Les van 1 mei groep 7

Les van 1 mei groep 7
Wat gaan we doen?

- Woordenschat bij tekst "De doggiefoon";
- Vormen van taal;
- Woordenboek;
- Herhaling werkwoordspelling;
- Tweede Wereld Oorlog.

1 / 67
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nederlands10th Grade

In deze les zitten 67 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Les van 1 mei groep 7
Wat gaan we doen?

- Woordenschat bij tekst "De doggiefoon";
- Vormen van taal;
- Woordenboek;
- Herhaling werkwoordspelling;
- Tweede Wereld Oorlog.

Slide 1 - Tekstslide

Woordenschat

Ga naar blz. 34 van je taalboek en maak de 'eerst probeer' oefening.

Slide 2 - Tekstslide

Woordenschat

Ga naar blz. 34 van je taalboek en maak daarna oefening 1.

Slide 3 - Tekstslide

Woordenschat

Zet bij de volgende opgaven het goede woord in de zin.

(Ga naa

Slide 4 - Tekstslide

We maken eerst een ................. van onze robot, daarna werken we het uit.

Kies uit: concept, frequent, gemis, om de haverklap, omstreeks, patent, toepasbaarheid.

Slide 5 - Open vraag

Mijn zusje is heel moe, daarom huilt ze ...............

Kies uit: concept, frequent, gemis, om de haverklap, omstreeks, patent, toepasbaarheid.

Slide 6 - Open vraag

Woordenschat

Maak nu oefening 2 op blz. 35 verder af. 

Slide 7 - Tekstslide

Woordenschat vervolg
Welk woord past het beste bij de zin?

Maak nu oefening 3 op blz. 35

Slide 8 - Tekstslide

Taal

We gaan het hebben over de verschillende vormen van taal.


Slide 9 - Tekstslide

Taal
Ga naar blz. 30 en kijk naar oefening 1. 
Van welk Nederlands woord komt dit leenwoord?
Maak deze oefening.

Slide 10 - Tekstslide

Taal

Maak nu oefening 2.

Slide 11 - Tekstslide

Taal
Je leert hier Nederlands vergelijken met het Nederlands in andere delen van de wereld:
- Nederlandse uitdrukkingen worden gebruikt in verschillende delen van de wereld;
- Ze hebben zich in de loop der tijd anders ontwikkeld;
- Sommige lijken op elkaar, andere zijn  juist heel vershillend
- Je snapt vaak wel wat er bedoeld wordt.

Slide 12 - Tekstslide

Taal
Voorbeelden

Metro -> moltrein
Ik hou van jou -> ik zie u graag
gebakken banaan -> baka bana

Slide 13 - Tekstslide

Taal

Ga naar blz. 38 en maak oefening 1, 2 en 3.

Slide 14 - Tekstslide

werkwoordspelling

Pak je vervoegschema erbij!

Slide 15 - Tekstslide

Taal

Blijf op blz. 7 van je Taalboek  en maak oef 2

Welk meewerkend voorwerp past in de zin? 

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Taal

Blijf op blz. 7 van je Taalboek  en maak oef 3

Welk meewerkend voorwerp past in de zin?

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Alle zinsdelen  benoemen in de lang zin.


Mijn buurjongen heeft mij zijn fiets geleend voor het verkeersexamen.


Slide 20 - Tekstslide

Alle zinsdelen  benoemen in de lang zin.
Mijn buurjongen heeft mij zijn fiets geleend 
                 ow               pv      mv       lv             gez

voor het verkeersexamen.
                        bep

Slide 21 - Tekstslide

Benoem alle zinsdelen


De kraai liet de stinkende kaas op mijn hoofd vallen

Slide 22 - Tekstslide

Benoem alle zinsdelen


De kraai liet de stinkende kaas op mijn hoofd vallen.
     ow       pv                         lv                     bep                gez       

Slide 23 - Tekstslide

Taal

Ga naar  blz. 16 van je Taalboek  en maak de 'eerst probeer oefening.

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Taal

Blijf op blz. 16 van je Taalboek  en maak dan oefening 1.

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Taal
Hoofdzin en een bijzin

Hoe zat het ook alweer?

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Video

Even oefenen:

Wij gaan morgen met de klas naar het zwembad, als de zon schijnt.

Slide 30 - Tekstslide

Even oefenen:

Wij gaan morgen met de klas naar het zwembad, als de zon schijnt.

Slide 31 - Tekstslide

Taal

Ga naar blz. 18 van je Taalboek  en maak dan oefening 1 verder af.

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Taal

Ga naar blz. 18 van je Taalboek  en maak dan oefening 2 

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Samengestelde zin
Zo'n zin heeft vaak 2x pv, gez, ow etc

Juf Marga gaf de telefoon terug aan Janne en zij checkte meteen haar berichtjes.

Slide 36 - Tekstslide

Samengestelde zin


Juf Marga gaf de telefoon terug aan Janne en zij checkte meteen haar
    ow            pv        lv                   gez         mv                 ow    pv          bep     

 berichtjes.
     lv

Slide 37 - Tekstslide

Taal

Ga naar  blz. 26 van je Taalboek  en maak de 'eerst probeer' oefening.

Slide 38 - Tekstslide

Taal

Maak daarna oefening 1.

Slide 39 - Tekstslide

Slide 40 - Tekstslide

Spelling

Wanneer een trema?

Slide 41 - Tekstslide

Slide 42 - Video

Spelling
Woorden met 'ou' en 'au'

Dit moet je gewoon leren.
Kijk naar het au-verhaal

Slide 43 - Tekstslide

Slide 44 - Link

Het is vandaag erg k__d buiten.

Slide 45 - Open vraag

Ik neem een p__ze na het werken.

Slide 46 - Open vraag

De lucht is mooi bl__w.

Slide 47 - Open vraag

Zij h__dt van chocola.

Slide 48 - Open vraag

Het t__w ligt op de grond.

Slide 49 - Open vraag

Wij gaan g__w naar school, anders zijn we te laat.

Slide 50 - Open vraag

Hij maakt een f__t in de som.

Slide 51 - Open vraag

Werkwoord vervoeging

Pak je vervoegingsschema erbij!


Slide 52 - Tekstslide

Slide 53 - Tekstslide

Werkwoord vervoeging

Bekijk de volgende filmpjes en maak aantekeningen!

Slide 54 - Tekstslide

Slide 55 - Video

Slide 56 - Video

Tegenwoordige tijd
Stap 1: Wat is het werkwoord?      -> lopen
Stap 2: Haal 'en' eraf                         -> lop
Stap 3: Bepaal de 'ik-vorm"           ->  ik loop
Stap 4: om wie gaat het?                -> ik / ander / meer
ik loop
ander (jij, hij, zij, u)  stam/ik-vorm + t -> loopt
meer -> gewoon het hele werkwoord

Slide 57 - Tekstslide

Even oefenen

Slide 58 - Tekstslide

Hij (pakken) iets uit de kast.

Slide 59 - Open vraag

Jij (rijden) veel te hard.

Slide 60 - Open vraag

Ik (geven) jou een cadeautje

Slide 61 - Open vraag

Zij (vragen) de weg aan een voorbijganger

Slide 62 - Open vraag

Zij (worden) morgen opgehaald van het vliegveld.

Slide 63 - Open vraag

Jij (kleden) je altijd zo kleurrijk.

Slide 64 - Open vraag

Tegenwoordige tijd

UITZONDERING:

Als er 'je' achter het werkwoord staat: nooit een 't' toevoegen

Slide 65 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Bijvoorbeeld

Slaap je altijd met de gordijnen open?

Neem je meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Word je ook zo moe van de hitte?

Slide 66 - Tekstslide

Tegenwoordige tijd
Maar ALLEEN als het om jou gaat:

Slaapt je moeder altijd met de gordijnen open?
Neemt je zus meestal koffie mee naar het werk?

Dus ook: Wordt je broer ook zo moe van de hitte?


Slide 67 - Tekstslide