Valpreventie

                           Valpreventie
.





les ziekteleer VZ 3, periode 3 week 6 (2024)
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
HUISHOUDELIJKE TAKENMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

                           Valpreventie
.





les ziekteleer VZ 3, periode 3 week 6 (2024)

Slide 1 - Tekstslide

Opdrachten op een rijtje
1) verschillende vormen van dementie
2) Werk de verschillende benaderingswijzen uit
3) koppel dit aan de verschillende fasen (verzonken ik ed)
4)Kies 2 ziektebeelden uit van het urinewegstelsel (UWI/Blaaskanker ed)
5) houd een gesprek/interview met een zorgvrager met blaasproblemen
6) zoek de betekenissen op van verschillende incontinentie
7) Leg de verschillende materialen uit:
absorberend/aanvullend/ afvoerend
8) zoek naar een technologisch hulpmiddel en verkoop dit in je tijdschrift
Daar komt vandaag bij: 
9) Maak de e-learning over valpreventie, plaats de uitkomst in je tijdschrift.
Voeg in je tijdschrift de procedure na het vallen in je tijdschrift (te vinden op zorgvoorbeter.nl)


https://www.zorgvoorbeter.nl/thema-s/valpreventie/scholing/test-je-kennis-over-valpreventie


Slide 2 - Tekstslide

vanuit de studiewijzer
1) We spreken over kwetsbare ouderen, maar wat is dit nu eigenlijk, wanneer ben je kwetsbaar.

2) Wat doet jullie stage instelling om de zorg voor kwetsbare ouderen te optimaliseren
3) Welke rol heb jij als VIG-er in het optimaliseren van “goede” zorg
Noem voorbeelden en werk deze uit.
4 ) Maak een voorbeeld menu van gezonde voeding voor kwetsbare ouderen
5 ) Interview 1 zorgvrager over zijn kwetsbaarheid en blaasproblemen
Bedenk welke vragen wil je stellen?
Een tijdschrift zit er altijd leuk uit, met plaatsjes, puzzels, leuke weetjes, ed.  1






Slide 3 - Tekstslide

aankomende weken


Week 8
22 januari
Voeding en vocht
Ondervoeding en dehydratie
Week 9 Toetsweek
29 januari
polyfarmacie
Polyfarmacie, therapietrouw, medicatiefouten
opdracht inleveren.
Week 10
5 februari
bufferweek voor docent nakijken. 























Slide 4 - Tekstslide

Wat weten jullie al over vallen, 
- Wat weet je al over vallen en waar ben je nog nieuwsgierig naar

Slide 5 - Tekstslide

Wat ga je leren vandaag?
  • Je weet wat het doel is van valpreventie
  • Je weet het belang van het melden van een valincident
  •  Je weet de risicofactoren van valincidenten
  • Je weet de risico's op vallen te inventariseren
  • Je weet hoe je het beste vallen bij de ZV kan voorkomen

Slide 6 - Tekstslide

Waarom is het belangrijk
Vallen is een probleem dat vaak bij ouderen voorkomt. 
Vallen kan ernstige gevolgen hebben. O.a. botbreuken. Vaak met gevolg opname verpleeghuis, ziekenhuis of vervroegde sterfte. 
Van de ouderen met een heupfractuur overlijdt 25% binnen 1 jaar, blijft 25% invalide en 1/3 afname van het lichamelijk functioneren (valangst)

Slide 7 - Tekstslide

Cijfers vallen
  • Wereldwijd valt gemiddeld ongeveer 1/3 ouder dan 65 jaar minimaal 1 keer per jaar. 
  • Van de ouderen > 70 jaar en mensen in een verpleeg/ verzorgingshuis valt de helft jaarlijks. 
  • De verwachting is dat het aantal valincidenten de komende jaren zal toenemen door de vergrijzing. 

Slide 8 - Tekstslide

Wat kunnen gevolgen
zijn van vallen?
(geen letsels)

Slide 9 - Woordweb

Gevolgen vallen
Zorgvrager
Een val van een  zorgvrager heeft  vaak grote fysieke en mentale gevolgen. Het is een aanslag op de zelfstandigheid, zelfredzaamheid en mobiliteit van de getroffene, tijdelijk of zelfs voorgoed.


Slide 10 - Tekstslide

Gevolgen voor de instelling
Een zorgvrager die gevallen is heeft een hogere zorgvraag  
Als er sprake is van fysiek letsel na een val, wordt er eerder een beroep gedaan op de verpleging en (para)medici. 
Dit heeft tot gevolg dat de werkdruk van de medewerkers toeneemt en  stijgen ook de medische kosten door bijvoorbeeld aanschaf van hulpmiddelen, ziekenhuisopname, fysiotherapie en meer behoefte aan verzorging of verpleging

Slide 11 - Tekstslide

Wat zijn redenen voor een
verhoogd valrisico?

Slide 12 - Woordweb

Redenen verhoogd valrisico
Persoonlijke factoren
 en 
omgevingsfactoren

Slide 13 - Tekstslide

Persoonlijke factoren
  • eerdere val, verminderde mobiliteit en evenwicht
  • moeite ADL (Barthelindex)
  • beweegarmoede (beweegrichtlijn van de gezondheidsraad)
  • medicatie (psychofarmaca, diuretica, bloeddrukverlagers)
  • duizeligheid (bijv. ziekte van Ménière, infarct)
  • aandoening bewegingsapparaat
  • orthostatische hypotensie
  • neurologische aandoeningen
  • cognitieve stoornissen
  • incontinentie urine
  • verminderd zicht
  • schoeisel, 
  • vrouwelijk geslacht
  • sociale en psychische factoren  

Slide 14 - Tekstslide

Omgevingsfactoren
30 tot 50% de oorzaak voor valincidenten. 
  • drempels
  • gladde oppervlakten
  • kleedjes
  • snoeren en draden'
  • onvoldoende verlichting
  • te volle kamer
  • verkeergebruik hulpmiddelen 

Slide 15 - Tekstslide

Hoe kan je het nu
voorkomen?

Slide 16 - Woordweb

Preventie
  • Training kracht en balans (fysio)
  • Zoom in op de situatie van de zorgvrager 
  1. (woonsituatie (ergotherapeut)
  2. leefgewoontes
  3. soorten medicatie en tijden
  4. schoeisel etc.
  • Ga in gesprek net de zorgvrager over dit thema (valangst)
  • Medische zorg gericht op risicofactoren

Slide 17 - Tekstslide

Quiz

Slide 18 - Tekstslide

Welk deel van de ouderen boven de 65 jaar valt tenminste 1 keer per jaar?
A
een kwart
B
de helft
C
een derde
D
driekwart

Slide 19 - Quizvraag

De verwachting is dat de komende jaren het aantal valincidenten in toeneemt. Hoe komt dit?
A
Door meer mensen met overgewicht
B
Door toenemende bezuinigingen
C
Door de vergrijzing van de bevolking
D
roekeloos gedrag bij ouderen

Slide 20 - Quizvraag

Een voorbeeld van een omgevingsfactor; verantwoordelijk voor een valincident is een losliggen tapijt.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 21 - Quizvraag

Het gebruik van een alarmsysteem in bed helpt een valincident voorkomen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 22 - Quizvraag

Wat is een ander woord voor botontkalking?
A
Osteoporose
B
Osteocracoom
C
Osteocytose
D
Osteoblastose

Slide 23 - Quizvraag

Valrisicofactoren zijn in de delen in persoonlijke en omgevingsfactoren. Welke zijn verantwoordelijk voor het grootste valrisico?
A
Omgevingsfactoren
B
Persoonlijke factoren

Slide 24 - Quizvraag

Hoe meer ondersteuning iemand nodig heeft bij de ADL, hoe minder risico om te vallen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 25 - Quizvraag

Urine incontinentie gaat vaak samen met hoger risico op vallen.
A
Juist
B
Onjuist

Slide 26 - Quizvraag

Oudere mannen vallen vaker dan oudere vrouwen
A
Juist
B
Onjuist

Slide 27 - Quizvraag

De handknijp test zegt iets over de gehele spierkracht
A
Juist
B
Onjuist

Slide 28 - Quizvraag

Wat betekent orthostatische hypotensie?
A
Tijdelijke bloeddrukdaling na het opstaan
B
Duizeligheid
C
Tijdelijke bloeddrukverhoging na het opstaan
D
moeite met staan

Slide 29 - Quizvraag

Aan de slag 
Maak  de e-learning over valpreventie, plaats de uitkomst in je tijdschrift. 
Voeg in je tijdschrift de procedure na het vallen in je tijdschrift (te vinden op zorgvoorbeter.nl)

https://www.zorgvoorbeter.nl/thema-s/valpreventie/scholing/test-je-kennis-over-valpreventie


werk aan je tijdschrift:
kijk naar de lessen van vorige keer. 
kijk naar de studiewijzer. 

Slide 30 - Tekstslide

Volgende week
gaan we verder met Osteoporose en orthostase 

Slide 31 - Tekstslide