33. Les 16-12-2020

Engels
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolvmbo k, g, tLeerjaar 2

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Engels

Slide 1 - Tekstslide

Modal Verbs 
(hulpwerkwoorden)

must, have to, should, 
blz. 113

Slide 2 - Tekstslide

Should
Hoe ?
Should/should not (shouldn't) + het hele werkwoord
Wanneer?
Als jij  vindt dat iets (niet) zou moeten. 
Je geeft advies of je raad iets af.

Slide 3 - Tekstslide

Voorbeelden
We should invite Kate to our birthday party.
You shouldn't go to bed so late.
He should eat less candy.

Slide 4 - Tekstslide

Must
Hoe ?
must/must not + het hele werkwoord
Wanneer?
Als jij  vindt dat iets (niet) moet.
Must is krachtiger dan should.

Slide 5 - Tekstslide

Voorbeelden
You must help that man. He's in danger!
She must see a doctor. She has a high fever!
You mustn't go to that restaurant. The food is disgusting!

Slide 6 - Tekstslide

Have to
Hoe ?
have to/has to + hele werkwoord
Wanneer?
zekerheid, noodzaak of verplichting
wanneer iets moet van iemand anders / een regel of wet.

Slide 7 - Tekstslide

Voorbeelden
This answer has to be correct (zekerheid)
The soup has to be stirred continiously to prevent burning.(noodzaak)
They have to wear a school uniform. (verplichting , wet)
They have to be home at eight o'clock. (verplichting)

Slide 8 - Tekstslide

Don't/doesn't have to
Hoe?
don't have to/ doesn't have to + hele werkwoord
Wanneer?
Het betekent dan 'niet hoeven'.
Je geeft aan dat er geen verplichting is. 
(het hoeft niet persé) 


Slide 9 - Tekstslide

Voorbeelden
You don't have to wear a tie with your suit.
She doesn't have to walk her dog.
I don't have to do the dishes.

Slide 10 - Tekstslide

You …………. bring your books to school or your teacher will be angry.

Slide 11 - Open vraag

You ....... clean your room every day. You can do it every week!

Slide 12 - Open vraag

My grandmother ...... ride her bike alone, it can be very dangerous.

Slide 13 - Open vraag

There are plenty tomatoes in the fridge, you.... buy any.
A
must not
B
should not
C
don't have to

Slide 14 - Quizvraag

The teacher says you ____ raise your hand before you ask a question.
A
have to
B
must
C
should

Slide 15 - Quizvraag

You look tired. You ... take a break on time.
A
have to
B
should
C
must

Slide 16 - Quizvraag

Everyone ... drink 2 litres of water per day.
A
have to
B
should
C
must

Slide 17 - Quizvraag

Remember, that invoice ... be paid today!

Slide 18 - Open vraag

Remember, that invoice ... be paid today!

Slide 19 - Open vraag

This company ... buy new machines every 5-6 years.

Slide 20 - Open vraag

According to the rules, they.....be home before 12 p.m.
A
must
B
shouldn't
C
have to
D
don't have to

Slide 21 - Quizvraag

You ..........buy that at Action. It's much cheaper there.
A
have to
B
mustn't
C
should
D
must

Slide 22 - Quizvraag

open blz. 119
Kijk naar de woorden F
beantwoord de volgende vragen

Slide 23 - Tekstslide

Vertaal in het Engels: prestatie

Slide 24 - Open vraag

Vertaal in het Engels: rommel

Slide 25 - Open vraag

Vertaal in het Engels: ruzie

Slide 26 - Open vraag

Vertaal in het Engels: lijden aan

Slide 27 - Open vraag

Vertaal in het Engels: zweten

Slide 28 - Open vraag

Vertaal in het Engels: toegeven

Slide 29 - Open vraag

Vertaal in het Engels: opgeruimd

Slide 30 - Open vraag

Vertaal in het Engels: gezondheid

Slide 31 - Open vraag

Vertaal in het Engels:vergelijkbaar

Slide 32 - Open vraag

Vertaal in het Engels: slim

Slide 33 - Open vraag

Slide 34 - Tekstslide