T3 - Zinnen maken

1 / 30
volgende
Slide 1: Video
NT2BasisschoolGroep 1-3

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Video

Thema 3
Vertelzin

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Volgorde vertelzin
wie
1
werkw
2
wat
4
waar
5
wanneer
3

Slide 4 - Tekstslide

Maak de correcte woordvolgorder
1
2
3
4
5
wie
doet
wanneer
wat
waar

Slide 5 - Sleepvraag

Voorbeeld
wie
1
doet
2
wat
4
waar
5
wanneer
3
Omar
leest
vandaag
een boek
in de klas

Slide 6 - Tekstslide

Wat is de goede woordvolgorde in een normale zin?
op de fiets 
<b>1</b>
<b>2</b>
<b>3</b>
<b>4</b>
elke dag 
Ahmed
gaat
naar school

Slide 7 - Sleepvraag

Slide 8 - Link

Slide 9 - Link

Maria
wandelt
op donderdag
alleen
in het park
1
2
3
4
wie
1
doet
2
wanneer
3
wat
4
waar
5

Slide 10 - Tekstslide

Thema 3
Inversie

Slide 11 - Tekstslide

Volgorde zin met inversie
wie
1
doet
2
wat
4
waar
5
wanneer
3

Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld
wie
1
doet
2
wat
4
waar
5
wanneer
3
Diana
gaat
Morgen
snoep
kopen

Slide 13 - Tekstslide

Op woensdag
zwemt
Denys
een appel
in het bos
wie
1
doet
2
wanneer
3
wat
4
waar
5

Slide 14 - Tekstslide

Thema 3
Vraagzin

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Thema 3
oefeningen

Slide 20 - Tekstslide

Welke functie heeft loopt in de zin:
Hij loopt naar school.
A
wie
B
waar
C
wat
D
doet

Slide 21 - Quizvraag

Welke functie heeft Mudrik in de zin:
Mudrik gaat naar huis.
A
wie
B
waar
C
wat
D
doet

Slide 22 - Quizvraag

Welke functie heeft het strand in de zin:
Ik ben op het strand.
A
wie
B
waar
C
wat
D
doet

Slide 23 - Quizvraag

Maak een vertelzin met deze woorden:
loopt - Kira - in het park - om 18u

Slide 24 - Open vraag

Maak een vraagzin:
Denys - maakt - moeilijke oefeningen

Slide 25 - Open vraag

Maak een zin met inversie:
Zwemt - op donderdag- Tresa - in Lier

Slide 26 - Open vraag

Maak een vertelzin:
Iddi - te voet- naar school - komt

Slide 27 - Open vraag

Maak een vraagzin:
Rouhif - eet - een koekje - in de klas

Slide 28 - Open vraag

Maak een zin met inversie:
Iddi - te voet- naar school - komt

Slide 29 - Open vraag

Slide 30 - Link