Strux assistent verkoop/retail deel 3

Strux Assistent verkoop/retail
Deel 3 
Voert werk uit bij het verzorgen/onderhouden van de werkplek
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
VerkooppraktijkPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 43 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

Strux Assistent verkoop/retail
Deel 3 
Voert werk uit bij het verzorgen/onderhouden van de werkplek

Slide 1 - Tekstslide

Hoofdstuk 1 Schoonmaken in de winkel

* Waarom en hoe moet je schoonmaken
* Welke materialen en middelen gebruik je
* Hoe werk je veilig met schoonmaakmiddelen

Slide 2 - Tekstslide

Een schone winkel
Klanten winkelen graag in een schone en nette winkel. Opruimen en schoonmaken zijn daarom een belangrijk onderdeel van je werk.
Bij het opruimen zet je de spullen op de juiste plaats. Zo kan iedereen het terugvinden
 Bij het schoonmaken verwijder je stof en vuil. Hierdoor ziet de winkel er weer fris uit. Voor klanten en voor collega's. 

Slide 3 - Tekstslide

Hygiëne
Niet alle vuil is zichtbaar
Iets kan er schoon uitzien, maar wanneer je met een microscoop zou kijken zie je miljoenen kleine beestjes. 
Dit zijn micro-organismen. Ze kunnen ziektes veroorzaken.
Door hygiënisch te werken krijgen ze niet de kans om gevaarlijk te worden. 
Hygiënisch werken = schoon en veilig 

Slide 4 - Tekstslide

Schoonmaakmaterialen
Schoonmaakmaterialen zijn spullen die je nodig hebt bij het schoonmaken.

Slide 5 - Tekstslide

Schoonmaakmiddelen
Schoonmaakmiddelen zijn middelen die je gebruikt bij het schoonmaken. Je hebt schoonmaakmaterialen nodig om het schoonmaakmiddel te kunnen gebruiken. 

Slide 6 - Tekstslide

Droog en nat reinigen
                                       Reinigen = schoonmaken

Nat vuil = nat reinigen                                Droog vuil = droog reinigen

Slide 7 - Tekstslide

Schoonmaakplan
Veel winkels hebben een schoonmaakplan
In dit plan staat precies WANNEER, WAT en  HOE (WAARMEE) je iets moet schoonmaken. 

Slide 8 - Tekstslide

Veiligheid bij schoonmaken
Let op de veiligheid van jezelf, jouw collega's en klanten. 

Klanten mogen niet uitglijden over een natte vloer.
Schoonmaakmiddelen mogen niet rondslingeren in de winkel.

Slide 9 - Tekstslide

Veiligheid bij schoonmaakmaterialen
Let op de veiligheid van jezelf, jouw collega's en klanten. 
Bij een stofzuiger moet je altijd het hele snoer uitrollen, zodat er geen kortsluiting ontstaat. Ook mogen klanten niet struikelen.  
Verkeerd gebruik van schrobmachine kan gevaarlijk zijn. 

Slide 10 - Tekstslide

Veiligheid bij schoonmaakmiddelen
Let op de veiligheid van jezelf, jouw collega's en klanten. 
Het is belangrijk dat je de veiligheidssymbolen kent. 

Slide 11 - Tekstslide

Keuze-opdracht hoofdstuk 1

27a: poster maken over veiligheidssymbolen
27b: presentatie geven over schoonmaakmiddelen
27c: onderzoeken verschil chemische en biologische schoonmaakmiddel

Slide 12 - Tekstslide

Hoofdstuk 2 Vloeren schoonmaken

* Hoe en waarom moet je vloeren schoonmaken
* Welke materialen en middelen gebruik je hierbij

Slide 13 - Tekstslide

Vloeren schoonmaken
De vloer van een winkel wordt snel vies. 
Klanten lopen in en uit en er valt wel eens iets op de grond. 
Er zijn verschillende soorten vloeren. Bij elke soort vloer gebruik je andere schoonmaakmiddelen en schoonmaakmaterialen. 

Slide 14 - Tekstslide

De werkplek voorbereiden
Voordat je de vloer gaat schoonmaken, zorg je eerst dat je ruimte hebt. Zodat je de hele vloer kunt schoonmaken en niet om spullen heen hoeft te dweilen.
Spullen zet je aan de kant, op een veilige plaats!


Slide 15 - Tekstslide

Schoonmaakmaterialen en middelen voor vloeren
                                                  
Tegels en hout:                                                            Vloerbedekking:
Materialen:                                                                     Materialen:
Bezem                                                                              Stofzuiger
Stoffer en blik
Zwabber
Schrobmachine (bij tegels)
Middelen:                                                                        Middelen:
Allesreiniger                                                                    -

Slide 16 - Tekstslide

Schoonmaken tegels of hout
1. schoonmaakspullen klaarzetten
2. werkplek voorbereiden (opruimen)
3. vloer vegen met bezem
4. vuil bij elkaar vegen
5. vuil opruimen met stoffer en blik]
6. controleren of los vuil weg is
7. vloer dweilen (niet te veel water)
8. waarschuwingsbord neerzetten
9. alle materialen opruimen

Slide 17 - Tekstslide

Dweilen
1. dopje allesreiniger in het water
2. zwabber in het water
3. zwabber uitwringen
4. naar de uitgang toewerken
5. begin met dweilen,  links naar rechts en rechts naar links
6. bij de volgende baan stukje van de vorige baan meenemen
7. niet te nat dweilen
8. eindig bij de uitgang, niet meer over de vloer lopen

Slide 18 - Tekstslide

Opruimen
Als je klaar bent met de vloeren moet je alles weer opruimen

Schoonmaakmaterialen en middelen moeten weer door jou en jouw en collega's teruggevonden kunnen worden.

Het kan gevaarlijk zijn als er schoonmaakmaterialen en middelen in de winkel liggen.  

Slide 19 - Tekstslide

Keuze-opdracht hoofdstuk 2

12a: poster maken over verschillende vloeren
12b: presentatie geven over schoonmaken van vloeren
12c: onderzoeken gebruik schrobmachine

Slide 20 - Tekstslide

Hoofdstuk 3 Ramen wassen
* Waarom en hoe moet je ramen wassen
* Welke materialen en middelen gebruik je hierbij

Slide 21 - Tekstslide

Ramen in een winkel
Een winkel heeft een etalage zodat klanten de producten goed kan laten zien.
Ook zit er vaak glas in de deur.
De deur wordt vaak aangeraakt door klanten en wordt dus snel vies. 

Slide 22 - Tekstslide

Werkplek voorbereiden
Voordat je gaat schoonmaken moet je ervoor zorgen dat je er goed bij kunt. Producten die in de weg staan of nat kunnen worden zet je aan de kant
Onthoud goed waar de producten stonden, zodat je ze op de juiste plaats terug kunt zetten

Slide 23 - Tekstslide

Schoonmaakmaterialen en middelen om ramen te wassen

* Emmer
* Spons
* Wisser/trekker
* Zeem
* Schoonmaakmiddel
* Stoffer
* Schoonmaakdoekje
(* Trap)

Slide 24 - Tekstslide

Ramen wassen
1.  schoonmaakspullen klaarzetten
2. werkplek voorbereiden
3. neem de kozijnen af
4. was de ramen
5. controleren of het schoon is en op strepen
6. producten terugzetten
7. spons en zeem uitspoelen en laten drogen
8. alle materialen opruimen

Slide 25 - Tekstslide

Hoe was je een raam?
1. met stoffer het houtwerk schoonmaken
2. druppeltje allesreiniger in het water
3. het kozijn afnemen met een natte doek of spons
4. doop de spons in het water en knijp hem uit
5. was het raam met een spons
6. begin met wissen aan de  linkerkant
7. maak banen naast elkaar van boven naar beneden
8. bij elke baan neem je een stukje van de vorige baan mee
9. als de wisser nat is, maak je hem droog met de zeem
10. maak met de zeem de randen en hoekjes droog
11. maak met het doekje de vloer schoon

Slide 26 - Tekstslide

Opruimen
Als je klaar bent met ramen wassen moet je alles weer opruimen.
Schoonmaakmaterialen en middelen moeten weer door jou en jouw en collega's teruggevonden kunnen worden.

Het kan gevaarlijk zijn als er schoonmaakmaterialen en middelen in de winkel liggen.  

Slide 27 - Tekstslide

Ergonomie
Ergonomie gaat over verstandig met je lichaam omgaan tijdens het werk.  

*  hoe je dingen tilt
*  hoe je staat
* hoe je beweegt

Slide 28 - Tekstslide

Lichaamshouding tijdens ramen wassen
* De trap op een vlakke ondergrond zetten
* de emmer halfvol doen, dat is minder zwaar om te tillen
* de emmer op een verhoging zetten, minder bukken
* met 1 hand de trap vasthouden
* de trap verzetten, niet uitrekken
* op de goede hoogte gaan staan, tussen schouder en heup 
* draaien met je hele lijf, niet alleen met je rug

Slide 29 - Tekstslide

Keuze-opdracht hoofdstuk 3

18a: tips opzoeken over streeploos ramen wassen
18b: presentatie geven over ergonomisch werken in de winkel
18c: onderzoeken verschillende manieren ramen wassen

Slide 30 - Tekstslide

Hoofdstuk 4 Schoonmaken van presentatiemeubelen

* Hoe maak je presentatiemeubelen schoon
* Welke middelen gebruik je hierbij

Slide 31 - Tekstslide

Presentatiemeubelen
In bijna alle winkels worden artikelen gepresenteerd in presentatiemeubelen.
kledingmeubelen - vitrines - schappen

Slide 32 - Tekstslide

Schappen schoonmaken
Schappen in de winkel worden vies. Producten kunnen lekken of er komt stof op.
Het schoonmaken van schappen doe je in 3 stappen:

1.  voorbereiden
2. uitvoeren
3. opruimen

Slide 33 - Tekstslide

1. Voorbereiden
- Wat voor soort vuil ligt er in het schap 
(stof = stofdoek)
(vlekken = natte doek)
(kapot pak macaroni = stoffer en blik)

- Welke hoogte heeft het schap
(heb je een trap nodig?)

Slide 34 - Tekstslide

2. Uitvoeren
Klaarzetten:
- Emmer met water en allesreiniger
- Schoonmaakdoekje
- Droge doek
Schap leeg halen:
- Artikelen in een krat of winkelwagentje zetten
Schap schoonmaken:
- Schap schoonmaken 
- Schap afdrogen
- Producten terugzetten (FIFO)
- Spiegelen (alle producten naar voren halen)
  

Slide 35 - Tekstslide

3. Opruimen 
Schoonmaakmaterialen en middelen opruimen:
- Doeje uitwringen en in de was
- Emmer water legen, op de kop terugzetten
- Navragen bij begeleider of het goed is gegaan

Slide 36 - Tekstslide

Vitrine schoonmaken
Het schoonmaken van een vitrine doe je in 3 stappen:


1. voorbereiden
2. uitvoeren
3. opruimen

Slide 37 - Tekstslide

1. Voorbereiden
- Wat is er vies?
(binnenkant en/of buitenkant)
-Kan je er goed bij
(heb je een sleutel nodig?)

Slide 38 - Tekstslide

2. Uitvoeren
Klaarzetten:
- Ruitenreiniger
- Doekje
Zorg dat je er goed bij kunt:
- als het nodig is producten op een veilige plek zetten
Vitrine schoonmaken:
-  Ruitenreiniger op glas spuiten (niet te veel!)
-  Glas schoonmaken met doekje
- Producten terugzetten 
-Zet de artikelen weer terug
- Vitrine op slot

Slide 39 - Tekstslide

3. Opruimen
- Schoonmaakmaterialen en middelen opruimen
- Navragen bij begeleider of het goed is gegaan

Slide 40 - Tekstslide

Hoofdstuk 5: Opruimen en afronden

* Opruimen, afval scheiden en milieu
* Melden bij je leidinggevende

Slide 41 - Tekstslide

Opruimen
Nadat je hebt schoongemaakt ruim je alle materialen en middelen weer op. Deze spullen hebben vaste plek. Zo kunnen jij en je collega's alles de volgende keer weer makkelijk vinden. 

Slide 42 - Tekstslide

Afval

Slide 43 - Tekstslide