Rekenen gewicht/wegen

Gewicht/wegen
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
RekenenPraktijkonderwijsLeerjaar 4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Gewicht/wegen

Slide 1 - Tekstslide

Waar denk je aan bij
de woorden
gewicht/wegen

Slide 2 - Woordweb

Hoe noemen we dit apparaat?
A
weegschaal
B
personenweegschaal
C
maatbeker
D
keukenweegschaal

Slide 3 - Quizvraag

Hoe noemen we dit?
A
lepels
B
maatlepels
C
lepelaar
D
bestek

Slide 4 - Quizvraag

Wat voor soort weegschaal is dit?
Kies twee antwoorden.
A
keukenweegschaal
B
digitale weegschaal
C
personenweegschaal
D
analoge weegschaal

Slide 5 - Quizvraag

Verschillende materialen 
Zoals jullie hebben gemerkt, door het antwoorden van de vorige vragen, zijn er verschillende soorten weegschalen of manieren om iets af te meten. 

Een personenweegschaal 
keukenweegschaal  
Maatlepels 

Slide 6 - Tekstslide

Lees af
A
B
C
D
95 kg
81 kg
85 kg
99 kg

Slide 7 - Sleepvraag

Welke weegschaal zou je gebruiken?
Keukenweegschaal
Personenenweegschaal
Maatlepels

Slide 8 - Sleepvraag

Wat is de afkorting van kilogram?
A
kilo
B
gram
C
g
D
kg

Slide 9 - Quizvraag

Wat is zwaarder?
A
zak appels
B
pak melk

Slide 10 - Quizvraag

Welke product weegt 120 gram?
A
1 ei
B
Pakje boterhamworst
C
Fles cola
D
Pak koffiebonen

Slide 11 - Quizvraag

Er zijn deze week 3 baby’s geboren. Mike, Sophie en Willem.
Mike weegt 3150 gram
Sophie weegt 2930 gram
Willem weegt 3050 gram

Wie weegt het meest?

A
Mike
B
Sophie
C
Willem

Slide 12 - Quizvraag

Slide 13 - Video

Koppel de gewichten aan de goede benaming
Pond
500 gram
Kilo
1000 gram
Ons
100 gram

Slide 14 - Sleepvraag

1 ons =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 15 - Quizvraag

1 pond =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 16 - Quizvraag

1 kilo =
A
1000 gram
B
500 gram
C
100 gram

Slide 17 - Quizvraag

Wat weegt 1 kg?
A
1,5 liter cola
B
pak suiker
C
koffiepads
D
zak chips

Slide 18 - Quizvraag

Wat weegt ieder product? 
Sleep het naar het goede begrip. 
Kilo
1000 gram
Pond
500 gram
Ons
100 gram

Slide 19 - Sleepvraag

Wat weegt ongeveer 1 kilogram?
A
Kuikentje
B
Laptop
C
Fiets

Slide 20 - Quizvraag

Wat weegt ongeveer 1 gram?
A
Punaise
B
Tekkel
C
Ananas

Slide 21 - Quizvraag

Is de weegschaal in balans?
A
Ja
B
Nee

Slide 22 - Quizvraag

Slide 23 - Tekstslide

1 Kilo bestaan dus uit 1000 gram

Dus 1000 simkaartjes 
weegt evenveel 
als een pak meel 
van 1 kilogram. 

Slide 24 - Tekstslide

Schrijf iets op wat ongeveer een kilo weegt.

Slide 25 - Open vraag