Uithoudingsvermogen

Uithoudingsvermogen
Het vermogen om lichamelijke belasting vol te houden.
1 / 10
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 10 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Uithoudingsvermogen
Het vermogen om lichamelijke belasting vol te houden.

Slide 1 - Tekstslide

FITT-pricipe
Frequentie: hoe vaak je train je in de week. Zorg ervoor dat je 3 keer per week te trainen je supercompensatie en je uithoudingsvermogen te verbeteren.

Intensiteit: de intensiteit waarmee je traint. Je moet ervoor zorgen dat je een trainingsprikkel aan je lichaam geeft. 

Trainingsduur: Een duurtraining duurt minimaal 20 minuten. Als je intervals of herhalingstrainingen doet zijn herstelfases belangrijk.

Type: welk energiesysteem traint: Fosfaatsysteem, Anaeroob systeem, aeroob systeem.

Slide 2 - Tekstslide

Aeroob en anaeroob
Aeroob = dynamische activiteiten waarbij energielevering verloopt via verbranding van koolhydraten en vetten

Anaeroob = dynamische activiteiten met hoge intensiteit waarbij de energielevering verloopt zonder zuurstof.

Slide 3 - Tekstslide

Zones van intensiteit

Zone 1: zeer lichte tot lichte training
herstel en ontspanning
Zone 2: zeer lichte tot matige training
versterking botten, pezen en gewrichten
Zone 3: ietwat zware tot zware training
conditie verbeteren, spieren versterken
Zone 4: zware tot zeer zware training
vo2-max en uithoudingsvermogen

Slide 4 - Tekstslide

Tussen hoe veel secondes moet een Anaerobe activiteit duren?
A
80 tot 200 sec
B
120 tot 160 sec
C
1 tot 100 sec
D
20 tot 120 sec

Slide 5 - Quizvraag

Systemen
Fosfaatsysteem:
Snelheidstraining, herhalingstraining

Anaerobe systeem:
Intensieve intervaltraining (pittige belasting en herstel in beweging), herhalingstraining,
tempotraining, fartlektraining (combinatie duur- en interval)

Aerobe trainingsvormen:
Extensieve interval (lange belasting, kort herstel), extensieve (laag/lang) en
intensieve (hoog/kort) duurtraining, extensieve interval training,

Slide 6 - Tekstslide

Welk systeem gebruik je bij een intensieve intervaltraining?
A
Anaerobe systeem
B
Fosfaatsysteem
C
Aerobe systeem

Slide 7 - Quizvraag

Effecten aerobe training
- Een toename van het zuurstoftransportsysteem
- Toename van de VO2max; de anaerobe drempel komt hoger te liggen
- Toename van de glycogeenvoorraad in de spieren
- Een efficiënter gebruik van vet als energiebron; de glycogeenvoorraad raakt
- minder snel uitgeput
- Een afname van het totale vetgehalte van het lichaam
- Een afname van de rusthartslagfrequentie.

Slide 8 - Tekstslide

Effecten anaerobe training
- Toename van de ATP-, CP- en creatinevoorraad in de spieren
- Toename van kracht in de spieren
- Toename in breek-/trekvastheid van botweefsel, banden en pezen
- Afname van de melkzuurproductie
- Spieren hogere melkzuurwaarden kunnen doorstaan
- Efficiënter gaat bewegen waardoor er minder energie nodig is.

Slide 9 - Tekstslide

Trainingsvormen / Testen die je kan doen.

Duurtraining: een training

Climaxloop - duurtraining
Prognose Loop - anaeroob training
coopertest - tempotraining

Slide 10 - Tekstslide