Module - Ken je klas
Periode 1 - Week 2 | Les 1
Leerjaar 2 onderwijsassistent
Docent: Walid Abeddar
Module - Ken je klas
Periode 1 - Week 2 | Les 1
Leerjaar 2 onderwijsassistent
Docent: Walid Abeddar
Deze slide heeft geen instructies
Wat gaan we doen?
Aanwezigheid
Bespreken 2e criteria uit rubriek
2e # bespreken
Vragen?
Werken aan eindopdracht
Deze slide heeft geen instructies
Regels in de klas
Geen telefoons in de les!
Geen eten en drinken tijdens de les! Flesje water mag
Ook geen make-up
Als je naar het toilet moet vraag het dan
Laptops elke les
Deze slide heeft geen instructies
Planning
Deze slide heeft geen instructies
Aanwezigheid
Deze slide heeft geen instructies
Bekwaam
Startbekwaam
Niet bekwaam
Deze slide heeft geen instructies
Experiment
Als ik in mijn handen klap gaan jullie STAAN
Als ik in mijn vingers knip gaan jullie ZITTEN
Deze slide heeft geen instructies
Behaviorisme
Pavlov-hond
Stimulus > Wat word er aan het kind gevraagd?
Respons > Reactie van het kind
Pavlov > Je koppelt dingen aan elkaar (prikkel = reactie)
Skinner > Leren door straffen en belonen
Nadeel > Vooral gehoorzamen en leren in je eentje
Pavlov:
Stimulus > Duim opsteken goed gedaan
Respons > Blij, trots, gedrag vaker doen
Stimulus > Liedje zingen voordat het opruimen
Respons > Kinderen staan automatisch op en beginnen met opruimen
Skinner:
Belonen: Opruimen > leerling krijgt sticker (beloning)
Pavlov (klassieke conditionering): leren door associatie (stimulus → respons).
Skinner (operante conditionering): leren door gevolgen van gedrag (belonen/straffen).
Jouw rol bij behaviorisme
Sterk sturend > Jij bepaalt wat, wanneer en hoe er geleerd word
Straffen en belonen >
- Goed gedrag = beloning (sticker, compliment)
- Ongewenst gedrag = straffen (strafwerk, telefoon weg)
Herhaling en oefening > Gedrag aanleren door veel herhaling zodat het
een gewoonte word
Observeren en meten
- Jij kijkt naar zichtbaar gedrag (wat doet de leerling)
- Meten met observataties of toetscijfers
Pavlov:
Stimulus > Duim opsteken goed gedaan
Respons > Blij, trots, gedrag vaker doen
Stimulus > Liedje zingen voordat het opruimen
Respons > Kinderen staan automatisch op en beginnen met opruimen
Skinner:
Belonen: Opruimen > leerling krijgt sticker (beloning)
Pavlov (klassieke conditionering): leren door associatie (stimulus → respons).
Skinner (operante conditionering): leren door gevolgen van gedrag (belonen/straffen).
Behaviorisme gaat over leren door prikkels en reacties, zoals straffen en belonen.
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
Cognitivisme
Cognitivsme draait om hoe leerlingen informatie verwerken in hun hoofd.
Het brein informatieverwerker > Informatie komt binnen, wordt verwerkt en word opgeslagen (onthouden)
Stappen:
Voorbewerken → voorkennis ophalen (Wat weet je al?).
Semantiseren → begrijpen door voorbeelden en verbanden leggen.
Consolideren → herhalen en oefenen.
Controleren → checken of je het snapt.
Nadelen:
je bent afhankelijk van de leraar
er is weinig ruimte voor emoties en voor leren van de echte wereld.
Het brein isinformatieverwerker
- Leren = informatie opnemen, verwerken en opslaan in het geheugen.
- Net als bij een computer: je krijgt input → je verwerkt het → je slaat het op.
Actief leren
- Leerlingen zijn geen lege vaten die je vult.
- Ze moeten zelf actief nadenken en verbanden leggen.
Koppelen aan voorkennis
- Nieuwe kennis wordt beter onthouden als het wordt verbonden met wat de leerling al weet.
- Voorbeeld: eerst voorkennis activeren (“Wat weten jullie al over de Tweede Wereldoorlog?”) voordat je nieuwe stof uitlegt.
Wat doe jij bij cognitivsme
Manieren van leren:
Begrijpen – Onthouden – Toepassen – Integreren
Voorbeelden in de klas:
Een mindmap maken van een nieuw thema.
Een woordweb tekenen bij een moeilijke tekst.
Een praktijkvoorbeeld koppelen aan de theorie.
Zelf vragen bedenken over de stof.
Deze slide heeft geen instructies
Cognitivisme gaat over hoe het brein informatie verwerkt, onthoudt en toepast.
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
Constructivisme
Iedere leerling bouwt zelf zijn kennis op door te proberen en te ontdekken
Samen leren > Je leert veel in interactie met anderen.
Voordoen – nadoen – zelf doen > De leraar/assistent doet iets voor, de leerling doet het na en gaat oefenen.
Rolmodellen > Leerlingen leren van ouders, docenten, onderwijsassistenten.
Zone van naaste ontwikkeling (ZNO) > Leren gebeurt het best nét buiten wat een leerling alleen kan.
Proces belangrijker dan alleen resultaat
Nadelen
Meelifters: sommige leerlingen profiteren van de groep zonder zelf actief mee te doen.
Het kost meer tijd en begeleiding.
Deze slide heeft geen instructies
Wat doe jij bij constructivisme?
Samenwerken stimuleren > Jij zet leerlingen in groepjes en laat ze elkaar helpen.
Bijvoorbeeld: bij een knutselopdracht laat jij de groep samen beslissen wie wat doet.
Voordoen – nadoen – zelf doen > Jij doet eerst iets voor, daarna laat jij de leerling het zelf proberen.
Bijvoorbeeld: jij laat zien hoe je een puzzel start, de leerling doet het daarna zelf.
Rolmodel zijn> Jij laat door je eigen gedrag zien hoe je rustig samenwerkt of uitlegt.
Bijvoorbeeld: jij gebruikt vriendelijk taalgebruik en de kinderen nemen dat over.
Zone van naaste ontwikkeling (ZNO) benutten > Jij geeft een leerling nét dat duwtje waardoor hij of zij iets nieuws kan.
Bijvoorbeeld: een kind kan tot 10 tellen, jij helpt om samen verder te tellen tot 15.
Proces begeleiden >Jij let niet alleen op het eindproduct, maar ook op hoe een leerling leert.
Bijvoorbeeld: jij prijst de inzet of samenwerking, niet alleen of het werk netjes is.
Deze slide heeft geen instructies
Constructivisme gaat er vanuit dat je zelf actief kennis opbouwt door te ontdekken en samen te werken.
Waar
Niet waar
Deze slide heeft geen instructies
Sociaal-cognitieve leertheorie
Je leert door naar anderen te kijken en ze na te doen.
Hoe werkt het ?
Omgeving: wat je ziet (docent, klasgenoot, ouder).
Jijzelf: je motivatie en gedachten (wil ik dit ook kunnen?).
Gedrag: wat je daarna doet.
Voorbeelden in de klas
Jij ruimt rustig speelgoed op → kinderen doen jou na.
Een leerling ziet dat een ander een compliment krijgt voor opruimen → hij wil dat ook → hij gaat opruimen.
In het kort: je leert door te kijken naar anderen en ze na te doen. Jij bent dus een voorbeeld (rolmodel) voor kinderen in de klas.
Deze slide heeft geen instructies
Volgende les
Verder met de volgende hashtag:
#groepsfases, groepsklimaat, groepsrollen
Deze slide heeft geen instructies
Module - Ken je klas
Periode 1 - Week 2 | Les 1
Leerjaar 2 onderwijsassistent
Docent: Walid Abeddar
Deze slide heeft geen instructies
Wat gaan we doen?
Aanwezigheid
Bespreken 2e criteria uit rubriek
2e # bespreken
Vragen?
Werken aan eindopdracht
Deze slide heeft geen instructies
Regels in de klas
Geen telefoons in de les!
Geen eten en drinken tijdens de les! Flesje water mag
Ook geen make-up
Als je naar het toilet moet vraag het dan
Laptops elke les
Deze slide heeft geen instructies
Aanwezigheid
Deze slide heeft geen instructies
Bekwaam
Startbekwaam
Niet bekwaam
Deze slide heeft geen instructies
Groepsprocessen in de klas
Forming > Orientatiefase
Storming > Conflictfase
Norming > Stabilisatiefase
Performing > Prestatiefase
Termination > Beeindigingsfase
Deze slide heeft geen instructies
Aan het werk
Maak een korte samenvatting van de hashtags voor jezelf
Kijk voor jezelf waar je op wilt gaan letten bij je stageklas
Maak voor jezelf een idee hoe je dit wilt gaan observeren en noteren.
- Volgende les gaan we checken wat jullie hebben
Deze slide heeft geen instructies
Volgende les
Volgende les #diversiteit
Checken wat jullie al hebben geobserveerd
Deze slide heeft geen instructies