AHM 08 Ruis

1 / 15
volgende
Slide 1: Tekstslide
CommunicatieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les:

- weet je hoe het zit met interne en externe ruis
- kan jij ruis voorkomen
- weet je of jijzelf een bron van ruis bent

Slide 2 - Tekstslide

Definitie van communicatie

Slide 3 - Open vraag

Slide 4 - Tekstslide

Ruis betekent dat de boodschap niet overkomt zoals de zender bedoelde

Slide 5 - Tekstslide

Interne ruis
Externe ruis

Slide 6 - Tekstslide

Interne ruis

Redenen tussen
zender en ontvanger
of bij medium






Externe ruis

Redenen die buiten het communicatieproces liggen:
plaats, aanwezigheid derden, tijdstip 

te warm, lawaai buren, lekkend dak, afleiding, bedreiging, haast, verkeerd moment

Slide 7 - Tekstslide

Interne ruis: redenen tussen
zender en ontvanger of bij medium
Zender: niet nagedacht over boodschap, geen concentratie, (on)bewust info achterhouden,       
                  tegenstrijdige boodschappen (verbaal/non-verbaal)

Medium: mondeling --> accentloos , verstaanbaar (articuleren en volume)
                    technisch in goede staat

Ontvanger: decodeert en interpreteert subjectief
                         humeur (vrolijk-boos), oordelen (leuk-stom persoon), normen en waarden/cultuur,
                         aandacht, onbekend maakt onbemind, 'lekker in je vel', (on)bewust afsluiten
                    

Slide 8 - Tekstslide

We weten dat ruis de oorzaak is van miscommunicatie (niet effectieve communicatie). Wat kan je doen om ruis te voorkomen?

Slide 9 - Open vraag

Slide 10 - Tekstslide

Oefening: ben ik een bron van ruis?
Beantwoord voor jezelf de 10 vragen (blz. 149) met
ja of nee én geef daar een toelichting op.

Slide 11 - Tekstslide

Oefening: ben ik een bron van ruis?

1. Het is typisch iets voor mij om goed na te denken, vóór ik iets ga vertellen.
2. Mijn non-verbale boodschappen ondersteunen meestal mijn verbale boodschappen.
3. Het lukt mij goed de juiste woorden te vinden, ook bij een moeilijke boodschap.
4. Ik laat gemakkelijk het achterste van mijn tong zien en ben daardoor goed te volgen voor mijn gesprekspartner.
5. Ik kies het juiste tijdstip en communicatie-middel, als ik iemand iets moet vertellen.

Beantwoord de volgende 10 vragen (ja / nee) én schrijf een korte toelichting (trefwoorden).

6. Ik houd in mijn taalgebruik meestal rekening met wie ik tegenover mij heb.
7. Ik hoor meestal méér dan wat iemand letterlijk zegt. Ik ben een actieve luisteraar.
8. Het is typisch iets voor mij om vragen te stellen, als ik de ander niet helemaal begrijp.
9. Als ik het gevoel heb dat de ander mij niet goed begrijpt, zeg ik dat. Dat is typisch iets voor mij.
10. Als ik door lawaai afgeleid wordt, stop ik het gesprek en wacht ik tot ik weer verstaanbaar ben.

Slide 12 - Tekstslide

Oefening: ben ik een bron van ruis?
Beantwoord voor jezelf de 10 vragen (blz. 149) met
ja of nee én geef daar een toelichting op.

Leg nu aan je buurman/-vrouw uit waaruit, volgens jou,
blijkt dat het ja of nee moet zijn.

Daarna: beantwoord en bespreek nu samen de vragen van blz. 150

Slide 13 - Tekstslide

Evaluatie oefening: ben ik een bron van ruis?
Beantwoord en bespreek één voor één de volgende vragen.
  1. Dacht jouw buur goed na voordat hij/zij antwoordde? Waaruit bleek dat?
  2. Lukte het jouw buur haar bedoelingen goed te verwoorden? Waaruit bleek dat?
  3. Had je het gevoel dat jouw buur het achterste van haar tong liet zien? Waaruit bleek dat?
  4. Liet jouw buur merken of je haar begreep, toen zij haar antwoorden toelichtte? Waaruit bleek dat?
  5. Stelde jij jouw buur vragen, toen zij haar antwoord toelichtte?
  6. Vatte zij het verhaal van jouw gesprekspartner samen toen zij haar antwoord toelichtte?
  7. Welke conclusies trek jij aan de hand van deze oefening?
  8. Welke vaardigheden kun jij verbeteren om ruis te verminderen in de communicatie met anderen?


Slide 14 - Tekstslide

Lesdoelen
Aan het einde van deze les:

- weet je hoe het zit met interne en externe ruis
- kan jij ruis voorkomen
- weet je of jijzelf een bron van ruis bent

Slide 15 - Tekstslide