6.3 Licht en kleur

6.3 Licht en Kleur
1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 2

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

6.3 Licht en Kleur

Slide 1 - Tekstslide

Wat gaan we doen vandaag?

  • Herhalen voorwerpen zien
  • Uitleg 6.3
  • HW: Alle opdrachten van 6.3
  • Afsluiten

Slide 2 - Tekstslide

Hoe kun je een voorwerp zien?

Slide 3 - Tekstslide

Je kan pas iets zien als
A
Het een witte kleur heeft
B
Als de lichtstralen je oog raken
C
Als het voorwerp zelf licht geeft

Slide 4 - Quizvraag

Lichtstralen bewegen in rechte stralen. Ze zijn altijd recht
A
Waar
B
Niet waar

Slide 5 - Quizvraag

6.3 Licht en Kleur

Slide 6 - Tekstslide

Lesdoelen 6.3
  1. Je kunt uitleggen wat een spectrum is en hoe je een spectrum zichtbaar maakt.
  2. Je kunt uitleggen wat je met een zakspectroscoop kunt onderzoeken.
  3.  Je kunt uitleggen hoe je een voorwerp met een bepaalde kleur ziet bij verschillende kleuren licht.

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Wit licht en spectrum
  • Wit licht bestaat uit alle kleuren van de regenboog
  • De kleuren waaruit licht bestaat noem je het lichtspectrum
  • Het spectrum maak je zichtbaar met een prisma of een spectroscoop

Slide 9 - Tekstslide

Het licht van de zon zie je als wit licht.
A
Waar
B
Niet Waar

Slide 10 - Quizvraag

Waarmee kun je het spectrum laten zien?
A
Trapezium
B
Driehoek
C
Kubus
D
Prisma

Slide 11 - Quizvraag

Waarmee kun je (wit) licht nog meer scheiden?
A
spiegel
B
spectroscoop
C
kleurenfilters
D
een mes

Slide 12 - Quizvraag

Wat is een spectrum op de afbeelding?
A
De driehoek
B
Het invallende licht
C
De kleurenband

Slide 13 - Quizvraag

Wat is een spectrum?
A
Een prisma.
B
Een kunstmatige lichtbron.
C
Een reeks kleuren.
D
Een James Bond film.

Slide 14 - Quizvraag

Slide 15 - Video

Slide 16 - Video

Kleuren van voorwerpen zien
Je ziet een kleur doordat alleen die kleur licht in je oog valt.

Een voorwerp weerkaatst alleen de kleur van het voorwerp.
De rest van de kleuren licht worden geabsorbeerd.

Slide 17 - Tekstslide

Kleuren zien

Slide 18 - Tekstslide

Een voorwerp dat zelf geen licht geeft, kun je:
A
alleen zien in fel zonlicht
B
altijd zien
C
nooit zien
D
zien als er licht op valt

Slide 19 - Quizvraag

Een rood voorwerp absorbeert rood licht.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 20 - Quizvraag

Een rode trui onder een wit licht wordt?
A
Rood
B
Zwart.
C
Grijs
D
wit.

Slide 21 - Quizvraag

Wit licht valt op een blauw voorwerp. Welke kleuren worden geabsorbeerd?
A
Alle kleuren
B
Blauw
C
Alle kleuren behalve blauw
D
Geen kleuren.

Slide 22 - Quizvraag

De witte bal heeft zwarte stippen. Hoe komt het dat wij die stippen zwart zien?
A
Alle kleuren van het licht worden geabsorbeerd
B
Alle kleuren van het licht worden weerkaatst
C
Alleen de donkere kleuren van het licht worden geabsorbeerd
D
Alleen de lichte kleuren van het licht worden weerkaatst

Slide 23 - Quizvraag

Welke kleur licht weerkaatst mijn oranje auto?
A
geen
B
oranje
C
alle kleuren
D
rood

Slide 24 - Quizvraag

Welke kleur licht wordt door een gele bloem weerkaatst?
A
Geel
B
Groen
C
Violet
D
Alle kleuren uit het spectrum

Slide 25 - Quizvraag

Welke kleur licht wordt niet geabsorbeerd door een blauw oppervlak?
A
Geel
B
Blauw
C
Rood
D
Groen

Slide 26 - Quizvraag

Een wit voorwerp,
zien we in rood licht als:
A
Roze
B
Zwart
C
Wit
D
Rood

Slide 27 - Quizvraag

Slide 28 - Video

Slide 29 - Video

Een groene trui wordt met rood licht beschenen.
Wat gebeurt er?

A
Groen licht wordt geabsorbeerd.
B
Groen licht wordt weerkaatst.
C
Rood licht wordt geabsorbeerd.
D
Rood licht wordt weerkaatst.

Slide 30 - Quizvraag

Een blauw voorwerp
zien we in rood licht als:
A
Blauw
B
Zwart
C
Wit
D
Rood

Slide 31 - Quizvraag

Lesdoelen 6.3
  1. Je kunt uitleggen wat een spectrum is en hoe je een spectrum zichtbaar maakt.
  2. Je kunt uitleggen wat je met een zakspectroscoop kunt onderzoeken.
  3.  Je kunt uitleggen hoe je een voorwerp met een bepaalde kleur ziet bij verschillende kleuren licht.
Ik snap er niks van
Ik snap het een beetje
Ik snap het best goed
Ik snap het helemaal
Ik zou dit aan iemand kunnen uitleggen

Slide 32 - Tekstslide

Wat ging goed?

Slide 33 - Open vraag

Wat vindt je nog lastig?

Slide 34 - Open vraag

En nu zelf aan het werk
Maak opdracht 1 t/m 15 van 6.3

Slide 35 - Tekstslide