BLB Schrijven volgens de regels: korte en lange klanken

Het alfabet
1 / 34
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolVoortgezet speciaal onderwijsvmbo lwooLeerroute VLLeerroute 1Leerjaar 5

In deze les zitten 34 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Het alfabet

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf alle letters van het alfabet op.
timer
2:00

Slide 2 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Sleep de <b>klinkers </b>hierheen
Sleep de <b>medeklinkers </b>hierheen
A
B
C
D
E
F
G
H
i
j
K
L
M
N
O
P
Q
R
S
T
U
V
W
X
Y
Z

Slide 3 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Klinkers

a-e-u-i-o-y
Medeklinkers

b-c-d-f-g-h-j-k-l-m-n-p-q-r-s-t-v-w-x-y-z
Korte en lange klanken

Slide 5 - Tekstslide

De y (vaak i-grec of Griekse ij genoemd) is soms een klinker en soms een medeklinker. Het hangt van de uitspraak af. In woorden als baby, cyste, idylle en symbool beschouwen we de y als klinker. In woorden als yoghurt, yoga en yahtzee daarentegen is de y een medeklinker (vergelijkbaar met de j)
De klinkers
-a,-e,-u en -o
hebben soms een 
korte klank
en soms een
lange klank.
Bron: van A tot zin

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeg na
  1. pan - kan - lamp - vallen - kat
  2. ben - vest - zes - testen - les
  3. rok - op - dokter - klok - dom
  4. zus - tussen - blust - kus - rust 
Bron: van A tot zin

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeg na
  1. water - laat - kaas - ramen - gaan
  2. been - wegen - tenen - lezen - feest
  3. rook - brood - komen - groot - ogen
  4. minuut - uur - huren - buurman - vuur
Bron: van A tot zin

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zeg na
Bron: van A tot zin
baan - ban
ramen - rammen
leef - lef

veen - ven
boom - brom
loos - los
muren - mutsen
bruut - blut
lezen - lessen

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wanneer zeg je een korte klank en wanneer zeg je een lange klank?


Zie je twee dezelfde klinkers, dan spreek je de klank lang uit!

! Het woordje een spreek je uit als /un/ !
Bron: van A tot zin

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zie je één klinker, dan spreek je de klank vaak kort uit.



Zie je één klinker, één medeklinker en nog een klinker, dan spreek je de eerste klank lang uit.
Bron: van A tot zin

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

lees hardop
Bron: van A tot zin
1. boven
2. kerst 
3. passen
7. been
8. tak 
9. kom
4. maan
5. wegen
6. pennen
10. dure
11. zaal
12. lessen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Korte klank
f

Dit zijn woorden met een korte klank.
Korte klanken schrijf je ALTIJD met één klinker.
Bron: van A tot zin

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Hebben de woorden een korte of een lange klank?

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

kip
A
kort
B
lang

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

maan
A
kort
B
lang

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

stuur
A
kort
B
lang

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

teen
A
kort
B
lang

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

min
A
kort
B
lang

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

boot
A
kort
B
lang

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

kast
A
kort
B
lang

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

hut
A
kort
B
lang

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

zit
A
kort
B
lang

Slide 23 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

koop
A
kort
B
lang

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soms hoor je een lange klank, 
maar schrijf je één letter:

tafel --> /taa-fel/
jagen --> /jaa-gen/
lopen --> /loo-pen/
geven--> /gee-ven/
uren--> /uu-ren/

Je zegt: Ik hoor de lange klank.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

tafel
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

stoppen
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

muren
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

zinnen
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 29 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

raden
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

benen
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

komen
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

kasten
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

maanden
hoor je een lange of korte klank?
A
kort
B
lang

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies