Les 6 herhalen leereenheid 1,2 en 3 en materialen klaarzetten (6W's)

Zorg dat je klaar zit met.....
  • Pen en papier
  • Laptop (opgeladen!)
  • Concentratie
timer
1:00
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
Begeleiden en LesgevenMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

Zorg dat je klaar zit met.....
  • Pen en papier
  • Laptop (opgeladen!)
  • Concentratie
timer
1:00

Slide 1 - Tekstslide

Ervaringen lesbeurt 1?

Slide 2 - Tekstslide

Inhoud
  • Doelen
  • Herhaling
  • Aan de slag
  • Doelen behaald?

Slide 3 - Tekstslide

Doelen voor deze les
  • Herhalen thema 1: Didactisch model.
  • Herhalen thema 2: Beginsituatie
  • Herhalen thema 3: Doelstellingen
  • Je weet hoe je materialen klaarzet aan de hand van de 6 W's.

Slide 4 - Tekstslide

Herhaling doelstelling 1, 2 en 3

Slide 5 - Tekstslide

Leereenheid 1: Didactisch model
Weten we het nog?
  • Planmatig werken
  • Didactische sleutelvragen
  • Didactisch model

Slide 6 - Tekstslide

Planmatig werken

Je werkt volgens een vooraf opgesteld plan. 
Het plan dat je gebruikt bij het lesgeven bestaat uit drie belangrijke stappen of fasen.






Slide 7 - Tekstslide

Didactische sleutelvragen

De volgende vier didactische vragen zijn van groot belang bij het voorbereiden, uitvoeren en evalueren van lessen en trainingen. Deze vragen vormen de sleutel tot het geven van een goede les of training en heten dan ook didactische sleutelvragen.

De vier didactische sleutelvragen zijn:
  1. Waar moet ik beginnen? Wat is de beginsituatie?
  2. Wat wil ik bereiken? Wat zijn mijn doelstellingen?
  3. Hoe ga ik de les geven?
  4. Heb ik mijn doel bereikt? Wat levert evaluatie van de les mij op?


Slide 8 - Tekstslide

Didactische model

Slide 9 - Tekstslide

In het didactisch model zijn de vier pijlers door pijlen met elkaar verbonden.
In dit model geven ze dus de weg van het lesgeefproces aan.

De beginsituatie en de doelstelling zijn met elkaar verbonden en deze zijn beide bepalend voor de invulling van de les of training.
 
Verder geven de pijlen aan dat de evaluatie na de les of training plaatsvindt.
Als je de pijlen nog verder volgt, zie je dat de resultaten van een voorgaande les (evaluatie) de planning van de eerstvolgende les beïnvloeden.

Slide 10 - Tekstslide

Leereenheid 2: Beginsituatie
Weten we het nog?
  • 3 acties die je kunt doen om het beginniveau in kaart te brengen?
  • Wat beschrijf je bij het motorisch/cognitief/sociaal-affectief gedrag?
  • Didactische beginsituatie van de lesgever?

Slide 11 - Tekstslide


Tijdens de voorbereiding is het erg belangrijk om er achter te komen wat je nodig hebt om een goed doel voor de les te bepalen..

Dit heet het analyseren van de beginsituatie. 
Door het analyseren van de beginsituatie probeer je een antwoord te vinden op de eerste sleutelvraag: "Waar moet ik beginnen?"

De beginsituatie is dus een vertrekpunt voor je les. 
Wanneer je je vertrekpunt niet goed weet, is het moeilijk om de juiste activiteiten en organisatie te kiezen.

Slide 12 - Tekstslide

Wat kun je doen om de beginsituatie in kaart te brengen?
Observeren: 
Je kijkt goed naar de bewegers en n.a.v. wat je ziet, maak je een plan/doel.
Vragen stellen
Mensen vragen naar gegevens die je nodig hebt om de beginsituatie vast te stellen (denk aan een enquête) 
Specifieke middelen inzetten
Als je het meer gedetailleerd wil weten kun je daarvoor specifieke middelen gebruiken
(bijv. een test; shuttleruntest )

Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld: 
De basketbal les van afgelopen dinsdag 
Bewegingsvaardigheden
- Hoe goed of hoe slecht beheerst het merendeel van de groep bepaalde vaardigheden of technieken?
- Welke eisen stel je aan de bewegingsvaardigheid?
Bewegingseigenschappen
- CLUKS Coördinatie, Lenigheid, Uithoudingsvermogen, Kracht en Snelheid 
(probeer in te schatten in hoeverre deze bewegingseigenschappen aanwezig zijn) 
Fase van het motorisch leerproces
- Welke fase bevindt de groep zich?
( aanleren, kleine correcties, herhalen)
Motorisch niveau

Slide 14 - Tekstslide

Cognitief niveau
Voorbeeld:
deze klas 
Cognitief = verstandelijk; heeft te maken met de verwerking van informatie door de hersenen.
 
- Wat is de intelligentie van de SB-deelnemer?
-Hoe snel begrijpen ze de uitleg of de spelregels?
-Welke kennis van spelregels en regelementen hebben de SB-deelnemers?
-Hoeveel tactisch inzicht hebben de SB-deelnemers?
-Hoe is het bewegingsinzicht van de SB-deelnemers?
-Hoeveel ervaring heeft de groep met deze vaardigheid?
  Leeftijd en aanleg spelen altijd een rol!!

Slide 15 - Tekstslide

Sociaal-affectief niveau
Voorbeeld:
Deze groep
- Persoonlijkheidskenmerken
( durf, openheid, faalangst, mentaliteit, normen en waarden)

- Motivatie
met welke motivatie stapt een SB-deelnemer jouw les binnen?
 Elke groep verschilt hierin!!
-Welke sfeer heerst er in de groep?
-Hoe is de samenwerking?
-Hoe is de communicatie?
- Is er sprake van groepjesvorming?
- Hoe is de relatie groep/lesgever?

Slide 16 - Tekstslide


-hoe goed ben ik met instrueren (uitleggen)?
-hoe goed ben ik in het veilig en efficiënt organiseren?
-hoe goed ben ik in snel aanpassen van de situatie?
Didactische beginsituatie van lesgever

Slide 17 - Tekstslide

Stil staan bij jezelf als lesgever. Hierdoor kun je daar zelf rekening mee houden tijdens je les.
Stel jezelf de vragen....
* motorische beginsituatie
- Hoe goed is mijn eigen algemene vaardigheid?
-Hoe goed kan ik zelf de beweging die ik wil aanleren?
- Heb ik zelf voldoende kennis van deze sport of beweging?

* cognitieve beginsituatie
- Hoe is mijn kennis van sport en bewegen in het algemeen?
- Wat weet ik van bepaalde bewegingsvormen af?
- Heb ik voldoende kennis van de methodische opbouw?
- Wat weet ik van trainingsprincipes?

* sociaal-affectieve beginsituatie
- Hoe gemotiveerd ben ik om deze SB-activiteit aan te bieden?
- Ben ik gericht op het resultaat, of is omgang met de groep belangrijker?
- Hoe kom ik over als ik voor de groep sta? 
Hoe presenteer ik mezelf ?

Slide 18 - Tekstslide

Leereenheid 3: Doelstellingen
Weten we het nog?
  • Gericht op termijn of gedrag
  • Algemeen/concreet
  • kwantitatieve/kwalitatieve minimale eis
  • 4 stappen: Bewegingsvorm, Waarneembaar eindgedrag, Omstandigheid/voorwaarde, Minimale eis

Slide 19 - Tekstslide

Soorten doelstellingen
Op basis van termijn (tijd):

- Lange termijn doelstellingen 
- Middellange termijn doelstellingen
- Korte termijn doelstellingen (lesdoel, lesdeeldoel, oefendoel)

Slide 20 - Tekstslide

Soorten doelstellingen
Op basis van gedragsaspecten: (wat je laat zien) 
(zie les 2.2)

- Motorische doelstellingen (gaat om de beweging)
- Cognitieve doelstellingen (gaat om het denken/ begrijpen)
- Sociaal affectieve doelstellingen (het omgaan met elkaar)

Slide 21 - Tekstslide

Algemene en concrete doelen
Algemeen geformuleerde doelstellingen

Bij een algemeen geformuleerde doelstelling is het doel niet nauwkeurig omschreven. Het gewenste eindgedrag kan verschillende vormen aannemen en is niet altijd goed waarneembaar. 
Voorbeelden algemeen geformuleerde doelstellingen
  • De eerstejaars kunnen een eigen dansoefening samenstellen.
  • De speler moet de tegenstander op een of andere manier passeren.
  • De deelnemers beleven plezier aan bewegen.

Slide 22 - Tekstslide

Concreet geformuleerde doelstellingen

Je spreekt van een concreet geformuleerde doelstelling als het doel is omschreven in duidelijk waarneembaar eindgedrag.

Voorbeelden concreet geformuleerde doelstellingen:
  • De SB-deelnemers kunnen de bovenhandse techniek in een driehoeksopstelling demonstreren.
  • De SB-deelnemers kunnen de wreeftrap als voorzet toepassen.
  • De SB-deelnemers kunnen een duurloop van tien kilometer over een sterk wisselend parcours lopen.
  • De SB-deelnemers kunnen een voorwaartse salto uit aanloop met afzet van een minitrampoline springen.

Slide 23 - Tekstslide

Kwalitatieve eis: (kwaliteit)
  1. heeft te maken met  hoe goed, mooi, correct een beweging is.
  2. Moeilijk; vraagt veel deskundigheid.
  3. Helpt je signaleren van fouten tijdens de uitvoering.
Kwantitatieve eis: (meetbaar)
  1. Meetbare aspecten; tijd/ snelheid.
  2. Niet de beweging staat centraal, maar het resultaat van de beweging.
  3. Weinig ruimte voor de deelnemers en lesgever om er een eigen invulling aan te geven.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Materialen klaarzetten/ opruimen (6W's)

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Regels voor lesbeurt 2
  • 1 (sport)activiteit aan de hele klas
  • lesduur: 15-20 minuten 
  • je kiest een sportactiviteit waarbij je deelnemers iets aanleert (duidelijk en concreet doel)
  • GEEN VOETBAL
  • Je kunt Good2Move gebruiken
  • UITERLIJKE INLEVERDATUM 13 OKTOBER 12:00

Slide 30 - Tekstslide

Herhalen thema 1: Didactisch model.
Herhalen thema 2: Beginsituatie
Herhalen thema 3: Doelstellingen
Je weet hoe je materialen klaarzet aan de hand van de 6 W's.
😒🙁😐🙂😃

Slide 31 - Poll

Volgende les:
  • Oefentoets doelstelling 1,2 en 3 (60 minuten)
    (LEREN DUS LESSEN UIT LESSONUP)
  • Vergelijken lesvoorbereidingen
  • Aanpassen lesvoorbereidingen

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide