TC B1 thema 2.5

          TC B1 thema 2.5
1 / 30
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 30 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 15 min

Onderdelen in deze les

          TC B1 thema 2.5

Slide 1 - Tekstslide

Programma 


Het werkwoord 'laten'

Werkwoorden met vaste voorzetsels (pagina 76)

Spreekoefeningen uit het boek.



Slide 2 - Tekstslide

Maak een zin

Slide 3 - Tekstslide

Herhaling

Slide 4 - Tekstslide

Pagina 50
'Laten' als iemand anders iets doet bij of voor het onderwerp van de zin. (causatief)
  • Daan laat zijn hart door de dokter onderzoeken.

Je kunt het werkwoord 'laten' ook als aansporing gebruiken. (aanvoegende wijs)
  • Laten we naar de stad gaan! 
 



Slide 5 - Tekstslide

Maak een zin met 'laten'
  • causatief
  • aanvoegende wijs

Slide 6 - Tekstslide

Maak zinnen

Slide 7 - Tekstslide

(2.3) Wat is dit voorwerp?
Wat kun je ermee doen?

Slide 8 - Open vraag

Wat is het?
Waarvoor gebruik je het?

Slide 9 - Open vraag

Wat is dit voorwerp?
Waarvoor gebruik je het?

Slide 10 - Open vraag

Wat is dit voorwerp?
Waarvoor gebruik je het?

Slide 11 - Open vraag

Wat is dit voorwerp?
Waarvoor gebruik je het?

Slide 12 - Open vraag

Wat is dit voorwerp?
Waarvoor gebruik je het?

Slide 13 - Open vraag

Oefening 74 spreek samen
Geef antwoord (77 +78)

Slide 14 - Tekstslide

 (pagina 75) Maak een zin:

Slide 15 - Tekstslide

Wat is het vaste voorzetsel?

Houden .....
A
in
B
met
C
van
D
aan

Slide 16 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Rekening houden....

A
met
B
naar
C
voor
D
op

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Wennen...
A
voor
B
in
C
met
D
aan

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Beginnen......
A
op
B
met
C
in
D
voor

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Praten....
A
met
B
van
C
op
D
over

Slide 20 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Genieten ....
A
op
B
van
C
over
D
in

Slide 21 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Feliciteren .......
A
aan
B
in
C
met
D
op

Slide 22 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Zich inschrijven....
A
voor
B
in
C
van
D
op

Slide 23 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Last hebben .......
A
op
B
van
C
aan
D
voor

Slide 24 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Luisteren .....
A
in
B
van
C
met
D
naar

Slide 25 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Zich schamen......
A
in
B
van
C
aan
D
voor

Slide 26 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Wachten......
A
met
B
aan
C
op
D
voor

Slide 27 - Quizvraag

Wat is het juiste voorzetsel?

Lijken.....
A
met
B
voor
C
aan
D
op

Slide 28 - Quizvraag

Spreekoefening
Pagina 76 oefening 88

Slide 29 - Tekstslide

Werkwoorden met vaste voorzetsels
                                               Pag. 76 
                                     Werk in tweetallen

Cursist A stelt een vraag:      Waar geniet jij van?
Cursist B geeft antwoord:     Ik geniet (vaak) van......

Slide 30 - Tekstslide