3V Na 3.3

3V Natuurkunde
J. Thijssen
Natuurkunde
Welkom bij Natuurkunde
Pak je laptop er alvast bij
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NaskMiddelbare schoolmavoLeerjaar 3

In deze les zitten 27 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

3V Natuurkunde
J. Thijssen
Natuurkunde
Welkom bij Natuurkunde
Pak je laptop er alvast bij

Slide 1 - Tekstslide

Vorige les

De vorige les ging over Arbeid en Vermogen

Even kijken wat jullie nog weten

Slide 2 - Tekstslide

Als iets arbeid verricht dan moet er
A
een afstand worden afgelegd
B
een kracht zijn
C
een kracht zijn en een afstand worden afgelegd
D
Als je hard werkt

Slide 3 - Quizvraag

Wat is de eenheid van Arbeid?
A
Newton(N)
B
Joule (J)
C
Kilowattuur (kWh)
D
Meter (m)

Slide 4 - Quizvraag

Wat doen we vandaag?
Paragraaf 3.3
In 3.3 gaan we het hebben over Warmte

Slide 5 - Tekstslide

H3 Energie
In een hoofdstuk over energie kan er 1 vorm van energie echt niet ontbreken.
Warmte

Slide 6 - Tekstslide

H3 Energie
In een hoofdstuk over energie kan er 1 vorm van energie echt niet ontbreken.
Warmte

Warmte is een energievorm die gemeten kan worden met de temperatuur.

Slide 7 - Tekstslide

H3 Energie
In een hoofdstuk over energie kan er 1 vorm van energie echt niet ontbreken.
Warmte

Warmte is een energievorm die gemeten kan worden met de temperatuur.
Let op! Warmte en temperatuur zijn 2 verschillende dingen!

Slide 8 - Tekstslide

H3 Energie
Bij warmte zorgt energie ervoor dat iets warmer aanvoelt.
Die warmte is te berekenen met de volgende formule:

Slide 9 - Tekstslide

H3 Energie
Bij warmte zorgt energie ervoor dat iets warmer aanvoelt.
Die warmte is te berekenen met de volgende formule:

Slide 10 - Tekstslide

H3 Energie
Bij warmte zorgt energie ervoor dat iets warmer aanvoelt.
Die warmte is te berekenen met de volgende formule:

Dat ziet er misschien super ingewikkeld uit

Slide 11 - Tekstslide

H3 Energie
Bij warmte zorgt energie ervoor dat iets warmer aanvoelt.
Die warmte is te berekenen met de volgende formule:

Dat ziet er misschien super ingewikkeld uit


Maar met een beetje logisch nadenken valt dat wel mee

Slide 12 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost

20 -> 40

Slide 13 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

20 -> 40
20 -> 100

Slide 14 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is

20 -> 40
20 -> 100

Slide 15 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is

20 -> 40
20 -> 100

Slide 16 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is 

20 -> 40
20 -> 100

Slide 17 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is 

20 -> 40
20 -> 100

Slide 18 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is 

20 -> 40
20 -> 100

Slide 19 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is minder
dan wanneer ik 5 kopjes thee moet maken
20 -> 40
20 -> 100

Slide 20 - Tekstslide

H3 Energie
Om iets 20 graden warmer te maken, kost minder energie 
dan om iets 80 graden warmer te maken.

De energie voor 1 kopje thee maken is minder
dan wanneer ik 5 kopjes thee moet maken

Die 2 dingen komen samen in de soortelijke warmte
20 -> 40
20 -> 100

Slide 21 - Tekstslide

H3 Energie
Maar dat is voor 1 stof

Slide 22 - Tekstslide

H3 Energie
Maar dat is voor 1 stof
Voorwerpen bestaan vaak uit meerdere verschillende stoffen.

Slide 23 - Tekstslide

H3 Energie
Maar dat is voor 1 stof
Voorwerpen bestaan vaak uit meerdere verschillende stoffen.
Dan gebruiken we de warmtecapaciteit.
Dat geeft aan hoeveel energie er nodig is om een voorwerp 1 graad Celsius te laten stijgen.

Slide 24 - Tekstslide

H3 Energie
Maar dat is voor 1 stof
Voorwerpen bestaan vaak uit meerdere verschillende stoffen.
Dan gebruiken we de warmtecapaciteit.

Slide 25 - Tekstslide

H3 Energie
Maar dat is voor 1 stof
Voorwerpen bestaan vaak uit meerdere verschillende stoffen.
Dan gebruiken we de warmtecapaciteit.
Dat geeft aan hoeveel energie er nodig is om een voorwerp 1 graad Celsius te laten stijgen.

Slide 26 - Tekstslide

H3 Energie
En nu?

Maak opdracht 21, 23, 24, 27, 29 en 32

Heb je vragen?
Steek je vinger op

Slide 27 - Tekstslide