Week 7: 11.4.4 en Inperking bacteriegroei

11.4.4 De grote betekenis van bacteriën
Bacteriën zijn 
overal
Diep in de zee onder hoge druk met hoge zoutconcentraties
In heetwaterbronnen van meer dan 100 graden Celsius.
In zure of juist basische omgeving.
1 / 11
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 11 slides, met tekstslides.

Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

11.4.4 De grote betekenis van bacteriën
Bacteriën zijn 
overal
Diep in de zee onder hoge druk met hoge zoutconcentraties
In heetwaterbronnen van meer dan 100 graden Celsius.
In zure of juist basische omgeving.

Slide 1 - Tekstslide

Schadelijke bacteriën






Hoe merk je dit?



Pathogenen
Ziekmakende bacteriën<div>Tegenhangers zijn de commensalen</div>
Voedselbederf
Verslechtering van voedselkwaliteit door bacteriegroei
<div><br /></div>

Slide 2 - Tekstslide

Voedselinfectie
Door opname van de pathogene bacterie uit het voedsel.
 
Bijvoorbeeld Salmonella.

Slide 3 - Tekstslide

Voedselvergiftiging


Hierbij word je ziek door de opname van gifstoffen (toxinen) die door bacteriën in het voedsel geproduceerd zijn.

Dit is dus iets anders dan een voedselinfectie  

Slide 4 - Tekstslide

Algenbloei door cyanobacteriën
Vormen drijflagen op het water omdat ze gasvacuolen maken.
Zwemwater ongeschikt maken

Slide 5 - Tekstslide

Nuttige bacteriën
Produceert enzymen voor bijvoorbeeld wasmiddelen
In de grond breken ze organische stoffen af zodat deze hergebruikt kunnen worden.
Helpen bij de productie van levensmiddelen.

Slide 6 - Tekstslide

Genetische manipulatie van bacteriën
Productie van o.a. :
  • Insuline
  • EPO
  • Groeihormoon

Slide 7 - Tekstslide

Inperking bacteriegroei
Document staat op Cumlaude

Slide 8 - Tekstslide

Manieren van inperken
  1. Celwandbeschadiging
  2. Onwerkzaam maken van eiwitten
  3. DNA beschadiging

Chemische inperking

Fysische inperking
Bij beschadiging of remming van de aanmaak van de celwand loopt de cel leeg en sterft af.
Eiwitten die nodig zijn voor de stofwisseling gaan kapot waardoor de cel afsterft.
Door DNA beschadiging kan de cel geen eiwitten maken, stopt de stofwisseling en sterft de cel.
Het doden van micro-organismen met behulp van chemische stoffen.
Het doden van micro-organismen met behulp van fysische middelen zoals temperatuur of straling.

Slide 9 - Tekstslide

Chemische inperking
  1. Antiseptica
  2. Desinfectanti
  3. Chemo
  4. Antibiotica
Antiseptica
Op levend weefsel, zoals waterstofperoxide als mondspoeling of jodiumoplossing voor de huid.
Desinfectantia
Op niet levende materialen, zoals het tafeloppervlak ontsmetten met 70% alcohol.
Chemotherapeutische reagentia
Chemische stoffen die de groei van cellen remmen of vernietigen in levend weefsel.
Antibiotica
Stofwisselingsproducten van micro-organismen die de groei van bacteriën remmen of ze vernietigen.

Slide 10 - Tekstslide

Fysische inperking
  1. Hoge temperatuur
  2. Lage temperatuur
  3. Straling
  4. Osmotische waarde
  5. Drogen
  6. Filtratie
Hoge zoutconcentraties remmen de groei van micro-organismen.
Straling beschadigd het DNA van het micro-organisme waardoor deze sterft.
Bananenchips zijn zo droog dat micro-organismen er bijna niet op kunnen groeien.
Deze worst is droog en flink gezouten. Door weinig vocht en een hoge osmotische waarde worden micro-organismen geremd in hun groei.
Hoe lager de temperatuur, hoe langzamer de stofwisseling van het micro-organisme, hoe meer de groei wordt geremd.
Met hoge druk en temperatuur worden micro-organismen gedood.

Slide 11 - Tekstslide