In deze les zitten 21 slides, met interactieve quiz en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
Wat doen we vandaag?
Vragen grammatica?
Bespreken blz. 68, opdr. 38, 39 e.v.
Vervolg Cultuur
Slide 1 - Tekstslide
Vragen Grammatica?
Slide 2 - Open vraag
Geen vragen (meer)?
Pak maar een blaadje...
Slide 3 - Tekstslide
Blz. 154.
Ergon 4 en 6.
Slide 4 - Tekstslide
Opdrachten bij het Thema
Blz. 68
opdr. 38, 39 e.v.
Slide 5 - Tekstslide
Opdracht 38a
a.Rafaello schildert een denkbeeldige ontmoeting tussen deze verschillende wetenschappers. Hij gebruikt hierbij beeldtaal en portretten van mensen uit zijn eigen tijd. De belangstelling voor de Griekse filosofie wordt verbeeld door bv. Plato en Aristoteles (midden), Socrates, Avarroes, Parmenides. De belangstelling voor de wiskunde door bv. Pythagoras (linksvoorschrijvend) en Eukleides (rechtsvoor met passer). De ideale ontmoeting vindt plaats in een klassiek aandoende omgeving met beelden van Griekse goden in de nissen (Apollo links en Athena rechts) en klassieke bouwelementen, waaruit belangstelling blijkt voor de klassieke architectuur..
Slide 6 - Tekstslide
Opdracht 38bc
b.De personages die zijn afgebeeld leefden in verschillende tijden en kunnen elkaar niet tegelijk ontmoet hebben.
c. Eukleides heeft een passer in de hand. Eukleides stelde het basisboek samen over de meetkunde./ Passer en liniaal zijn de enige attributen waarmee stellingen bewezen wordenin het boek Elementen van Eukleides.
Slide 7 - Tekstslide
Opdracht 38d
Suggestie:
Alexander de Grote: door zijn expeditie naar het oosten ontstond het hellenistisch wereldrijkmet als voertaal Grieks. Zo kwam er een uitwisseling opgang van kennis. Belangrijkstestichting was de stad Alexandrië.
Hypatia: Griekse wiskundige uit de vierde eeuw na Chr. in Alexandrië. Voor haarvooruitstrevende opvattingen en levenswijze werd zij vermoord door Christenen. Over haarleven is niet veel bekend. Zij was de dochter van Theoon, wiskundige en wetenschapperverbonden aan het Mouseion. Zij zou zich bezig gehouden hebben met kegelsneden, maar erzijn geen originele werken van haar hand over.
Slide 8 - Tekstslide
Opdracht 38d
Archimedes: (wordt ook geduid als hetzelfde personage rechtsonder als Eukleides) Grieksewetenschapper, wiskundige, ingenieur, uitvinder etc. Hij leefde van 287 – 212 v. Chr. in Syracuse op Sicilië. Bij de belegering van Syracuse door de Romeinen werd hij door een Romeins soldaat gedood.
Ook 17e-eeuwse grondleggers van de wetenschappelijke revolutie, zoals Galileo Galileï en Isaac Newton werden door het werk van Archimedes geïnspireerd.
Slide 9 - Tekstslide
Opdracht 38d
Avarroës (Abū 'l-Walīd Muḥammad ibn Aḥmad ibn Rush): een islamitische jurist, arts, filosoofen theoloog. Hij werd in 1126 geboren in Cordoba in Spanje en stierf in Marrakesh inMarokko in 1198. Hij stond bekend als een van de grootste kenners van de filosofie vanAristoteles. Veel van zijn werken zijn vertaald uit het Arabisch naar het Latijn. Zo werd hetgedachtengoed van Griekse filosofen en wetenschappers bekend in het Westen.
Slide 10 - Tekstslide
Opdracht 39a
a.In de Griekse tekst is sprake van lectio difficilior potior omdat in deze versie Goliath geveldwordt door een steen die David tegen zijn voorhoofd gooit. Het is onwaarschijnlijk /ongebruikelijk dat een mens, dus zeker een groot mens als Goliath, door een steen geraaktvoorover valt.
Slide 11 - Tekstslide
Opdracht 39
b.Taalkunde: argument dat er verwarring is ontstaan bij het foutief overschrijven van Hebreeuwse woorden ‘voorhoofd’ en ‘scheenplaat’.
Archeologie: Goliath zal een Filistijnse helm gedragen hebben. Deze helmen zijn bekend uit archeologische vondsten en afbeeldingen. Filistijnse helmen bedekken het voorhoofd.
Natuurkunde: David kan nooit over genoeg kracht beschikt hebben om zijn steen door het voorhoofdsbeen van Goliath te slingeren. / Iemand die aan zijn hoofd wordt geraakt zal nooit voorovervallen maar juist achterover.
Slide 12 - Tekstslide
Opdracht 40
a.De jonge monnik hangt de moderne opvatting over het opdoen van wetenschappelijk kennisaan (observeren), de oudere monniken de theoretische opvatting uit de oudheid(redeneren).
b.Ik kan zorgen dat de resultaten niet gemanipuleerd worden door nauwkeurig de gebruiktemethode te beschrijven; te zorgen dat door verschillende mensen waarnemingen gedaanworden onder dezelfde omstandigheden; door mijn eigen experiment te herhalen enresultaten te vergelijken.
Slide 13 - Tekstslide
Opdracht 41
1.Past het Goliath niet dan past het David = de kleren van je broer afdragen
2.Hij is een Goliath = het is een flinke vent
3.Toen David oud werd maakte hij psalmen = iemand die eerst onverantwoordelijk leeft wordtlater vaak heel vroom
4.Dat is naar de Filistijnen = het is onherstelbaar kapot
5.Een strijd tussen David en Goliath = het krachtsverschil tussen beide partijen is groot
Slide 14 - Tekstslide
Opdracht 42a
1.Waar: de ziel van ieder heeft voor de geboorte kennis genomen van het Goede.
2.Onwaar: zintuigelijke waarnemingen zijn volgens Plato onbetrouwbaar.
3.Waar: door na te denken (filosoferen) kan een mens begrijpen wat rechtvaardigheid is enzichzelf corrigeren.
Slide 15 - Tekstslide
Opdracht 42b
b.Eigen invulling. Voorbeelden:
1.Een psychopaat of een oorlogsmisdadiger of een misdadiger die geen spijt heeft.
2.Het vak natuurkunde of scheikunde bestaat met name uit waarnemingen.
3.Een dief weet vaak best wel dat hij niet mag stelen.
Slide 16 - Tekstslide
Opdracht 42c
c.Rafaël laat Aristoteles met zijn hand naar beneden wijzen, naar de wereld. Door om je heente kijken kun je kennis op doen. Plato wijst met zijn hand naar boven, naar de Ideeënwereldwaar de ziel van de mens volgens hem alleen ware kennis kan opdoen.
Slide 17 - Tekstslide
Opdracht 43
a.Bij het overschrijven is een fout gemaakt.
b.Eigen invulling. Voorbeeld:
Ja, want de meest ongebruikelijke variant waarbij de lengte van Goliath zes ellen is, heeft devoorkeur volgens de lectio difficilior potior. Hij is dan nl. reusachtig.
Nee, want het heel vroege fragment uit Qumran vermeld, net als de versie in de Septuagint,een lengte van Goliath van vier ellen. Hij is dan wel groot, zeker vergeleken met David, maargeen reus. Het is aannemelijk dat in de handschriften van de Hebreeuwse Bijbel eenschrijffout is gemaakt.
Slide 18 - Tekstslide
Opdracht 44
a.Pythagoras ging uit van hele, goddelijke getallen. De natuur, de kosmos kon, volgens hemuitgedrukt worden in getallen. Dat juist in de natuur de (goddelijke) verhouding uit eengebroken getal bestaat nl, 1.618… zou voor hem een enorme teleurstelling geweest zijn.
b.De phi komt terug in de -y en in de punt op de -i. (Ook de verhouding in het logo is ongeveer2/3 – 1/3)