hoofdstuk 4 en 5

hoofdstuk 4 en 5
marketing
1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
MarketingMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslide.

Onderdelen in deze les

hoofdstuk 4 en 5
marketing

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat versta je onder de
Customer Journey?
A
De reis die de verkoper aflegt voordat hij een verkoop doet
B
De reis die de klant aflegt vanaf de behoefte tot en met het in gebruik nemen van het product
C
De reis die het product aflegt voordat het wordt verkocht
D
De reis die de klant aflegt na het doen van een aankoop

Slide 2 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een groothandel in bloemen is in onderhandeling met nieuwe leveranciers. De vestigingsmanager van de groothandel vraagt een accountmanager om advies te geven over levervoorwaarden. Welke rol binnen de DMU heeft de accountmanager?
A
Influencers
B
Gatekeeper
C
Initiator

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede Nederlandse definitie van SEO(Search Engine Optimization)?
A
Zoek motor optimisatie
B
Zoek machine optimalisatie
C
De ultieme zoekmachine
D
Maximale vindbaarheid van jouw website

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat SEA voor?
A
Social Engine Advertising
B
Social Engagement Analysis
C
Search Engine Advertising
D
Search Engine Analytics

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is new task?
A
Routinematige producten kopen
B
een nieuwe koopsituatie
C
Gewijzigde herhalingsaankoop
D
Herhalingsaankoop

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde van de adoptiecategorieen?
A
laggrads; early adopters; early majority;late majority; innovators
B
early adopters; early majority; late majority; innovators; laggards
C
early adopters; early majority; late majority; laggards; innovators
D
innovaters; early adopters;early majority; late majority; laggards

Slide 7 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tot welk verdienmodel behoort
A
Servitization
B
Lokaasmodel
C
Transactiemodel

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klanten die een nieuw product aanschaffen zonder al teveel op de prijs te letten zijn in het adoptieproces de....
A
Innovators
B
Early adopters
C
Early Majority
D
Laggards

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

''Een klant koopt al jaren schoenen van Nike, het ziet nu mooie schoenen van Adidas. Hij weet de prijs niet en zoekt het op''
Van welke koopsituatie is hier sprake?
A
UPO (Uitgebreid probleemoplossend koopgedrag)
B
BPO (Beperkt probleemoplossend koopgedrag)
C
RAG (routinematig aankoopgedrag)

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel rollen heeft de DMU?
A
2
B
4
C
6
D
8

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welk aankoopgedrag past hierbij?
A
UPO
B
BPO
C
RAG

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De auto hierachter is een voorbeeld van:
A
uitgebreid probleemoplossend aankoopgedrag
B
beperkt probleemoplossend aankoopgedrag
C
routinematig aankoopgedrag

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke verdienmodel houdt in dat je per aankoop betaalt, zoals in een supermarkt?
A
Transactiemodel
B
Makelaarsmodel
C
Advertentiemodel
D
Abonnementsmodel

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het verschil tussen SEO en SEA?
A
SEO en SEA zijn eigenlijk hetzelfde
B
SEO is organisch en SEA is betaald adverteren
C
SEA is gericht op sociale media
D
SEO is alleen voor lokale zoekopdrachten

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

11. Pink Label verwerkt haar orders tot nu toe nog voornamelijk in Excell. Zij willen komend jaar overgaan tot de aanschaf van een nieuw CRM-systeem. Deze week hebben zij de DMU samengesteld die de markt voor CRM-systemen gaat onderzoeken.

Hoe noemen we de koopsituatie als de DMU daadwerkelijk tot aankoop overgaat?
A
straight rebuy
B
modified rebuy
C
new task buying
D
first time buying

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ahmed sluit een verzekering af tegen brandschade.
Welk motief heeft Ahmed?
A
status
B
veiligheid
C
gemak
D
samenhorigheid / erbij horen

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een webshop in elektronica verkoopt printers. De webshop stimuleert klanten om direct cartridges en printpapier te bestellen.

Welke verkooptechniek gebruikt de webshop?
A
Crossselling
B
Deepselling
C
Upselling

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

20. Een bedrijf gaat voor de eerste keer een bepaald product inkopen. De situatie is complex, waardoor het bedrijf een DMU heeft aangesteld. Van welke koopsituatie is hier sprake?
A
Modified rebuy
B
new task buying
C
straight rebuy

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat verstaan we onder acquisitie?
A
Bekende klanten nieuwe mails sturen
B
Nieuwe klanten werven
C
Nieuwe mailontwerp creeeren
D
Het beste moment om een mail te versturen

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een webshop in elektronica verkoopt printers. De webshop stimuleert klanten om direct cartridges en printpapier te bestellen. Welke verkooptechniek gebruikt de webshop?

A
Crossselling
B
Deepselling
C
Upselling

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zou een verkoper downselling toepassen?
A
Om een klant meer producten tegelijk te laten kopen
B
Om een klant een duurder alternatief aan te bieden
C
Om te voorkomen dat de klant niks koopt
D
Om het assortiment te promoten

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat RAG voor?
A
Routinematig verkoopgedrag
B
Routinematig aankoopgedrag
C
Beperkt routinematig aankoopgedrag
D
Uitgebreid routinematig aankoopgedrag

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn vijf adoptiecategorieën. Hoe noem je de categorie die gekenmerkt wordt door consumenten die een product vroeg kopen en daarmee een voorbeeld zijn voor anderen?
A
Innovators
B
Early adaptors
C
Early majority
D
Late majority

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een lead?
A
Samenwerkings overeenkomst tussen twéé bedrijven
B
Potentiële klant voor een onderneming
C
Aantal bezoekers van een winkel
D
Beheren van database

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe kan contentmarketing bedrijven helpen groeien?
A
Contentmarketing heeft geen invloed op de klanttevredenheid.
B
Contentmarketing heeft geen impact op de merkreputatie.
C
Contentmarketing is niet relevant voor B2B-bedrijven.
D
Contentmarketing kan de online zichtbaarheid vergroten.

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je verkoopt een duurdere versie van een product. Dit is een voorbeeld van:
A
Upselling.
B
Deepselling
C
Crossselling
D
Upgrading

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Je verkoopt meerdere bijpassende producten. Dit is een voorbeeld van:
A
Upselling.
B
Deepselling
C
Crossselling
D
Upgrading

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van de Customer Journey?
A
Een klant die een kookcursus volgt
B
Een klant die een boek leest
C
Een klant die een fiets koopt
D
Een klant die een telefoonabonnement afsluit

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van indirecte acquisitie?
A
Een verkoper belt een bedrijf op
B
Een LinkedIn-bericht sturen naar een prospect
C
Een klant komt zelf binnen via een website
D
Een offerte mailen na een gesprek

Slide 30 - Quizvraag

indirecte acquisitie: Werven van klanten door een tussenpersoon (of relatie).
Ambassadeur: een tevreden klant die anderen enthousiast maakt
Reference selling: ervaring van een bestaande klanten gebruiken om nieuwe klanten te werven: “kijk, zij werken met ons”.
Consultative selling: de verkoper luistert vooral en geeft advies i.p.v. direct te willen verkopen (relatiegericht).
Netwerken: contacten leggen via evenementen of bijeenkomsten. Hiermee ontstaan er kansen voor later.

 

Welk verdienmodel past het beste bij Spotify?
A
Transactiemodel
B
Abonnementsmodel
C
Bemiddelingsmodel
D
Verhuurmodel

Slide 31 - Quizvraag

Transactiemodel
Een bedrijf verdient geld door het verkopen van een product of dienst per losse aankoop.
Voorbeeld:
Een elektronicawinkel verkoopt een televisie. De klant betaalt één keer bij aankoop.

Abonnementsmodel
Een bedrijf verdient geld doordat klanten periodiek (bijv. per maand of jaar) betalen voor gebruik van een product of dienst.
Voorbeeld:
Netflix: klanten betalen elke maand voor toegang tot films en series.

Bemiddelingsmodel
Een bedrijf brengt vraag en aanbod bij elkaar en verdient geld via een commissie of vergoeding per transactie.
voorbeeld:
Uber ontvangt een percentage van elke rit tussen chauffeur en klant.

Verhuurmodel
Een bedrijf verdient geld door producten tijdelijk te verhuren, terwijl het eigendom bij het bedrijf blijft.
Voorbeeld:
Een autoverhuurbedrijf verhuurt auto’s per dag of per week.
Marsha is gevallen en heeft een groot gat in haar zwarte broek. Bij C&A vindt zij een mooie nieuwe zwarte broek.
Zij besluit de broek te kopen.

Hoe noem je de reden van haar aankoop?
A
Koopsituatie
B
Koopkracht
C
koopmotief
D
koopgedrag

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies