H11: Van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen

H11: Van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisSecundair onderwijs

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

H11: Van de klassieke oudheid naar de middeleeuwen

Slide 1 - Tekstslide

Vraag 1: Hoe veranderde de Romeinse samenleving in de overgangsperiode tussen de klassieke oudheid en de middeleeuwen?

Slide 2 - Tekstslide

Verschillen in de Romeinse samenleving tussen 200 en 600

Slide 3 - Tekstslide

Economische domein
ca.200
  • Grootschalige economie
  • Uitgebreide handel via zee en heirbanen naar grenzen van het rijk
  • Veel grote steden
  • Eenheidsmunt
  • Veel slaven


Slide 4 - Tekstslide

Economische domein
ca.600
Westelijk deel Romeinse Rijk
  • Grote steden verdwenen
  • Grote bevolkingsdaling in Rome: slechte omstandigheden
  • Nauwelijks handel
  • Vooral landbouw voor eigen gebruik
  • Veel onvrije boeren


Slide 5 - Tekstslide

Cultureel domein 
ca. 200
Godsdienst
  • Zeer gevarieerde Romeinse godsdienst: traditionele goden + oosterse cultussen.
  • Keizerscultus
  • Christenen werden vervolgd
Kunst
  • Indrukwekkende bouw- en beeldhouwkunst
  • Literatuur en filosofie bloeiden
  • Veel Romeinen konden lezen




Slide 6 - Tekstslide

Cultureel domein 
ca. 600
Godsdienst
  • Christendom is de belangrijkste godsdienst (in oostelijk deel staatsgodsdienst!)
  • In het westen ook christelijke koningen
Kunst, wetenschap en literatuur
  • De meeste mensen kunnen niet lezen en schrijven (enkel priesters)
  • Latijnse taal werd amper nog gebruikt.
  • Er werd weinig gebouwd




Slide 7 - Tekstslide

Politieke domein ca. 200
  • Enorm rijk met territoriale eenheid
  • Vrede in het binnenland
  • Enorm leger controleerde grenzen
  • Bestuur in handen van één keizer

Slide 8 - Tekstslide

Politieke domein ca. 600
  • In oostelijk deel: 1 keizer
  • Westen: verdeeld in verschillende kleine koninkrijken
  • Koningen uit het westen afstammelingen van Germanen
  • Veel strijd tussen deze koninkrijken

Slide 9 - Tekstslide

Opdracht 1 b p. 214
Vergelijk de samenleving in het Romeinse grootrijk ca.200 met het westen van het Romeinse rijk ca.600 

Slide 10 - Tekstslide

Schema p.214

Slide 11 - Tekstslide

Opdracht 2
Achterhaal de oorzaken van de grondige verandering van de samenleving in het Romeinse grootrijk

Slide 12 - Tekstslide

1) Klimaatverandering midden 2de eeuw
aanzienlijk kouder en lange periodes van droogte
Gevolgen
  • Hongersnoden
  • Landbouwers uit het noorden (Germanen) gingen op zoek naar landbouwgrond en drongen het Romeinse Rijk binnen
  • Germanen werden opgejaagd door hunnen uit Aziatische steppe
  • Vele gewelddadige migraties zorgden voor gevoel van onveiligheid





Slide 13 - Tekstslide

2) Economische crisis
  • Verdedigen van grenzen kostte de Romeinse schatkist onnoemelijk veel geld
  • Inkomsten uit belastingen verminderden drastisch door de economische crisis 
  • Grenzen beveiligen werd onhoudbaar

Slide 14 - Tekstslide

3) Politieke chaos
  • Nooit heldere opvolgingsregels in het RR.
  • Generaals werden belangrijker door noodzaak van het leger: vaak grepen generaals met de hulp van hun leger de macht met geweld.
  • Keizers volgden elkaar in rap tempo op en hadden vaak weinig gezag.


Slide 15 - Tekstslide

Verdeling van het grootrijk in 4 deelrijken
  • Keizer Diocletanus ca.300 deelde het grootrijk in een oostelijk en westelijk deel met elk twee deelrijken: 4 deelrijken in totaal met eigen keizer en hoofdstad.
  • De verschillende keizers voerden voortdurend strijd: politieke chaos in plaats van territoriale eenheid.
  • 5de eeuw: laatste keizers van het westelijk deel worden door Germanen afgezet. 
  • Oost-Romeinse Rijk houdt stand tot 1453.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Welke volkeren vestigden zich in het W.R.R. en betekenden het definitieve einde van het Romeinse keizerschap?
A
De Germanen
B
De Perzen
C
De Hunnen
D
De Ottomanen

Slide 18 - Quizvraag

De Germanen leefden ten ... van het West-Romeinse Rijk
De rivieren ... en ... vormden de grens
A
Noordoosten Rijn en Donau
B
Noordoosten Samber en Donau
C
Noordwesten Samber en Donau
D
Noordwesten Rijn en Donau

Slide 19 - Quizvraag

In welke eeuw situeren we de val van het west Romeinse rijk in 476?
A
4e eeuw
B
5e eeuw
C
6e eeuw

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Tekstslide