Les 3

Br. VGZ 
Benaderingswijzen en syndromen
1 / 37
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 37 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 5 videos.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Br. VGZ 
Benaderingswijzen en syndromen

Slide 1 - Tekstslide

Inhoud deze les
Kort maar krachtig!
  • Probleemgedrag
  • Benaderingswijzen
  • Syndromen
  • Planning

Slide 2 - Tekstslide

probleemgedrag
We spreken van probleemgedrag als een zorgvrager door bepaald gedrag moeilijk met zichzelf of zijn of haar omgeving om kan gaan.

Slide 3 - Tekstslide

Probleemgedrag kan voor zorgvragers een manier zijn om te laten zien dat zij last hebben van een onderliggend probleem. In plaats van te vertellen dat het niet goed met ze gaat, laten ze dit merken door middel van afwijkend gedrag.

Benaderingswijzen: Gentle Teaching, methode Heijkoop, Triple C

Slide 4 - Tekstslide

Probleemgedrag:
- Ontstaan als het sociale netwerk rondom de client tekort schiet.
- Ontbreken of falen van een relationeel netwerk kan bij clienten tot ernstig probleemgedrag leiden.
- Is het netwerk er wel dan dient deze ook kwalitatief en professioneel op orde te zijn

Slide 5 - Tekstslide

vervolg
Het is heel simpel........
Als de zorgvrager met een verstandelijke beperking niet wordt begrepen, als zijn manier van communiceren geen aansluiting vindt bij andere communicatie, als hij zich verveeld, als hij overvraagd wordt, dan kun je probleemgedrag verwachten.

Slide 6 - Tekstslide

Benaderingswijze
Welke zorg we ook bieden, we werken met wetenschappelijk bewezen methodieken:

 

  • BOL/EIM,
  • Gezin Centraal,
  • Triple C,  
  • Ervaar het maar
  • Persectief (Vlaskamp)

 Alle methodieken versterken de eigen kracht en regie van cliënten.


Bron:
https://www.triade-flevoland.nl/over-ons/onze-expertise/methodieken
https://www.kennispleingehandicaptensector.nl/ernstige-meervoudige-beperkingen/emb-methode-ervaar-het-maar-eiv

Slide 7 - Tekstslide

Triple C
Dit korte intro geeft in essentie weer waar de Triple-C film over gaat, herstel van het gewone leven. Begeleiders, leidinggevenden, orthopedagogen en artsen bouwen samen aan een onvoorwaardelijke ondersteuningsrelatie met cliënten. Op basis van die relatie nemen cliënten samen met begeleiders deel aan een betekenisvol dagprogramma. Daardoor neemt hun zelfvertrouwen toe en ontwikkelen ze competenties die een behandelend effect hebben

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Video

Slide 10 - Video

Gentle teaching staat voor:
A
vriendelijk benaderen
B
zachte aanraking
C
vriendelijk aanleren
D
rustig tempo

Slide 11 - Quizvraag

Gentle teaching:
*In de eerste plaats een visie op begeleiding; solidariteit, vriendschap en verbondenheid staan centraal.
* In de tweede plaats een methode

Slide 12 - Tekstslide

Wat niet:
* Dominant opstellen
* Straffen

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Video

Slide 15 - Video

Heijkoop
*Gedragsproblemen staan niet op zichzelf
*Relatie met omgeving en eigen gevoelsbeleving verstoord
*Anders kijken

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Methode Heijkoop
Met de methode Heijkoop kun je als begeleider door middel van observaties en analyses inzicht krijgen in het functioneren van cliënten. In de observaties wordt gebruik gemaakt van video-observaties. 

Slide 18 - Tekstslide

 Ontdekkend kijken 
Functioneringsprofiel 
Probleemoplossend samenwerken 
Relatiedynamiek

Slide 19 - Tekstslide

BOL
Begeleid Ontdekkend Leren is een methode waarmee in zes concrete stappen mensen met een verstandelijke beperking ondersteund worden bij het zelfstandiger wonen, werken en leven, maar het kan ook met kleinere onderwerpen worden toegepast.

Slide 20 - Tekstslide

EIM
Het ‘Eigen Initiatief Model’ (EIM) is een methode waarmee je mensen met een verstandelijke beperking algemene (denk-)vaardigheden leert. Daarnaast ondersteun je hen bij het gebruiken van deze vaardigheden in het dagelijks leven.

Slide 21 - Tekstslide

Benaderingswijze

Zoek zelf informatie over de benaderingwijze en beantwoord de volgende vragen:

  • Voor wie?
  • Werkwijze?
  • Wat maakt deze methodiek uniek?

Slide 22 - Tekstslide

Syndromen
Wat is een syndroom?
Een syndroom wordt gedefinieerd als een onbepaalde ziekte. Een combinatie van samenhangende verschijnselen waarvan de oorzaak (nog) niet bekend is.



Slide 23 - Tekstslide

Meest voorkomende syndromen
- VCF of 22q11.2 deletie syndroom
 - Syndroom van Rett
 - Prader-Willi
 - Angelman syndroom
 - Syndroom van Down
 - Fragile X syndroom
 - Tubereuze Sclerosis Complex
 - Williams Syndroom
 - Cornelia de Lange

Slide 24 - Tekstslide

Vragen???

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide

Slide 28 - Tekstslide

Slide 29 - Tekstslide

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

Slide 32 - Tekstslide

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Slide 35 - Tekstslide

Verschil mantelzorg/familieparticipatie
Mantelzorgers nemen een groot en intensief deel van de zorg voor een cliënt op zich en hebben vaak een directe relatie met de cliënt. Een voorbeeld is een partner, een broer, een zus of een kind. Familieparticipatie daarentegen gaat om het betrekken van bekenden van de patiënt bij de zorg en soms om het overnemen van een klein deel van de taken. Het grootste verschil tussen mantelzorg en familieparticipatie is dus de mate waarin zorg en ondersteuning wordt geboden.

Slide 36 - Tekstslide

Contact leggen, Ondersteunen, Uitnodigen en Participeren.
Contact leggen. Zoek of en waar je de naasten van de cliënt kunt benaderen.  Stel naasten op hun gemak en laat zien dat gewaardeerd wordt dat ze er zijn. Zo zullen zij meer geneigd zijn om uiteindelijk te participeren in het zorgproces.
Ondersteunen. De volgende stap is ondersteunen en zo naasten helpen in het contact met de cliënt.  Als zorgprofessional kun je de naasten helpen om contact te leggen. Luister naar de problemen die naasten ervaren. 
Uitnodigen. Vervolgens is het belangrijk de naasten uit te nodigen en hen duidelijk te maken dat hun betrokkenheid belangrijk is voor de cliënt.  
Participeren. De laatste stap is het daadwerkelijke participeren van de naasten. Het beste resultaat wordt bereikt als de naasten consequent iets bijdragen. Het werkt dus goed om ze herhaaldelijk iets te laten doen. 

Slide 37 - Tekstslide