Deportes y Frases claves K

Deportes que praticas
Frases claves Bron K

Paso Adelante deel 2
Capítulo 3: Y tú, ¿cómo eres?
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
SpaansVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quiz en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Deportes que praticas
Frases claves Bron K

Paso Adelante deel 2
Capítulo 3: Y tú, ¿cómo eres?

Slide 1 - Tekstslide

Plattegrond m3-sp2 (2026)

Slide 2 - Tekstslide

Plattegrond m3-sp1 (2026)

Slide 3 - Tekstslide

Objetivos de la clase/ Lesdoelen


Aan het einde van de les:
  • kun je vertellen wat voor sport doe jij.
Op tafel:
Schrift en pen

Slide 4 - Tekstslide

vocabulario
deporte (Sport)

Slide 5 - Woordweb

Slide 6 - Tekstslide

Los deportes
Hacer deporte -  aan  een sport doen
¿Haces deporte?
Practicar deporte - een sport beoefenen
¿Practicas (algún) deporte?

Jugar + balsporten - juego al fútbol/baloncesto

Hacer + alle andere sporten - hago judo /gimnasia/ ... /...
Montar a caballo - paardrijden

Slide 7 - Tekstslide


Hago
  • Atletismo
  • Ciclismo
  • Equitación
  • Esquí
  • Natación
  • Patinaje
  • Karate/ Taekwondo

Juego
  • Baloncesto/basquet
  • Fútbol
  • Tenis
  • Voleibol/balónmano
  • Hockey

Los deportes
Practico

Slide 8 - Tekstslide

WB p. 108
timer
3:00
1 escalar
2 jugar al hockey
3 esquiar
4 jugar al tenis
5 nadar
6 jugar al baloncesto
7 jugar al fútbol
8 montar a caballo  

Slide 9 - Tekstslide

Schrijf de vragen en antwoorden in je schrift.
1. Wat is het woord voor teamsport in het Spaans?
2. Welke sport speelt Jaime?
3. Hoe vaak per week en hoe lang doet hij dat?
4. Welke sporten komen nog meer voorbij (Spaans)
4. Welke sporten volgt hij graag op tv?

Slide 10 - Tekstslide

Escribir:
Yo practico....
No me gusta el ..... porque es....

Ejemplo: Yo practico gimnasia
No me gusta el fútbol porque es aburrido

Slide 11 - Tekstslide

Huiswerk: WB p. 121
Vocabulario 3.3
Fuente F, G y H

Slide 12 - Tekstslide

Plattegrond m3-sp1 (2026)

Slide 13 - Tekstslide

Objetivos de la clase/ Lesdoelen


Aan het einde van de les:
  • kun je vertellen wat je favoriete sport is en waarom.
  • kun je vertellen welke sporten je beoefent en hoe vaak.
Op tafel:
Schrift en pen

Slide 14 - Tekstslide

Schijven: Welke sporten beoefen je en waarom?


  1. Beantwoord de vraag in het Spaans. 
  2. Schrijf 2 zinnen in presente
  3. Elke zin minimaal 15 woorden.
  4. Gebruik de woordenlijst van WB p. 121 Fuente F, G y H 
timer
5:00

Slide 15 - Tekstslide

Deportes
Yo/
(No)me gusta
practico/
practicar
wat (sport)

Met wie (persoon)

Waar (plek)


Hoe (bijwoord/bijwoord)

Wanneer (frequentie)
Yo practico mucho fútbol con mis amigas Isora y Paola en el instituto KSG,  dos veces por semana, los lunes y jueves.

Slide 16 - Tekstslide

Frecuencia
Fin de semana
Yo practico karate 2 veces a la semana: Los lunes y miércoles.

Yo juego fútbol los fines de semana.

Yo corro 1 vez al mes

Slide 17 - Tekstslide

Waarom, redenen (bijvoeglijke naamwoorden)
Divertido, interesante/ aburrido

Barato/ caro

Sano


Yo practico equitación (montar a caballo) porque es divertido

Slide 18 - Tekstslide

Schijven: Welke sporten beoefen je, hoe vaak en waarom?


  1. Beantwoord de vragen in het Spaans. 
  2. Schrijf 3 zinnen in presente.
  3. Elke zin minimaal 15 woorden.
  4. Gebruik de woordenlijst van WB p. 121 Fuente F, G y H 
timer
5:00
Divertido, interesante/ aburrido

Barato/ caro

Sano


Slide 19 - Tekstslide

Bron K (LB p. 33)
1. ¿Practicas algún deporte?
2. ¿Cuántas veces a la semana entrenas?
3. ¿Juegas partidos también?
4. ¿Ganas muchos partidos?


Frases Clave - Bron K

Slide 20 - Tekstslide

WB p. 112- 113
2 tweetallen gaan naar voren 
timer
5:00

Slide 21 - Tekstslide

Zie volgende dia voor opdracht.
WB p. 114
Schrijf van 2 van de personen uit de vorige dia een stukje tekst met de gegevens die je hebt (In het Spaans - en dus niet Carlos).
Doe vervolgens hetzelfde over jezelf. (wat voor sport doe je, hoe vaak etc.) Dus in de ik-vorm
Op tafel: WB, schrift en pen
timer
5:00

Slide 22 - Tekstslide

Heb je de lesdoelen behaald?


1. Beantwoorden de volgende vragen in het Spaans:
  • ¿Practicas algún deporte? ¿por qué?
  • ¿Cuántas veces a la semana entrenas?

Slide 23 - Tekstslide