8.4 en 8.5 duurzaamheid

Vandaag
Herhaling stikstof(N)kringloop (8.3)
Eutrofiëring (8.3)
Uitleg populatiegrootte en duurzaamheid (8.4 en 8.5)

Aan de slag




1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

Vandaag
Herhaling stikstof(N)kringloop (8.3)
Eutrofiëring (8.3)
Uitleg populatiegrootte en duurzaamheid (8.4 en 8.5)

Aan de slag




Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Link

Stikstofkringloop

Slide 3 - Tekstslide

EUTROFIERING

Slide 4 - Tekstslide

Eutrofiëring en waterbloei

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Welke organismen uit de stikstofkringloop worden juist onder zuurstofloze omstandigheden heel actief?
A
nitrificerende bacteriën
B
denitrificerende bacteriën
C
ammonificerende bacteriën
D
knolletjesbacteriën in de wortels van vlinderbloemigen

Slide 8 - Quizvraag

Wat neemt de plant op van de stikstofkringloop?
A
Nitriet
B
Water
C
Glucose
D
Nitraat

Slide 9 - Quizvraag

Hoe kan 'N' verdwijnen uit de stikstofkringloop?
A
planten nemen het op
B
vervluchtiging en denitrificatie
C
omzetting in nitriet en nitraat

Slide 10 - Quizvraag

Gebruik BINAStabel stikstofkringloop (93H?)
A
De bacteriën zetten anorganische stikstofverbindingen om in andere anorganische stikstofverbindingen
B
De bacteriën zetten anorganische stikstofverbindingen om in organische stikstofverbindingen
C
De bacteriën zetten organische stikstofverbindingen om in anorganische stikstofverbindingen
D
De bacteriën zetten organische stikstofverbindingen om in andere organische stikstofverbindingen

Slide 11 - Quizvraag


Welke kringloop is hiernaast weergegeven?
A
Voedselkringloop
B
Koolstofkringloop
C
Stikstofkringloop
D
Fotosynthese/verbranding kringloop

Slide 12 - Quizvraag

Om de oorzaak van de verrijking op de eilanden met graslandbegroeiing te achterhalen, is het gehalte aan de stikstofisotoop 15N op verschillende plaatsen gemeten. In lucht is de ratio 15N/14N zeer klein (0,0037). Organismen die hun stikstofverbindingen rechtstreeks opbouwen uit stikstof uit de lucht hebben ook een zeer laag 15N-gehalte in hun weefsels. In de voedselketen stijgt de ratio 15N/14N vervolgens bij elk volgend trofisch niveau. Processen die deel uitmaken van de stikstofkringloop, zijn:
1 denitrificatie, 2 nitrificatie, 3 rotting, 4 biologische stikstoffixatie, 5 fotochemische stikstoffixatie
Door welk of door welke van deze processen komt 15N uit de lucht in de voedselketen terecht?
A
Alleen 1 en 3
B
Alleen 2 en 4
C
Alleen 3 en 5
D
Alleen 4 en 5

Slide 13 - Quizvraag

Welke kringloop/kringlopen zijn bij eutrofiëring verstoord?
A
Koolstofkringloop
B
Stikstofkringloop
C
Koolstofkringloop en stikstofkringloop

Slide 14 - Quizvraag

Populatiegrootte

Slide 15 - Tekstslide

Veranderingen in populatiegrootte

Slide 16 - Tekstslide

Populatiegrootte
Roofdieren
Voedsel
Competitie

Slide 17 - Tekstslide

Bepalen populatiegrootte
De grootte van een populatie wordt weergegeven als populatiedichtheid.
Dit is het gemiddelde aantal individuen per oppervlakte-eenheid of volume-eenheid.
Manieren om de populatiegrootte te bepalen:
  • kwadrantmethode
  • merken en terugvangen

Slide 18 - Tekstslide

populatiegroote berekening.
vangen-merken-terugvangen
bij vangst 1: tellen en merken we alle dieren (V1*)en zeten we ze terug. De dieren zullen zich weer verspreiden tussen anderen.
bij vangst 2: tellen we totale gevangen  dieren( ook de gemerkte dieren zitten hierbij (V2) 
totale gemerkte dieren bij vangst 2 (V2*). Bereken:
Populatiegrootte is V1* x V2 : V2* of maak een tabel. 

Slide 19 - Tekstslide

Successie
Verandering van de soortensamenstelling van een levensgemeenschap
Successie
Verandering van de soortensamenstelling van een levensgemeenschap

Slide 20 - Tekstslide

Van kale bodem naar bos
Begin: Pioniersstadium met de eerst planten.
Verandering van soortensamenstelling in de tijd: successie
Na verloop van tijd ook dieren: door begrazing en bemesting
Andere plantensoorten krijgen een kans
Na lange tijd: onveranderlijke climaxstadium

Secundaire successie - successie na een verstoring

Slide 21 - Tekstslide

Successie

Slide 22 - Tekstslide

Successie 

Slide 23 - Tekstslide

Pioniersecosysteem
Beginstadium successie
Weinig biodiversiteit
Eenvoudig voedselweb
Climaxecosysteem
Eindstadium successie
Veel biodiversiteit
ingewikkeld voedselweb

Slide 24 - Tekstslide

Primaire successie

Alles is verwoest; de successie moet weer helemaal opnieuw  beginnen

Bijv. door ernstige verwoesting
Secundaire successie

De vruchtbare (hummus)laag is intact gebleven; de successie hoeft niet helemaal vanaf 0 te beginnen

Bijv. bij lichte schade 

Slide 25 - Tekstslide

Als het aantal roofdieren afneemt, zal de populatiegrootte van de prooidieren..... en de planten die zij eten .....
A
Afnemen afnemen
B
Toenemen afnemen
C
Afnemen toenemen
D
Toenemen toenemen

Slide 26 - Quizvraag

Om het aantal dassen in een bepaald gebied te bepalen, merken biologen 15 dassen en laten ze weer los. Na korte tijd vangen ze 20 dassen, waarvan er 5 gemerkt zijn.
Bereken de populatiegrootte.
A
35
B
60
C
150
D
300

Slide 27 - Quizvraag

1. In een ecosysteem wordt de populatie nooit groter
2. De populatiegrootte schommelt meestal rond het biologisch evenwicht
A
1= niet waar 2=niet waar
B
1 = waar 2=waar
C
1=niet waar 2=waar
D
1=waar 2=niet waar

Slide 28 - Quizvraag

Stelling: Wanneer de populatiegrootte toeneemt, neemt automatisch ook de populatiedichtheid toe.
A
Altijd waar, omdat er nu meer dieren zijn
B
Altijd waar, omdat er nu meer dieren per m2 zijn
C
Niet altijd waar, de dieren kunnen zich ook meer verspreiden
D
Niet waar, de dichtheid heeft niets te maken met de grootte

Slide 29 - Quizvraag


Welk van de afbeeldingen geeft successie juist weer?

(rood = pioniersoort; blauw = climaxsoort)

x-as tijd; y as: populatiegrootte


A
Linksboven
B
Rechtsboven
C
Linksonder
D
Rechtsonder

Slide 30 - Quizvraag

Aan de slag
- Nakijken stencil stikstofkringloop
- Maken opdr. 40 (8.3) 43, 46, 51 (8.4) en 54, 60 en 63 (8.5)

Let op: volgende week ben ik er niet. Jullie ronden in die week zelf dit hoofdstuk af door de toepassing + oude examenopdrachten te maken (blz. 271 t/m 275)

Slide 31 - Tekstslide

Wat ga je nu doen? 
- Lezen 8.4 + 8.5
 - Aan de slag:
8.3 maken opdr. 40  
8.4 maken opdr. 
43, 46, 51
8.5 maken opdr. 54, 60 en 63 

Let op: donderdag alleen les voor leerlingen die biologie gaan herkansen (bereid vragen voor). De rest mag de tijd gebruiken om zijn/haar herkansing voor te bereiden 
Let op: volgende week ben ik er niet. Jullie ronden in die week zelf dit hoofdstuk af door de toepassing + oude examenopdrachten te maken (blz. 271 t/m 275)

              


Slide 32 - Tekstslide