De Nieren

De Nieren

2022

Afke Punter 

1 / 39
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 39 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

De Nieren

2022

Afke Punter 

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen van de les
  • Aan het eind van de les kun je de anatomie van de nieren benoemen.
  • Na deze les weten jullie de symptomen van de verschillende ziektebeelden te benoemen.
  • En weten jullie deze kennis toe te passen in een praktijkvoorbeeld.
  • preventie Nieren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat doet de nier ook alweer?
  • Verwijderen afvalstoffen
  • Regelt water en elektrolyten huishouding
  • Bloeddruk regelen
  • Regelen van de juiste zuurgraad
  • Stimuleren van de aanmaak van rode bloedcellen/ Hormoon Epo
  • Calcium- Fosfor balans


Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Video

Deze slide heeft geen instructies

UWI/nierbekkenontsteking

Waar/Niet Waar


  1. Leukocyten in de urine is een symptoom van urineweginfectie
  2. Strangurie is bloed in de urine
  3. Een opgestegen urineweginfectie is een nierbekkenontsteking
  4. Pyelitis is een ontsteking van de glomeruli
  5. Diagnostiek van een cystitis/UWI gaat alleen d.m.v. bloedonderzoek

Slide 5 - Tekstslide

1. waar
2. onwaar= moeilijk plassen
3. waar 
4.niet waar= nierbekken 
5.nietwaar= eerste is urine daarna bloed


UWI/nierbekkenontsteking

Wat is het verschil?


- Veel zieker bij pyelonefritis=nierbekkenontsteking

- Risico op nierinsufficientie

- Bij een man kans op prostatitis

- Behandeling anders


Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

AB                                        H2o           
Darmen 
Vezels
zoete aardappel 
peulvruchten
gefermenteerde
  
D-manose- linzen, broccoli, bessen 
Fucose - Shiitake/zeewier,  
zuurgraad
vit C- ascobinezuur 


 
 bladgroente  aardappelen   boerenkool                 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Interstitiele cystitis
  • Door onbekende oorzaak, mogen auto immuun
  • Symptomen als pijn, veelvuldig plassen, spastische bekkenbodem
  • Behandeling gericht op verminderen van de symptomen (Tot aanleggen urostoma aan toe)

Slide 8 - Tekstslide

blaaspijn syndroom: 
 Het is een chronische goedaardige aandoening van de urineblaas, die niet wordt veroorzaakt door bacteriën. Het gaat om een ontstekingsreactie van de blaaswand. Het lijkt op een blaasontsteking, maar antibiotica helpen niet.

IC veroorzaakt vaak lichamelijke klachten, zoals:
Pijn in de onderbuik, die soms naar de rug, liezen of flanken trekt.
Bij vrouwen: pijn in de vagina.
Bij mannen: pijn in de penis, testikels en scrotum.
Pijn die toeneemt als de blaas voller is. Plassen verlicht de pijn en geeft een opgelucht gevoel.
Bij vrouwen: vóór de menopauze verergeren de klachten vaak net voor de menstruatie.
Continue aandrang tot plassen.
Vaak plassen, ook ’s nachts.

Glycosaminoglycaan (GAG) blaasspoelingen. De binnenkant van de blaas is namelijk bekleed met een beschermlaag, de Glycosaminoglycaanlaag (GAG–laag), bestaande uit hyaluronzuur en chondroitine sulfaat.
Cystenieren
  • Erfelijke aandoening
  • Vaak als volwassene meer problemen
  • Nierfalen
  • Niertransplantatie/dialyse (70%)
  • Tolvaptan
  • Symptoombestrijding

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Cystenieren

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrompelnier
  • Aangeboren
  • Door nierschade ontstaan bijv tgv een infectie
  • Symptomen als nierinsufficientie
  • Vaak tijdens routine urine onderzoek ontdekt
  • Hoge bloeddruk
  • Behandeling; dieet, antibiotica, vochtafdrijving en evt dialyse/transplantatie

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrompelnier

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe gaat het?
Niet duidelijk maar wel interessant
Wel duidelijk maar niet interessant
Het is duidelijk en interessant
Ja! Super! we gaan door

Slide 13 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Hoe ontstaan de kristallen die nierstenen kunnen veroorzaken?
A
Indikken van het vocht
B
Afvalstoffen in de urine
C
Heel hoog natrium
D
Bloed in de urine

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is géén behandeling voor nierstenen?
A
Vergruizen
B
Dubbel J katheter
C
Medicatie
D
Urostoma

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Stellingen nierstenen

Waar/Niet waar

  • Kleine nierstenen geven weinig klachten
  • Bij zeer eiwitrijke voeding heb je grotere kans op nierstenen
  • Nierstenen kunnen familiair bepaald zijn
  • Bij een niersteenkoliek kan je last hebben van bewegingsdrang.


Slide 16 - Tekstslide

je moet juiste ph hebben van 6,5 

Vocht: alkaliserende dranken die de pH verhogen.
Goed: mineraalwater met bicarbonaat en weinig calcium, verdunde citrusdranken.
Redelijk: appelsap, gewoon (mineraal)water, nierthee, fruitthee.
Matig: koffie en zwarte thee (maximaal 2 koppen per dag), melk 1 glas per dag.
Fout: cola en andere suikerrijke dranken, alcohol.


     
     

        
          
          
  
          
          
       

        17
       

       

       
         
           
              Dit wordt getoondin de klassikale leswanneer je op'geef les' klikt.
           
         
       

       
       
         
           
              Dit wordt getoondin de gedeelde les dieleerlingen zelfstandigkunnen doen.
           
         
       

       
         
           
              Differentiëer
           
         
         

           
             
                Differentiëer
             
             
             

             
                Instellingen
             
           
         
       


       
   
     
       
 
   
   
   
   
   
   

   
   

   
   

   
   

   
  
   
    
 
   
   
   
 
  
  
 
 
 
 
 
   
  
   
    
 
   
   
   
 
  
  
 
 
 
 
 
   
  
 

 
 
 
     
   
   
   
     
       
       
       
         
 
   
   
    Slide
 
 
       
       
       
     
   
 
       

       

       
   
   
     
     
   
 
     

     

     
   

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


   
    
  
    
    
    
 

  
 
 
 
  
  
   
  
 

 
 
 
     
   
   
   
     
       
       
       
         
 
   
   
    Slide
 
 
       
       
       
     
   
 
       

       

       
   
   
     
     
   
 
     

     

     
   

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten nierinsufficientie
  • Acute nierinsufficientie
  • Chronische nierinsufficientie
  • Terminale nierinsufficientie

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

welke uitspraak over GFR
is onjuist?.
A
is de nierfunctie
B
De hoeveelheid bloed die de nieren kunnen zuiveren per min
C
geeft creatine waarde aan is het bloed
D
80 mm per min is een normale waarde voor iemand van 80 jaar.

Slide 22 - Quizvraag

90 voor een volwassenen
80 plusser gemiddeld van 60 wat normaal is. ouder worden neemt dit dus geleidelijk af. 
Oorzaken
  • Beschadiging nierweefsel
  • Onvoldoende bloedtoevoer
  • Onvoldoende urine afvoer
waar bestaat urine ook al weer uit? 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Woordweb

Ureum- afbraak aminozuren- lang blaas geeft amoniak geur.

creatine- spierafbraak

billirubine/urobiline: afbraak rode bloedcellen

urine zuur: afbraak van purines/ dna-rna

gifstoffen/toxines

afbraak metabolieten

electrolyten/ h2o overschot

rest stoffen. 
Symptomen
  • Vale huidskleur
  • Oedeem
  • Pijn
  • Hoge bloeddruk
  • Decompensatio Cordis/astma renale
  • Shocknier
  • Mictiestoornissen
  • Urineverandering
  • Uremie

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is creatinine?
A
Afbraakproduct van eiwitten
B
Afbraakproduct van calcium
C
Afbraakproduct van zuur
D
Afbraakproduct van spieren

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is ureum?
A
Afbraakproduct van eiwitten
B
Afbraak van calcium
C
Afbraakproduct van zuur
D
Afbraakproduct van spieren

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Ureum en creatinine

Creatinine wordt door de nieren uitgescheiden. Het zegt iets over de nierfunctie.

In urine/bloed gemeten.

Ureum wordt gemaakt in de lever. Komt vrij bij verwerking van eiwitten in het lichaam. Uitgescheiden door de lever. 

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 1 Mw Wouda

Mw Wouda is 85 jaar en is al een tijdje opgenomen in het verpleeghuis in Sneek. Mw heeft in de voorgeschiedenis Diabetes Mellitus, hoge bloeddruk en hoog cholesterol en beginnende dementie.

Jij bent verpleegkundige op de afdeling van mw. Mw Wouda is ineens heel erg verward. Veel erger als daarvoor. Ook de familie van mevrouw valt dit op. Ze komen naar jou toe met de vraag hoe dit kan....


- Wat voor aanvullende gegevens wil je hebben van mw?

- Is er een redeneerhulp die jou kan helpen?

- Wat is er denk je aan de hand?


Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 2 Mw de Ligt

Jij bent verpleegkundige op afdeling chirurgie in het ziekenhuis. Op jou afdeling ligt Mw de Ligt. Mw de Ligt is bekend met Diabetes Mellitus in de voorgeschiedenis en hypertensie waarvoor mw medicatie krijgt. Mw de Ligt is recent geopereerd aan een tumor in de dikke darm.

Jij doet controles bij mw en daarbij zie je dat ze een bloeddruk van 105/60 en een pols van 63sl/min heeft. Jou valt wel op dat mw maar 10cc/u plast.


Wat is belangrijke informatie in deze casus?

Kun je nog een hulpmiddel gebruiken om deze informtie te ordenen?

Welke aanvullende informatie zou je nog willen hebben?

Wat is het probleem en wat denk je dat er moet gebeuren?

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gebeurt er bij een mictiecystogram?
A
Contrast in de nier, zien of de nier urine kwijt kan
B
Contrast in de blaas kijken of uitgeplast wordt.

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Bij een DMSA onderzoek wordt gekeken naar de doorbloeding van de nieren?
A
Waar
B
Niet waar

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Met een bladderscan kun je meten hoeveel de zorgvrager heeft geplast
A
Waar
B
Niet waar

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nierfalen: wat voor problemen geeft het?

Slide 34 - Woordweb

vocht ++
RR
Anemie- Hormoon Epo _
botontkalking opname Ca_
verzuring bloed 
teveel afvalstoffen: ontstekingen, schimmelinfecties
trombose
moe zijn
jicht (urinezuur ophoping)
Osteoporose, hart en vaatziekten, nier problemen, hoofdpijnen, veroudering,  kanker
 eieren, eiwitrijk voedsel (met name vlees), granen (zoals tarwe), geraffineerde suiker, chocolade en noten zullen in het lichaam zuur produceren.  alcohol of cafeïne beperken Spinazie is bijvoorbeeld meer zuurvormend dan watermeloen en granen vormen meer zuur dan vis.
80% alkaliserende voeding en slechts 20% verzurende voeding.

Slide 35 - Tekstslide

Alle vleessoorten, vleeswaren en gevogelte
Eieren (vooral eigeel)
Witmeel
Soja
Cafeïne (koffie, cola, energiedrank)
Suikers
Alcohol
Pinda's 

80% alkaliserende voeding en slechts 20% verzurende voeding.
           
te kort aan vit. D en Calcium                              bloed te zuur

Eet meer groenten, wat fruit 
 

minimaliseer:
dierlijke producten, suiker, aan snelle koolhydraten
Let op fruit- Kalium

                ontspan, beweeg en haal eens diep adem

Slide 36 - Tekstslide

Eet meer groenten, wat fruit en minimaliseer het gebruik van dierlijke producten, suiker, een teveel aan snelle koolhydraten (zoals suiker en alcohol, en drink niet te veel koffie.

te veel eiwitten- suppletie
kalium in fruit

Slide 37 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hoe interessant was het?
😒🙁😐🙂😃

Slide 38 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Einde

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies