112 NT2

Speuren naar gevaar in huis: 
112
1 / 17
volgende
Slide 1: Tekstslide
Brandweer, Veiligheid, BurgerschapskundeMens en natuurBasisschoolISKGroep 1-7

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Introductie

Als iedere seconde telt is het fijn dat je zo snel mogelijk hulp kunt krijgen van de hulpdiensten. In deze les leer je wanneer je het alarmnummer mag bellen. Op welke vragen kun jij een antwoord geven? In deze les wordt een koppeling gemaakt met de Nederlandse taal. Bepaal vooraf welke slides het meest geschikt zijn voor jouw doelgroep. De gebruikte kleuren in de sheet geven een indicatie. - Onderbouw: rood - Middenbouw: geel - Bovenbouw: grijs

Instructies

Voorbereiding
Deze docentenhandleiding geeft een uitgebreide toelichting op de les- en leerstof en lesideeën.
Handig om van te voren door te nemen.

Devices
Voor de onderbouwgroep gebruik je waarschijnlijk nog geen devices. Zodra je de les start kun je het vinkje bij 'devices' verwijderen. De sleepopdrachten kan de leerkracht zelf maken met de input vanuit de klas. Gebruik voor het slepen op het digbord bij voorkeur de muis.
Met de knop 'controleer' kun je de klas laten zien of de gegeven antwoorden goed zijn.

Downloaden
Download voorafgaand aan de les de werkbladen om tijdens de les te maken en/of om mee naar huis te geven.

Instructies

Onderdelen in deze les

Speuren naar gevaar in huis: 
112

Slide 1 - Tekstslide

Lesidee:
Geef één dag voordat je deze les gaat geven een raadsel aan de leerlingen om het onderwerp van deze les te raden.

Raadsel:
Als iedere seconde telt heb je mij nodig.

Start van de les:
Bekijk de tekening. Bespreek met de klas (alle niveaus) en vraag wat ze zien op de plaat. De leerlingen proberen zoveel mogelijk te benoemen en de docent kan daarna ook nog woorden benoemen/de plaat bespreken.

De woorden kunnen eventueel op een apart bord genoteerd worden voor middenbouw en bovenbouw.
• de brandweerauto
• het huis
• de ruimtes in het huis 
• de brandkraan 

Billy Brandkraan
Het karakter Billy Brandkraan staat in deze les voor "het reageren bij en bestrijden van gevaar." In zijn hand heeft hij een telefoon. Het nummer op de telefoon is het onderwerp waar in deze les specifiek aandacht wordt besteed.
Het alarmnummer 112. Dit nummer bel je alléén in noodsituaties. Dus als elke seconde telt!

Vraag:
Wat is een noodgeval denk jij? Denk bijvoorbeeld aan brand, een ongeluk, inbrekers.

Hebben de leerlingen het onderwerp "Het alarmnummer 112" goed geraden via het raadsel?

 

Slide 2 - Video

Video
Wat gebeurt er als je de brandweer belt? Bekijk de video als introductie van de les.

Vraag aan de leerlingen wat ze hebben onthouden van de video:
In de video hebben we gezien dat:
  • Je bij brand zo snel mogelijk naar een veilige plek buiten gaat en daar het alarmnummer belt. 
  • In het telefoongesprek met de centralist van de meldkamer vertel je van wie je hulp nodig hebt, waar de plaats is waar de hulp nodig is, wat er is gebeurd, waarom er met spoed hulp moet komen, (gewonden/gevaar/brand). En zorg dat je aan de lijn blijft wachten tot de centralist alle vragen heeft gesteld.
Devices
Als je gebruik maakt van devices in de klas, activeer de knop "devices". Er verschijnt een code. De leerlingen kunnen vanaf hun tablet naar de lessonup.app gaan of gebruik maken van de QR code om de getoonde code en hun voornaam in te voeren.
Als iedereen is ingelogd, gaan we verder naar de volgende slide.

Wat weet je over 112?

Slide 3 - Woordweb

Schrijf op en bespreek wat je over het alarmnummer 112 weet.

In deze les gaan we kijken wanneer je 112 belt. Op welke vragen geef je een antwoord?


Slide 4 - Tekstslide

Bekijk de video.

In dit filmpje belt de 5 jarige Kosta het alarmnummer 112 omdat zijn moeder was gevallen en bewusteloos was.

Hij heeft heel goed geluisterd naar de vragen van de centralist op de meldkamer en op alle vragen antwoord gegeven. Hierdoor kon de ambulance snel helpen.

de ambulance
de brandweerauto
de politieauto
het alarmnummer
de centralist
de dief
het ongeluk
de brand

Slide 5 - Sleepvraag

Bespreek:
Wat zie je op deze slide.
Benoem de woorden: 
  • de centralist, de meneer/mevrouw die de telefoon opneemt als je 112 belt. Hij/zij waarschuwt de hulpdiensten die je gaan helpen.
  • de dief, de inbreker
  • het ongeluk, de gewonde
  • de brand
  • de ambulance
  • de politieauto
  • de brandweerauto
  • het alarmnummer
Sleepopdracht:
Je belt 112 want je hebt héél snel hulp nodig. Maar van wie wil je hulp?
Sleep de juiste auto naar het juiste incident.

Klik op: "controleren" en bespreek indien nodig de juiste antwoorden.
Deze ontdek je door op "toon antwoord" te klikken.

Antwoord:
  • Zie je dat er wordt ingebroken? Vraag om de politie.
  • Je ziet een ongeval gebeuren. Iemand is erg gewond geraakt. Dus niet bij een schaafwondje maar wel bij een gebroken been. Vraag om de ambulance.
  • Je hebt brand in huis. Je bent snel samen met al je huisgenootjes naar buiten gegaan. Vraag om de brandweer.
Je bent een held als je voor hulp 112 belt.

Vraag
In het filmpje belde Kosta met het alarmnummer 112.
Wist Kosta  precies waar hij woont?
Weten de kinderen in de klas het adres en het huisnummer en de plaats waar ze wonen?

Lesidee:
Stuur een kaartje of een briefje naar je eigen huis. Zo oefen je je eigen adres.


Welk nummer bel je als je hulp nodig hebt van de brandweer, ambulance of politie? 
A
123
B
112
C
911

Slide 6 - Quizvraag

Quizvraag:
Bij brand in huis heb je hulp nodig van de brandweer. 

Welk nummer bel je als je hulp nodig hebt van de brandweer? 
Bespreek deze quizvraag klassikaal en klik het antwoord in van de keuze van de klas.
Je ziet direct op het antwoord juist is (groen) of fout (rood).

Antwoord: B 112 (1+1=2 dan kun je het nummer makkelijk onthouden)

Toelichting: Het nummer 911 is het alarmnummer in Amerika. Sommige andere landen hebben een ander alarmnummer.

Vraag:
Wat is het alarmnummer in het land waar jij vandaan komt?

Vertel:
Via 112 bel je niet alleen de brandweer, maar ook de politie en de ambulance.

Vraag:
Mogen alleen papa’s en mama’s/volwassenen het alarmnummer bellen? 
Antwoord? Nee, jij mag ook bellen, maar natuurlijk niet voor de grap!


Het alarmnummer bellen:
A
B
C

Slide 7 - Quizvraag

Quizvraag:
Het alarmnummer bellen:
A. Is gratis
B. Kost 1 euro per minuut
C Kan NIET zonder SIMkaart of beltegoed

Antwoord:
A. is juist. Het is gratis.
Als je géén beltegoed of SIM kaart hebt kun je tóch 112 bellen.

Let op dat je telefoon altijd een beetje stroom heeft.






Wanneer bel je 112 ook? 
A
B
C

Slide 8 - Quizvraag

Quizvraag:
Wanneer bel je dit nummer ook?
Bespreek deze quizvraag klassikaal en klik het antwoord in van de keuze van de klas. 
A. Je belt 112 als jouw rookmelder stuk is
B. Je belt 112 als je een kat in de boom ziet
C. Je belt 112 als je ziet dat iemand erg gewond is.

Je ziet direct op het antwoord juist is (groen) of fout (rood).

Antwoord: C

Vertel:
Het alarmnummer bel je alléén als er heel snel hulp nodig is. 

Bijvoorbeeld bij brand in huis, een gewonde door een ongeval of een inbraak.
Als een katje honger krijgt, komt deze vanzelf uit de boom.
Als de rookmelder stuk is, moet je zélf ervoor zorgen dat hij wordt gerepareerd of vervangen.

QUIZ: Wat weet jij van 112?
de centralist
de meldkamer

Slide 9 - Tekstslide

Quiz
Vanaf een veilige plek bel je het alarmnummer 112. Maar wat weet jij van het alarmnummer 112?

Zo werkt een quizvraag:
De leerlingen kunnen de quizvraag invullen terwijl de vraag wordt gesteld.
Als alle leerlingen het antwoord hebben gegeven kun je met de button 'volgende' de ingevulde antwoorden zien.
Druk je nog een keer op 'volgende' dan komt het juiste antwoord in beeld.
Je maakt een grapje en belt 112.
Er is helemaal GEEN noodgeval.
Wat gebeurt er?
de centralist
A
Mensen die ECHT hulp nodig hebben, kunnen NIET bellen
B
De centralist moet lachen
C
Er gebeurt niets

Slide 10 - Quizvraag

Dit is de centralist die de telefoon aanneemt wanneer je 112 belt.

Quizvraag:
Je maakt een grapje en belt 112. Er is helemaal GEEN noodgeval. War gebeurt er?

Antwoord: A
Als je voor de grap belt houd je de lijn bezet. Iemand die met spoed hulp nodig heeft, kan de hulpdiensten niet bereiken.
Als je een valse melding doet rijden de hulpdiensten voor niets de verkeerde kant op. Iemand die écht snel hulp nodig heeft, moet dan langer wachten op een andere auto die van verder weg moet komen. De hulp kan dan net te laat zijn.

Wie mag er naar het
alarmnummer 112 bellen?
de centralist
A
B
C

Slide 11 - Quizvraag

Quizvraag:
Wie mag er naar het alarmnummer 112 bellen?
A. Alléén volwassenen
B. Alléén doktoren
C. Iedereen die dringend hulp nodig heeft.

Antwoord: C
Iedereen die dringend hulp nodig heeft mag 112 bellen. Dus ook als je jong bent. Met je mobieltje kun je altijd 112 bellen. Ook als je de beveiligingscode van een toestel niet weet of als je beltegoed op is.

Wat is ECHT belangrijk en
moet je vertellen als je 112 belt?
de centralist
A
B
C
D
Alle drie (A, B en C)

Slide 12 - Quizvraag

Quizvraag:
Wat moet je zeker vertellen als je naar het noodnummer 112 belt?

A: Het huisnummer
B: De straatnaam
C: Wat is er aan de hand
D: Alle drie de antwoorden

Antwoord: D
Zodra de centralist weet waar je bent, kan de dichtstbijzijnde hulpdienst worden gewaarschuwd. 
Tegenwoordig kun je ook de 112 app op je telefoon downloaden. Als je via deze app de melding doet, kan de centralist direct zien waar je staat en hebben ze ook jouw persoonlijke gegevens.

Beantwoord de vragen van de centralist. Dit geven zij door aan de hulpdiensten, dan kunnen ze onderweg naar jou toe al een plan maken hoe ze kunnen helpen.
 

Wanneer mag je stoppen
met het telefoongesprek als
112 belt?
de centralist
A
Als de centralist zegt dat je mag stoppen
B
Je mag stoppen wanneer je dat wilt
C
Je mag stoppen zodra je het adres hebt gegeven

Slide 13 - Quizvraag


Quizvraag:
Wanneer mag je ophangen als je belt naar 112?
Antwoord: A
Blijf aan de lijn totdat de centralist zegt dat je mag ophangen. De centralist kan nog wat vragen voor je hebben en/of je helpen.

Oefenen 
  • Wie ben je (de melder) en van wie heb je hulp nodig? (brandweer, ambulance, politie)

  • Waar is het noodgeval? (waar ben je: provincie, plaats, straat, huisnummer)

  • Wat is er gebeurd? (de brand)

  • Waarom is het een noodgeval? (is iemand gewond of in levensgevaar?)

  • Wacht tot alle vragen gesteld zijn.
Video
het huisnummer
de brand
het alarmnummer
de straatnaam

Slide 14 - Tekstslide

112 bel je niet voor de lol. Maar het is wel goed om met elkaar te oefenen.

Bespreek:
De 5 W vragen die de centralist aan je vraagt wanneer je 112 belt.
 
Oefen de eerste melding klassikaal, of klik op het oogje om een video te bekijken van een oefening.

Daarna in groepjes van 2:
Er is steeds 1 centralist die de vragen stelt (de W vragen: wie, waar, wat, waarom, wacht) en 1 persoon die de 112 melding doet.

Voorbeeld scenario’s: (hiervoor kun je de kaartjes downloaden)

  • Melding brand in huis: iedereen is veilig buiten (brandweer).
  • Melding inbreker bij de buren (politie).
  • Melding ongeval met gewonden voor het huis (ambulance, politie en brandweer).

Slide 15 - Video

In de bovenbouw kun je deze video laten zien. Hierin zie je een oefenscenario waarbij de 3 hulpdiensten met elkaar samenwerken en de rol van de centralisten hierin.

Vraag:
Welke tips geeft de brandweercentralist aan de jongen die in de school in de rook zit?
Antwoord: 
Blijf laag bij de grond en ga op zoek naar de deur. Ga uit de ruimte en doe de deur achter je dicht.
Waarom? Hete rook gaat omhoog. laag bij de grond heb je meer zicht, meer zuurstof en de temperatuur is lager.

Wat controleerde het ambulance personeel bij de jongen die is gered?
Antwoord: 
Ze keken in zijn mond/neus om te zien of hij rook had ingeademd. Voor controle ga je dan mee naar het ziekenhuis.
Wat vind jij belangrijk om thuis te vertellen over deze les?

Slide 16 - Open vraag

In deze les hebben we de volgende onderwerpen behandeld:
  • Het alarmnummer 112.
  • Op welke vragen je antwoord geeft.
  • De samenwerking tussen de hulpdiensten.
Thuisopdracht:
We zijn hier op school mee aan de slag gegaan. En nu is het aan jullie om thuis te vertellen wat je hebt geleerd.

Wat ga jij thuis vertellen?

Lesidee:
Maak een woordparachute met de geleerde woordjes en plaatjes uit de les.

Hoe vond je de les?
😒🙁😐🙂😃

Slide 17 - Poll

Afsluiting van de les.
Vraag de leerlingen welke smiley ze geven voor de les.

Lesidee:
Koppel het onderwerpkaartje aan de poster Speuren naar gevaar.

Tips voor het aanpassen of verbeteren van de les kunnen worden gemaild naar:
brandweeropschool@brandweer.nl