrichtlijnen, praktische handvatten, etc. 

Voorbeelden: 8-fasemodel, empowerment, systemisch werken, motiverende gespreksvoering, oplossingsgericht werken, belevingsgerichte zorg, muzisch agogisch werken,


Slide 4 - Tekstslide

Motiverende gespreksvoering richt zich met name op:
A
Extrinsieke motivatie
B
Autonome motivatie
C
Intrinsieke motivatie
D
Doelgerichtheid

Slide 5 - Quizvraag

Welk begrip hoort bij onderstaande omschrijving:
''gevoel van persoon dat hij/zij zowel redenen heeft om gedrag te veranderen als redenen om het gedrag te behouden.'' ook wel ''gespleten gevoel:
A
Discrepantie autonomie
B
Ambivalentie
C
Autonomie
D
Authenticiteit

Slide 6 - Quizvraag

Stelling: Motiverende gespreksvoering gaat uit van de eigen kracht van de cliënt
A
Juist
B
Onjuist

Slide 7 - Quizvraag

Lesdoelen
  • Aan het einde van de les kun je een uitleggen wat motiverende gespreksvoering is en deze koppelen aan de praktijk/BPV.
  • De student geeft specifiek aan wat risicofactoren zijn t.a.v. het voeren van eigen regie door psychische en psychiatrische ziektes en stoornissen, verslaving en binnen de forensische zorg.
  • De student kan het begrip draagkracht en draaglast uitleggen en koppelen aan een voorbeeld uit de praktijk.
  • De student kan uitleggen wat de definitie is van weerstand. 

Slide 8 - Tekstslide

Theoretische kader

Slide 9 - Tekstslide

Motiverende gespreksvoering

Doel motiverende gespreksvoering: Gedragsverandering bij cliënten op gang brengen. Dit gebeurt door het ontwikkelen van de motivatie, dus de wil om te veranderen. 



Slide 10 - Tekstslide

Motivatie

  • Autonome motivatie (nut er van inzien)
  • Extrinsieke motivatie (straffen belonen)
  • Intrinsieke motivatie (van binnenuit willen) 
drie vormen

Slide 11 - Tekstslide

Motiverende gespreksvoering
Motiverende Gespreksvoering = een benadering die mensen helpt hun gedrag ‘van binnenuit’ te veranderen.



Motiverende gespreksvoering is een op samenwerking gerichte gespreksstijl die iemands eigen motivatie en bereidheid tot verandering versterkt. Daarbij speelt het verkennen en oplossen van ambivalentie een belangrijke rol.

Ambivalentie is een gespleten gevoel. Je wil iets, en je wil het tegelijkertijd ook niet. Of je wilt iets, en tegelijkertijd ook iets anders, en je kunt niet kiezen.

Slide 12 - Tekstslide

Eigenlijk zou ik... maar...
Aan de ene kant wil ik... maar...
Ik wil het wel, maar ik kan het niet.
Verandertaal
Behoudtaal
Ambivalentie

Slide 13 - Tekstslide

Wat denk je dat je je juist NIET moet doen bij motiverende gesprekstechniek? (meerdere antwoorden mogelijk)
A
Discussie aangaan
B
Empathie tonen
C
Meeveren met weerstand
D
Argumenten aanvoeren

Slide 14 - Quizvraag

do's
don'ts

Slide 15 - Tekstslide

Oefening in tweetallen
  • Deel 1:
    A vertelt B over iets waarover hij/zij nadenkt om te veranderen, maar nog geen beslissing over heeft gemaakt en nog twijfelt. 
  • B overtuigt A dat hij/zij moet veranderen.
  1. Leg uit waarom de persoon zou moeten veranderen
  2. Geef 3 voordelen voor deze verandering
  3. Vertel hoe deze persoon moet veranderen
  4. Benadruk hoe belangrijk het is om te veranderen
  5. Overtuig de persoon dit ook daadwerkelijk te doen

Slide 16 - Tekstslide

2. Deel 2- Oefening in tweetallen 
  • A vertelt B over iets waarover hij/zij nadenkt om te veranderen, maar nog geen beslissing over heeft gemaakt en nog twijfelt.

  • B luistert aandachtig en stelt vragen.
  1. Waarom wil jij deze verandering maken?
  2. Als je zou beslissen om te veranderen, hoe zou je dat dan aanpakken?
  3. Wat zijn voor jou de 3 beste redenen om te veranderen?
  4. Hoe belangrijk is het voor jou om te veranderen op een schaal van 0-10?

Slide 17 - Tekstslide

Opdracht 

Beantwoord de volgende vragen:


1. Wat is psychosociale ondersteuning?
2. In welke situaties wordt er psychosociale ondersteuning geboden?
3. Wanneer noemen we een situatie complex?
4. Hoe bouw je een vertrouwensrelatie op met de cliënt?
5. Wat is het doel van ‘inzicht gevende gesprekken’?
6. Welke gesprekstechnieken zet je met name in om dit doel te bereiken? 

Slide 18 - Tekstslide

Theorie
Psychische en psychiatrische ziektes en stoornissen: Een cliënt lijdt aan een psychiatrische stoornis wanneer de psychologische functies, zoals voelen, denken of waarnemen, afwijkend functioneren. Het gevolg is dat de cliënt zich vreemd gaat gedragen. Het belangrijkste symptoom van een stoornis is dan ook afwijkend gedrag. 

Wat zijn de risicofactoren bij deze stoornis/ziekte als het gaat om het voeren van eigen regie? Welke student heeft hiermee te maken op zijn/haar stage?


Slide 19 - Tekstslide

Theorie
Verslaving: Dit is een situatie waarin een persoon zo van een gewoonte of middel afhankelijk is dat hij dit niet, of heel moeilijk, los kan laten. Het gedrag van een verslaafde is zo gericht op het middel of de gewoonte, dat dit ten koste gaat van de meeste andere activiteiten. Een verslaving kan het lichaam en de hersenen aantasten, waardoor een chronische verslaving kan ontstaan. 

Wat zijn de risicofactoren bij deze stoornis/ziekte als het gaat om het voeren van eigen regie? Welke student heeft hiermee te maken op zijn/haar stage?

Slide 20 - Tekstslide

Theorie
Forensische zorg: Geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan verdacht worden. Forensische psychiatrie biedt geestelijke gezondheidszorg aan personen die zich van de rechter moeten laten behandelen als onderdeel van hun strafmaatregel. De zorg gaat gepaard met bescherming van de samenleving. 

Hoe kan een hulpverlener cliënten helpen om zich bewust te worden van hun problemen en deze vervolgens daadwerkelijk aan te pakken? Motiverende
gespreksvoering is een techniek die elke hulpverlener kan inzetten om cliënten te motiveren tot verandering.

Slide 21 - Tekstslide

Theorie
Draagkracht: De draagkracht wordt bepaald door jouw mogelijkheden om stress te voorkomen en er mee om te gaan.
Draaglast: De draaglast wordt gevormd door factoren en eisen uit je omgeving die spanning veroorzaken.
Weerstand: Weerstand is het vermogen van uw lichaam om u te beschermen tegen negatieve invloeden van buitenaf. Weerstand is een manier van de ander om te laten merken dat hij betrokken is en dat hij opkomt voor zijn eigen belangen.

Geef een voorbeeld vanuit de praktijk waarin deze begrippen naar voren komen. 



Slide 22 - Tekstslide

Nabespreken opdracht 


1. Wat is psychosociale ondersteuning?
Psychosociale hulpverlening betreft het ondersteunen en weer op weg helpen van mensen met klachten die ontstaan door problemen op persoonlijke, relationele of maatschappelijke gebieden. 
2. In welke situaties wordt er psychosociale ondersteuning geboden?
Ieder mens kent in zijn of haar leven periodes van onzekerheid, van ontevredenheid over zichzelf en het contact met anderen. Dit kan op het persoonlijke, relationele en maatschappelijk gebied. 

Slide 23 - Tekstslide

Nabespreken opdracht 


3. Wanneer noemen we een situatie complex?
'Gecompliceerd' zijn situaties die een duidelijke oorzaak-gevolg relatie in zich hebben, in belangrijke mate voorspelbaar zijn, maar waar het je mogelijk aan kennis ontbreekt om een goede analyse te kunnen maken en een adequaat plan op te stellen.
4. Hoe bouw je een vertrouwensrelatie op met de cliënt?
Een relatie tussen cliënt en professional op basis van vertrouwen, continuïteit en veiligheid. Zorg en ondersteuning moet ook praktisch van aard zijn: dit draagt bij aan het ontwikkelen van de vertrouwensband en de motivatie van de cliënt. Cliënten moeten gemotiveerd zijn voor het ontvangen van ondersteuning.

Slide 24 - Tekstslide

Nabespreken opdracht 


5. Wat is het doel van ‘inzicht gevende gesprekken’?
In de inzicht gevende benadering is het doel, onbewuste, weggestopte, verdrongen, verborgen, meestal beangstigende gevoelens en belevingen geleidelijk bewust te maken, te beleven, onder ogen te zien, waardoor psychische problemen beter worden begrepen en verder verwerkt.
6. Welke gesprekstechnieken zet je met name in om dit doel te bereiken? 

Slide 25 - Tekstslide

Wat neem je mee naar de praktijk?

Slide 26 - Woordweb

Doelen check
Zijn onderstaande doelen behaald en VERANTWOORD dit?

  • De student geeft specifiek aan wat risicofactoren zijn t.a.v. het voeren van eigen regie door psychische en psychiatrische ziektes en stoornissen, verslaving en binnen de forensische zorg.
  • De student kan het begrip draagkracht en draaglast uitleggen en koppelen aan een voorbeeld uit de praktijk.
  • De student kan uitleggen wat de definitie is van weerstand. 

Slide 27 - Tekstslide

Afsluiting

Bedankt voor jullie aandacht!  

Nog vragen? 

Slide 28 - Tekstslide