3.2 Amsterdam stapelmarkt van de wereld

Zelfstandig werken door uitval
In deze les leer je hoe Amsterdam de stapelmarkt van Europa werd en welke gevolgen dit had voor de nijverheid en landbouw.
Amsterdam wordt een zeehaven.
Amsterdam breidt zich uit en steeds meer mensen trekken naar de stad.
Amsterdam wordt de stapelmarkt van de wereld.
Geschiedenis klas 2
Hoe is de les verlopen. 
IIs het leerdoel behaald?
Maakwerk afmaken
18 t/m 25 in je werkboek (p.78-80)
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 18 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Zelfstandig werken door uitval
In deze les leer je hoe Amsterdam de stapelmarkt van Europa werd en welke gevolgen dit had voor de nijverheid en landbouw.
Amsterdam wordt een zeehaven.
Amsterdam breidt zich uit en steeds meer mensen trekken naar de stad.
Amsterdam wordt de stapelmarkt van de wereld.
Geschiedenis klas 2
Hoe is de les verlopen. 
IIs het leerdoel behaald?
Maakwerk afmaken
18 t/m 25 in je werkboek (p.78-80)

Slide 1 - Tekstslide

De Republiek in de Gouden Eeuw


3.2 Amsterdam stapelmarkt van de wereld

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Leerdoel
Aan het eind van deze presentatie kun je herkennen en uitleggen op welke wijze Amsterdam de stapelmarkt van Europa werd en welke gevolgen dat had voor de landbouw in de Republiek.

Slide 4 - Tekstslide

Een goede plek
  • Nederland lag/ligt gunstig gelegen aan de zee. In het midden tussen Zuid-Europa en Noord-Europa.
  • Amsterdam en Antwerpen zijn hierdoor belangrijke havensteden.

Slide 5 - Tekstslide

Schelde afgesloten

  • Antwerpen was in die tijd de belangrijkste haven van de wereld, maar in Spaanse handen..

  • De weg naar de Antwerpse haven wordt door Nederland afgesloten, zodat de haven niet meer kan worden bereikt.

Slide 6 - Tekstslide

Stapelmarkt
  • Doordat de Schelde wordt afgesloten is Antwerpen niet langer bereikbaar.
  • Amsterdam wordt de stapelmarkt* van de wereld.
*Plaats waar handelswaar tijdelijk wordt opgeslagen, om van daaruit verder te worden verhandeld.

Slide 7 - Tekstslide

Handelskapitalisme
Winst proberen te maken door handel te drijven én door gekochte materialen en grondstoffen te laten bewerken en daarna te verkopen met meer winst noemen we handelskapitalisme.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Link

Immigratie
  • Amsterdam groeit uit tot een echte wereldstad en overal vandaan trekken mensen naar Amsterdam.

- Een beter bestaan
- Door oorlog in andere landen
- Vervolging vanwege geloof

Slide 11 - Tekstslide


Stadsbewoners en stapelmarkt
  • Een groot deel van de bevolking tijdens de Gouden Eeuw woonde in de stad. De bevolking groeide snel in deze tijd.

  • Boeren konden niet de hele bevolking voorzien van voedsel, waardoor Amsterdam begon met het importeren van graan uit de Oostzee.

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Stadsbewoners en stapelmarkt
  • Schepen die naar het Oostzeegebied voeren, namen zelf ook producten mee om daar te verkopen. Vervolgens namen ze graan of andere producten zoals hout en ijzer mee terug naar de Republiek.

  • De handel met de landen rond de Oostzee wordt als de meest belangrijke en winstgevende internationale handel gezien voor de Nederlanders en wordt ook wel de moedernegotie genoemd.

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Specialisatie en commerciële landbouw
  • Nu er via Amsterdam genoeg graan voor brood en pap binnenkwam, loonde het voor de boeren niet meer om graan op hun akkers te verbouwen.

  • Nederlandse boeren gaan voortaan specialiseren in de productie van melk, boter, kaas, vlees, vlas/hennep en turf.

Slide 16 - Tekstslide

Specialisatie en commerciële landbouw
  • De boeren produceerden voortaan niet alleen voor het eigen dorp, maar voor de hele Republiek en ook het buitenland. 

  • Die marktgerichte manier van boerenbedrijvigheid noemen we commerciële landbouw.

Slide 17 - Tekstslide

Aan het werk
Gebruik leerboek 3.2 t/m kopje 'Stapelmarkt Amsterdam' (p.54-55)

en

Maak de opdrachten 18 t/m 25 in je werkboek (p.78-80)

Slide 18 - Tekstslide