3.1.1 Je kan de drie fasen benoemen.
3.1.2 Je kan de drie fasen van water herkennen in de praktijk.
3.1.3 Je kan beschrijven dat ijs en veel andere vaste stoffen een kenmerkende kristalstructuur hebben.
3.1.4 Je kan verschillende soorten neerslag beschrijven.
3.1.5 Je kan uitleggen waarom ijs blijft drijven op water. (EXTRA)