T1H2 Inleiding: de productie

T1H2 Producentengedrag bij volkomen concurrentie

0. Inleiding: de productie
1 / 20
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomietoetsSecundair onderwijs

In deze les zitten 20 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

T1H2 Producentengedrag bij volkomen concurrentie

0. Inleiding: de productie

Slide 1 - Tekstslide

Productie
Dit onderdeel staat niet in de cursus en dient ter verduidelijking van de hierop volgende leerstof.
-> Wanneer we de kosten van een onderneming bekijken, moeten we eerst de productie van dichterbij gaan bekijken gezien deze de kosten veroorzaakt.
-> Bekijk het videofragment.tem 2:10 (KANO productiefactoren)

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Video

Productie
* Totale productie -productiecapaciteit
* Gemiddelde productie - arbeidsproductiviteit
* Marginale productie
* Wet van de toe- en afnemende productie

Slide 5 - Tekstslide

Totale productie
Het totaal wat er geproduceerd 
kan worden als alle productie-
factoren worden benut is de 
productiecapaciteit.

Slide 6 - Tekstslide

Totale productie
Start: efficiënte productie -> progressieve stijging.
Per extra arbeider steeds meer extra stuks geproduceerd = ‘meerproductie’ of ‘marginale productie’. 

Buigpunt: overgang progressieve stijging (efficiënte werking) naar degressieve stijging (inefficiënte werking)

Uiteindelijk: productie inefficiënter (degressieve stijging). Per extra arbeider extra stuks, maar telkens in mindere mate. Lopen elkaar in de weg.

Slide 7 - Tekstslide

Gemiddelde productie
Arbeidsproductiviteit of 
gemiddelde productie is de hoeveelheid 
productie die per tijdseenheid 
wordt geproduceerd door één 
arbeider. 

Deze curve verloopt stijgend tot ze 
de marginale productiecurve snijdt en 
verloopt dan dalend. 

Slide 8 - Tekstslide

Marginale productie
Wet toe- en afnemende productie
Evolutie TP en MP hangen 
samen. MP (= extra stuks 
per extra arbeider geproduceerd)
 stijgt (zie progressieve stijging 
TP), behaalt max (komt overeen 
met buigpunt TP) en daalt dan 
(degressieve stijging) om 
uiteindelijk negatief te worden 
(komt overeen met dalende deel TP).

Slide 9 - Tekstslide

In een bedrijfskolom worden alle bedrijven die meewerken aan de productie van een goed of dienst in willekeurige volgorde weergegeven.
A
Juist
B
Fout

Slide 10 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "metaal"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 11 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "geld op de spaarrekening"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 12 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "robots"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 13 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "aardappelen"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 14 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "gebouwen"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 15 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "kassamedewerker"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 16 - Quizvraag

Bij welke productiefactor hoort "water"?
A
Kapitaal
B
Arbeid
C
Natuur

Slide 17 - Quizvraag

Juist of fout? De gemiddelde productie wordt berekend door de TP/aantal arbeiders.
A
Juist
B
Fout

Slide 18 - Quizvraag

Juist of fout? De marginale productie wordt berekend door (TP2-TP1)/(Arb2-Arb1).
A
Juist
B
Fout

Slide 19 - Quizvraag

Totale productie / aantal arbeiders =
A
marginale kost
B
marginale productie
C
gemiddelde kost
D
gemiddelde productie

Slide 20 - Quizvraag